Vaste planten

Inleiding
Een vaste plant is een plant die langer dan twee jaar leeft. Ze worden ook wel overblijvende of overjarige plant genoemd.
De term “vaste plant” wordt gebruikt voor niet-houtige planten (kruiden). Klanten hanteren het begrip vaste plant vaak fouttief voor alle planten die overwinteren.

1      Kenmerken
– Vaste planten sterven in de winter meestal boven de grond af.
– Ze zijn kruidachtig
– In het voorjaar lopen ze opnieuw uit en komen weer boven de grond
– Ze worden voornamelijk als borderplant gebruikt
– Sommige vaste planten bedekken de bodem
– Ze hebben soms mooie snijbloemen 

2      Steunen
Sommige vaste planten vallen om als je ze niet vastbindt. Vooral na een regenbui kunnen planten topzwaar worden.
Meestal bind je de vaste planten tijdens het groeiseizoen aan. Planten kun je aanbinden met tonkinstokken, touw en/of raffia. Je kunt ook plastic plantensteunen gebruiken.

Er zijn verschillende manieren van opbinden. Bijvoorbeeld:

  • stokken achter de plant plaatsen;
  • stokken in de plant plaatsen;
  • stokken om de plant plaatsen.
Zo kun je vaste planten ondersteunen

Aandachtspunten bij het plaatsen van stokken

Stokken achter de plant

  • Let op de groeirichting van de plant.
  • Gebruik per plant één stok.
  • Steek de stok diep in de grond, zodat hij vast staat.

Stokken in de plant

  • Gebruik per plant één stok.
  • Plaats de stok in het midden van de plant. Zorg dat de plant als een toefje om de stok zit.
  • Steek de stok diep in de grond, zodat hij vast staat.

Stokken op hoeken van de plant

  • Gebruik drie stokken voor elke plant.
  • Plaats de stokken op de windhoeken van de plant.
  • Steek de stokken diep in de grond, zodat ze vast staan.

Aandachtspunten bij het vastbinden

–       Maak van de raffia of het touw een ruime lus om de plant.
–       Knoop de raffia of het touw om de stok. Houd rekening met de natuurlijke vorm van de plant. Trek de raffia dus niet te strak aan!
–       Snijd de eindjes touw af.

3      Scheuren
In een border staan vaak vaste planten. Om vaste planten jong en levendig te houden moet je ze verjongen. Dit doe je door ze te scheuren. Scheuren is tevens een manier van vermeerderen.
Je scheurt planten als ze te groot of te oud worden. Doe je dat niet, dan groeien ze minder goed of sterven ze af in het midden van de pol.

Redenen
Vaste planten groeien vanuit het midden van de planten pol naar buiten toe. De jongste en groeikrachtigste plantjes zitten dus altijd aan de buitenkant van de pol. Na verschillende jaren zal het centrum minder groeikrachtig worden en de stengels in het hart van de plant worden dan ook een stuk lager dan de buitenste takken. Als je dit opmerkt dan wordt het tijd om de plant te verjongen. Dit kan dan door ze te scheuren of delen.

Werkwijze
Scheuren is planten met genoeg wortels uit elkaar trekken om zo twee of meerdere planten te verkrijgen. Het gebeurt met vaste planten en sierheesters (struiken). De planten die we scheuren noemen we de moederplanten.
Scheurperioden:
a) HERFST: september – oktober – november.
b) LENTE: maart – april – mei.
De voorkeur gaat uit naar het voorjaar. De pas gedeelde plantjes hoeven dan niet onmiddellijk strenge vorst te trotseren. Daarentegen kunnen ze in het lentezonnetje beginnen met nieuwe wortels en bladeren te vormen, zodat we vrij snel kunnen genieten van onze nieuwe plantjes.

–     De moederplanten verzamelen als ze nog in rust zijn of net beginnen uit te lopen.
–     Steek de vaste plant in zijn geheel uit de grond.
–     De planten met de hand scheuren, met een mes, snoeischaar of een spade.
–     Zorg ervoor dat de gescheurde plantjes één of meerdere groeipunten en goede wortels hebben.
–     De nieuwe plantjes oppotten of uitplanten in de tuin op een voedzame grond en begieten.
–     Plant de planten met het plantschopje. Druk de grond stevig aan.
–     De planten afharden en afschermen tegen de volle zon.
–     Als we scheuren in de herfst moeten we deze vorstvrij overwinteren.

Aandachtspunten
Probeer het aantal scheurwonden te beperken en zorg ervoor dat ze zo gaaf mogelijk zijn. Als je een (bijna) bloeiende plant scheurt, dan verwijdert u het best alle bloemknoppen, bloemen, zaden en vruchten. Bloemknoppen die binnen een maand na het scheuren worden gevormd kun je het beste ook nog verwijderen. Deze vragen veel te veel energie van het net gescheurde plantje, die dit beter kan benutten voor wortel- en bladgroei.

4      Uitplanten
De meeste vaste planten worden door scheuren vermeerderd. Ze worden meestal verkocht in vierkante potjes van 9 cm breed en 10 cm hoog. Bij de aankoop moet je erop letten dat de wortels goed doorworteld zijn in het potje. Omdat de planten in een potje verkocht worden, kun je ze het hele jaar door planten. Als planten gerooid en gescheurd worden, is het voorjaar de beste tijd om ze in de grond te zetten.

Bepaal waar de planten komen te staan. Je moet dit plantvak:
– Goed spitten;
– Fijn van structuur maken;
– Vlak afwerken

Het plantvak is in orde als je gemakkelijk met een plantschepje kunt planten. Daarna leg je de planten goed verdeeld en op de juiste plekken klaar. Als het plantvak groot is, kun je het beter in gedeelten spitten en vlak Steek het plantschepje in de losse grond en maak een gat dat voldoende diep is. Zet de plant erin. Voor een snelle aangroei moet je de grond om de plant goed aandrukken. Maak de grond tussen de planten met de hand gelijk. Probeer zo veel mogelijk vanuit één plek te planten. Zo voorkom je dat je de grond dichttrapt. Schuif tijdens het werk de plantpotjes in elkaar en ruim ze direct op. 

Plantdiepte
Je plant nieuwe of gescheurde vaste planten. Dit doe je op dezelfde diepte als dat de planten stonden. Als je de planten te diep plant, hebben ze moeite om door te groeien. Plant je ze niet diep genoeg dan kunnen ze uitdrogen. De wortels komen dan namelijk boven de grond uit!

5      Algemeen onderhoud
Een plantvak met vaste planten moet je het hele jaar door onderhouden. Als je de border niet continue onderhoudt:

  • groeien er planten over de paden;
  • raken sommige planten overwoekerd;
  • zit de border binnen de kortste tijd onder het onkruid;
  • stoppen de planten met bloeien.

Onkruid verwijderen
Je moet regelmatig onkruid verwijderen. Dit doe je met een schrepel of een schoffel, of met de hand. Bij schrepelen haal je heel nauwkeurig onkruid weg met een kleine hak (schrepel).
Schoffelen is een grovere manier van wieden. Dit doe je in grote plantvakken, waar veel ruimte is tussen de planten. Onkruid weghalen met de hand is de ‘fijnste’ manier van wieden.
Bij het verwijderen van het onkruid moet je erop letten dat je de wortels van de vaste planten niet beschadigt. 

Bemesten
De planten in de border onttrekken veel voeding aan de bodem. Daarom moet de border het hele jaar door bijgemest worden. Na de winter gebeurt dit meestal met organische mest. Door het jaar heen gebruik je meestal kunstmest.
Zorg dat je niet te veel mest strooit. Het kan de planten verschroeien. Daarnaast spoelt het teveel aan mest uit in de bodem en verontreinigt het daarmee het milieu.

Afdekken
De meeste vaste planten sterven voor de winter boven de grond af. Van nature beschermen deze planten de wortelhals met het afgestorven blad.
In de tuin is het goed om kwetsbare soorten tijdens de winter af te dekken. Dit kun je doen met bladeren, turfmolm, compost of takken. Gebruik geen folie. Hieronder kunnen de planten stikken. Soorten die niet afsterven kun je tegen uitdroging beschermen door ze te omwikkelen met bijvoorbeeld rietmatten. Breng de beschermlaag aan voor de vorst en verwijder hem in het voorjaar als de kans op strenge vorst voorbij is.

Loof en bloemen verwijderen

Door tijdens de zomer uitgebloeide bloemen weg te nemen gaat er geen energie verloren aan zaadvorming. De plant zal dan rijker en langer bloeien.

Als voor de winter het bovengrondse deel afsterft kun je er voor de netheid van de tuin voor kiezen om de plant boven de grond af te snijden. Als je het blad zijn gang laat gaan zal dit in veel gevallen vanzelf verdwijnen en tijdens de winter de plant beschermen. Afgestorven loof kan tijdens de winter de kale border een decoratieve uitstraling geven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Hypericum in de sneeuw.

6      Sortiment
Hieronder is een kort overzicht van lang bloeiende vaste planten weergegeven.
De afkortingen in de beplantingslijst staan voor:
z = zonnig; hs = halfschaduw; s = schaduw;
n = normale grond; d = droge grond; w = ’s winters afdekken.

 

Plantennaam: Bloeitijd: Kleur: Hoogte (cm): Licht/grond:
Scabiosa butterfly blue 4–10 blauw,lila 40 zn
Veronica peduncularis oxford blue (roodkleurig loof) 5–9 blauw-helder, bloeit niet rijk 30 zd
Anthemis woronowii (stevige stelen) 6–10 creme-geel 70 zd
Bidens heterophylla (grote groeikracht) 6–10 creme-geel, explosieve bloei 200 zhn
Anthemis subtinctoria (diep ingesneden loof) 6–10 creme-witte margrietjes vertakte plant 60 zd
Oenothera missouriensis 5–9 geel 15 zd
Euphorbia pilosa major 5–9 geel grote schermen 45 zn
Euphorbia sequieriana 6–10 geel,groen 60 zn
Heterotheca mucronata 6–10 geel-donkere, kleine bloempjes 70 zn
Euphorbia ceratocarpa (blauwgroen blaadjes rode st.) 5–10 geel-goud, grote schermen 120 zdw
Euphorbia seravschanica (grijzig loof) 6–10 geel-licht 90 zd
Erysimum plantworld series 5–10 geel-lila 25 zd
Diascia lady valerie 6–10 geel-rood 30 zdw
Diascia lilac belle 6–10 lila, kleine bloem 25 zdw
Erysimum bowles mauve 3–10 lila-mauve 60 zdw
Zauschneria garetti (grijsbladig) 6–10 oranje-helder pijpbloemen 15 zd
Meconopsis cambria aurantiaca flore plena 6–10 oranje-rood 40 zhd
Agastache barberi firebird 6–10 oranje-warm 50 zdw
Erysimum wenlock beauty 5–10 paars-dof,geelbruin 30 zd
Erysimum julian orchard 4–10 paars-licht,oranje trossen 35 zd
Geranium ann folkard 6–10 paars-rood 120 zn
Geranium cinerium violaceum 5–9 paars-rood, wit hartje 30 zd
Geranium dillys (lange ranken) 6–10 purper, bloeit talrijk, kleine bloemen 15 zhd
Dicentra formosa bacchanal 5–9 rood-bloed 40 zhn
Gaillardia aristata 6–10 rood-bruin 35 zd
Scabiosa pink mist 5–9 rose 40 zn
Digitalis dubia 5–9 rose 50 zdw
Lavatera thuringiasa candy floss 6–10 rose 150 zd
Geranium swatense 6–10 rose, grote bloemen 35 zdw
Erigeron mucronatus 5–9 rose,wit 25 zdw
Diascia blackthorn apricot 6–10 rose-abrikoze 25 zdw
Diascia rupert lambert 6–10 rose-donker 45 zdw
Diascia anastrepta (dicht uitloper vormend) 6–10 rose-heldere bloem met donkere vlek 20 zd
Dicentra formosa furse’s form (grijsgroen blad) 5–9 rose-licht 50 zhn
Diascia patens 6–10 rose-licht 30 zdw
Diascia integerrima (klein grijsgroene blaadjes) 6–10 rose-licht, trosjes 30 zdw
Geranium sue crug 6–10 rose-purper, grote bloemen 40 zhn
Diascia coral belle 6–10 rose-warm 35 zdw
Lavatera thuringiaca candy floss 6–10 rose-zacht 150 zd
Dicentra formosa langtrees (blauw blad) 5–10 wit 40 zhn
Linanthus nuttalii (fijn naaldachtig loof) 5–9 witte, bloemen uit de vertakingen 15 zd
Anthemis cupaniana (zacht grijsgr.loof,bodembedekker) 5–9 wit,margrietachtig bloem 30 zdw
Potentilla alba (donkergroen blad, kruiper) 5–9 wit-helder, rijkbloeiend rotsplant 15 zd
Corydalis ochraleuca 5–9 wit-romig 30 hn
Lavatera thuriniaca barnskey 6–10 witrose schalen met rood oog 150 zn
Lavatera thuringiaca barnsley 6–10 wit-rose, rood oog 150 zd
Scabiosa irish perpetual (vertakkende plant) 5–9 zacht-blauw 50 zd

BRONNEN                                
Ploeger de Bilt
Rotsplanten

Rotsplantenvereniging

Jacobs plant
Vaste planten lesbrief
Vaste planten uitplanten

Houtkoomen
tuinadvies

 

 

 

1 gedachte over “Vaste planten”

Plaats een reactie