Vermeerdering geslachtelijk

Inhoud

Geslachtelijke vermeerdering
Inleiding
1     Zaaitijdstip
2      Wat is zaad, wat heeft het nodig?
3     De 4 basisbehoeften
4      Voor- en nadelen van zaaien
5      Manieren van zaaien
6      Zaaimethoden
6.1       Breedwerpig zaaien
6.2       Zaaien op rij
6.3       Dibbelen
7      Grond zaaiklaar maken
8      Zaaien op rijen in de volle grond met de hand
9      Breedwerpig zaaien in een zaaibakje
10        Zaadsoorten
11      Het zaad wil niet kiemen, wat nu?

Inleiding
Om een soort in stand te houden dient dit zich te vermeerderen.  Als je bij de vermeerdering te maken hebt met 2 geslachten spreek je over geslachtelijke- ofwel vegetatieve vermeerdering.
Bij planten heb je dan te maken met zaad. Het uitstrooien van zaden heet zaaien. Zaaien wordt bij veel cultuurgewassen toegepast. Zaden ontstaan na het bevruchten van eicellen door zaadcellen.  Dit gebeurt in de bloem.
Het vermeerderen door zaaien is vrij eenvoudig. De zaaien worden uitgestrooid in zaaigrond en vervolgens afgedekt met een laagje zand ter dikte van het zaad. Dit kan in bloempotjes of in bakjes. De bodem wordt normaal vochtig gehouden. In sommige gevallen moet je de zaaigrond nog afdekken met papier. Om de vochtigheid op peil te houden kun je plastic of glas gebruiken. Na het uitkomen worden ze ruimer gezet. Dit heet verspenen.

 

1     Zaaitijdstip
De beste tijd om te zaaien is tussen januari en juli. We moeten hier wel een onderscheid maken tussen éénjarigen en vaste planten.

Immers, de eerste groep zaaien we vroeger, zij moeten de tijd krijgen om tot een volle bloeiende plant uit te groeien en vervolgens zaad af te geven voor de herfst.

Met de zaden van vaste planten hebben we minder haast omdat die meestal toch pas het jaar erna bloeien, en dit geldt tegelijk ook voor de tweejarigen.

 

     Wat is zaad, wat heeft het nodig?
Een zaadje is te vergelijken met een embryo in een ei. Het heeft de juiste voorwaarden nodig om uit te komen want zelfs zo´n klein nietig zaadje heeft een soort overlevingsdrang, ze willen wel uitkomen maar soms zijn de omstandigheden niet goed genoeg om na het uitkomen te overleven en daarom lijkt het hun beter om nog wat door te slapen en te wachten tot de omstandigheden verbeteren.

Zeg daarom niet: ik heb slechte zaden gekregen, iets wat ik mensen wel vaker hoor zeggen, nee, er is niet aan de juiste voorwaarden voldaan voor dat zaadje om uit te komen.

 

Er zijn 4 basisbehoeften waaraan moet worden voldaan voor een zaadje voordat het wil/kan uitkomen. Dit zijn achtereenvolgens water, zuurstof, licht en temperatuur.
 

Het is de kunst om per zaadsoort de juiste balans te vinden tussen deze 4 sleutels om het kiemmechanisme van het zaad te ontsluiten. De samenwerking tussen deze 4 zaken brengt een chemisch proces op gang wat leidt tot de kieming van de plant.

En deze balans is per plantensoort verschillend en dat maakt het soms zo moeilijk

Raak nu niet direct in paniek, het overgrote deel van de planten kiemt toch wel bij een temperatuur tussen 15 en 20 graden, als ze voldoende water hebben, niet te nat staan en niet te diep onder de grond verscholen zijn.

Je kunt de meeste zaden dan ook beter te weinig bedekken dan teveel.

3     De 4 basisbehoeften
Water: Iedereen weet dat je water nodig hebt om zaad te laten ontkiemen. De kieming start als het water de zaadhuid binnendringt. Het zaad neemt het water op, zet zich uit en de zaadhuid begint te barsten, het plantje ontrolt zich zodat de wortel de grond ingaat en de stengel naar boven.

Zuurstof: Zaden hebben dit nodig voor de chemische processen tijdens het kiemen. Daarom is een luchtige, goed doorlatende grond van belang. Als u bv. op zware klei zaait blijft het water daarop staan en neemt het de plaats in van de lucht. Er zal dan ook sneller schimmel optreden die uw zaden zal belagen.

Licht: Een zaadje zou het verschil kennen tussen donker en licht. Voor een klein zaadje kan een paar centimeter onder de grond hetzelfde zijn als een paar meter. Het is gewoon helemaal donker, daarom mogen kleine zaden nooit te diep onder de grond gezaaid worden, niet of nauwelijks bedekken is de boodschap. Het schijnt dat zonminnende planten gevoelig zijn voor de hoeveelheid rood in het licht, en ze ontkiemen dan ook niet als het te donker is, wat hun betreft is het niet het goede moment in het jaar om uit te komen.

Zaden in de volle zon plaatsen is zeker ook niet goed, ze kunnen dan verbranden.

Temperatuur: Elk chemisch proces heeft een bepaald temperatuur nodig om door te kunnen gaan. Als een zaadje het te warm of te koud heeft zal het niet ontkiemen en sommige zaden hebben bepaalde grenzen waarboven of waaronder ze er niet over zullen denken om te ontkiemen.

In het algemeen kun je zeggen dat warmte ontkieming bevordert maar teveel warmte remt het af. Dit is logisch als je bedenkt dat het zaadje moet weten dat het lente is en nog geen zomer.

Bij het bewaren van zaad kan ook nogal eens wat mis gaan, als u zaden krijgt en u bent niet van plan ze direct te zaaien dan is het het beste om ze in de ijskast te bewaren, de zakjes in een afgesloten plastic bakje. De meeste zaden behouden hun levensvatbare eigenschappen gedurende twee jaar op kamertemperatuur, maar een koude bewaring is toch beter voor ze, het zou zelfs de levensduur van de zaden verlengen. Bewaar uw zaden NOOIT in de serre, de warmte en de vochtigheid zijn dodelijk voor uw zaden, ze hebben dan maar een levensverwachting van zes weken ipv. twee tot drie jaar.

 

4    Voor- en nadelen van zaaien
In de plantenteelt zijn er twee manieren om planten te vermeerderen, namelijk

  1. a) geslachtelijk (zaaien)
  2. b) ongeslachtelijk.

Vergelijk je beide manieren met elkaar, dan heeft zaaien de volgende voor- en nadelen

Voordelen van zaaien

  • Je hebt na zaaien vrij snel een groot aantal nieuwe planten.
  • De kans op het overbrengen van virusziekten is kleiner.

Nadelen van zaaien

  • Het is niet altijd eenvoudig om zaden te winnen.
  • Het duurt langer voordat er een kant-en-klare plant is die de markt op kan.
  • Omdat het zaad afkomstig is van een moederplant en van een vaderplant, heeft die ook twee verschillende groepen van eigenschappen. De nieuwe planten die uit het zaad ontstaan, kunnen daardoor sterk afwijken van de ouderplanten. Ze kunnen beter of slechter zijn.
Een tuincentrum verkoopt veel verschillende soorten zaadjes van planten.

5  Manieren van zaaien
Zaaien kan op vele manieren. Die manieren hebben voor- en nadelen 

Ter plaatse of niet ter plaatse
In de landbouw worden de gewassen ter plaatse gezaaid. Ook gazons worden vaak ter plaatse gezaaid.
Ter plaatse wil zeggen dat je zaait op de plaats waar de planten kunnen blijven groeien tot ze oogstbaar zijn. Ter plaatse zaaien kan breedwerpig of in rijen gebeuren.

In de tuinbouw zaait men meestal niet ter plaatse. Niet ter plaatse zaaien wil zeggen dat de plantjes na een lange of korte periode verplaatst worden. Dit gebeurt onder andere met de meeste groenten, een- en tweejarige planten.
Bij het niet ter plaatse zaaien zaait eerst in speciale zaaibakken of in zaaitrays. Een zaaitray is een voorgevormde plastic plaat waar zaadjes machinaal in kleine kluitjes aarde worden gezaaid. Na het ontkiemen zet men de plantjes met het inmiddels doorgewortelde kluitje in een pot. Het grote voordeel van deze methode (vergeleken met verspenen) is dat je de wortels niet beschadigt. Hierdoor krijg je een snelle doorgroei.

 

 

6  Zaaimethoden
Zaaien gebeurt op drie manieren:
– breedwerpig;
– zaaien op rij;
– precisiezaai;
– dibbelen.

breedwerpig zaaien

6.1      Breedwerpig zaaien
Bij breedwerpig zaaien strooi je het zaad over het gehele perceel. Eerst maak je de grond fijn en los. Daarna verdeel je het zaad zo regelmatig mogelijk over het perceel. Breedwerpig zaaien is mogelijk met kleinere zaden. Het moet erg gelijkmatig gebeuren.
Na het zaaien moet je soms lichtjes met een hark over het perceel gaan. Hierna bedek je de zaden met een dun laagje aarde. Vervolgens rol je de grond, zodat de zaden goed in contact komen met de vochtige grond. De zaden ontkiemen kriskras over het perceel verspreid. Het is dan ook moeilijk om op een later moment het onkruid tussen de planten te verwijderen.
Breedwerpig zaaien gebeurt bijvoorbeeld bij gras en spinazie.

 

op rijen zaaien

6.2      Zaaien op rij
In de praktijk worden bijna alle gewassen op rij gezaaid. Denk maar aan wortels, maïs en granen. Eerst trek je in de grond kleine geultjes. De diepte van de geultjes is afhankelijk van de grootte van de zaden: hoe groter de zaden, hoe dieper de geultjes. Als hulpmiddel bij het zaaien gebruik je bijvoorbeeld een schoffel. Grootschalig gebeurt het met een zaaimachine. Na het zaaien maak je het geultje dicht en druk je de grond zachtjes aan.
Let erop dat de onderlinge rijenafstand groot genoeg is. Je moet het onkruid mechanisch kunnen bestrijden, bijvoorbeeld met een schoffel of hak.

 

 

6.3  Dibbelen
Dibbelen is het zaaien op hoopjes. Dit past men vaak toe bij groenten in de moestuin. Voorbeelden zijn erwten en bonen.

7  Grond zaaiklaar maken

Als je in de tuin gaat zaaien, moet je ook eerst de grond bewerken. Je gaat eerst spitten en dan harken. Tijdens het harken maak je de grond vlak. Dat heet egaliseren.
Werkwijze:
1   Spit de grond om.
2   Let tijdens het spitten op je houding. Voorkom rugklachten!
3   Na het spitten maak je de kluiten klein. Dat doe je met de rug van de hark.
4   Pak de hark vast zoals in de figuur.

Met de hark worden de kluiten kapotgeslagen.

 5   Sla met de rug van de hark de kluiten kapot.
6   Als alle kluiten klein zijn, ga je egaliseren. Dat doe je ook met de hark.
7   Blijf de hark op dezelfde manier vasthouden.
8   Waar bergjes liggen, hark je de grond weg naar de dalen.
9   Blijf dit doen totdat de grond zo vlak is als een biljartlaken!
10 Als je klaar bent, maak je het gereedschap schoon en ruim je alles netjes op.

 

 

 

 

 

 

8  Zaaien op rijen in de volle grond met de hand

Als je thuis in je tuin wil gaan zaaien, heb je niet direct een zaaimachine bij de hand. Je kunt ook met hele eenvoudige materialen in de volle grond zaaien.

 

 

 

Benodigdheden
– hark
– schoffel
– riek
– spade
– gieter met broes
– pakje zaadnaamkaartjes

Werkwijze
1   Maak het zaaibed gereed:
–   maak de grond onkruidvrij door te spitten;
–   hark de grond gelijk vlak.
2   Maak over de lengte van het zaaibed sleuven van twee centimeter diep. Om rechte sleuven te krijgen kun je gebruik maken van een lange stok of van een pootlijn die je uitzet. De afstand tussen de sleuven is afhankelijk van het soort planten (zie daarvoor de beschrijving op het pakje zaad).
3   Zaai het zaad in de sleuven; leg grote zaden op de juiste afstand uit elkaar; strooi kleine zaden dun in de geul uit.
4   Maak de sleuven dicht met de achterkant van de hark en druk deze licht aan met een plankje.
5   Vul de naamkaartjes in en steek de ingevulde naamkaartjes in de grond.
6   Geef bij droge grond water met een gieter met een fijne broes.

9  Breedwerpig zaaien in een zaaibakje

Kweken in zaaibakken

Zaadjes kun je opkweken in zaaibakjes. Een zaaibakje moet schoon zijn en het liefst ontsmet. In het bakje doe je in zaaigrond. De bovenste zandlaag moet je zeven. Die laag moet goed vlak zijn, zodat er bij het water geven geen plassen ontstaan.
Als je de zaadjes gezaaid hebt, dek je ze af met een klein laagje zaaigrond. Gebruik niet meer dan dat het zaad dik is. Hele kleine zaden en zaden die licht nodig hebben om te kiemen, hoef je niet af te dekken. Zorg er altijd voor dat de zaaibak voldoende vochtig is. Als laatste dek je de zaaikist af met een glasplaat of plastic tot dat de zaden gekiemd zijn. Dit is om het uitdrogen te voorkomen.
Je moet altijd ongeveer 1 cm onder de rand van het zaaikistje blijven. Als de zaden dan uitkomen, staan ze niet gelijk tegen het glas of het plastic aan.

 

Stappenplan voor een zaaikist
– Kistje schoonmaken
– Zaaigrond zeven (fijne grond)
– Kist voor drievierde vullen met grond
– Randen licht aandrukken
– Afvullen met gezeefde grond
– Grond vlak maken

Zaaien
– Klein laagje grond erover doen (net zo dik als zaad zelf is)
– Licht aandrukken
– Water geven indien nodig
– Wegzetten en afdekken met glasplaat of plastic
– Werkplek schoonmaken en het gebruikte gereedschap schoon opruimen

10 Zaadsoorten

Begonia’s worden gekweekt uit erg duur begoniazaad!

Er zijn duizenden zaadsoorten. Die zaadjes verschillen in grootte, kleur vorm et cetera. Ze verschillen ook in prijs! Sommige zaadjes zijn zo duur, dat ze tot de duurste producten op aarde behoren. Een voorbeeld is begoniazaad. Duizend zaadjes is ongeveer 1/16 gram. Stel je eens voor hoe klein die zaadjes zijn: heel, heel erg klein! Een hoeveelheid van 1/16 gram kost ongeveer 15 euro. Een gram begoniazaad kost dus 16 x 15 euro = 900 euro. En een kilo dus 1000 keer zoveel: 900.000 euro! Daar heb je dan ook wel 16.000.000 planten voor. Als je het bedrag omrekent naar een bedrag per plantje, valt het dus wel mee.

Er zijn andere zaden die veel groter zijn, bijvoorbeeld het afrikanenzaad (Tagetes). Duizend van die zaadjes wegen ongeveer 5 gram. Duizend zaadjes van zonnebloemen wegen nog veel zwaarder: 100 gram. Zo zie je, dat de grootte van zaden erg verschillend kan zijn.

 

 

11      Het zaad wil niet kiemen, wat nu?

 

Stel u eerst de volgende vragen: is het zaad leefbaar, slaapt het, is het het goede seizoen, moet de zaadhuid doorbroken worden, is het zaad te koud, te warm, te nat, te droog?

U heeft aan alle voorwaarden voldaan, alles volgens het boekje, de juiste temperatuur, goede grond, genoeg licht, niet in de volle zon, goed bewaard en toch komen uw zaden niet uit.

Misschien zijn de zaden te oud en hebben ze geen levenskracht meer. Dit zal u waarschijnlijk niet gebeuren als u zaad krijgt van grote erkende zaadhuizen maar het is mogelijk als u het uit een onbekende bron krijgt. Toch zal dit niet vaak gebeuren.

Het is waarschijnlijker dat het zaad nog steeds slaapt en dat er verschillende stappen genomen moeten worden om het uit deze slaap te halen.

De zaadhuid is te hard en moet doorbroken worden: dit geldt voor bv. Lathyrus en Lupinen. We weken deze zaden 24h in lauw water en zaaien ze daarna. Een andere mogelijkheid is om een stukje van de zaadhuid af te schrapen, u moet hier wel oppassen dat u het ´oog´ niet raakt, een puntje aan de zijkant van het zaad.

Het zaad is een vorst- of koudekiemer: veel zaden hebben een soort rem op hun ontkieming die opgeheven moet worden, en dit gebeurt door middel van kou. Koudekiemers zaait u in vochtige tuinturf, geef ze dan een paar dagen de tijd om het vocht op te nemen en stel ze dan bloot aan kou, zet de bakjes (of plastic zakjes) in de ijskast en laat ze daar 3 tot 6 weken instaan. Als er kiemplantjes verschijnen is het uiteraard tijd om ze eruit te halen.

Vorstkiemers zaait u best in het najaar en laat ze in de winter buiten staan, let er dan wel op dat de zaden niet uit de bakjes kunnen wegspoelen door de regen of dat muizen het niet als wintervoedsel gaan gebruiken, bescherm uw bakken. Haal ze in februari weer binnen en geef ze een hogere temperatuur, als ze beginnen te kiemen behandeld u ze verder als gewone zaailingen. Zelf heb ik het ook al aangedurfd om een paar bakjes in de diepvries te zetten voor een week om daarna de bevroren bakjes op hun gemak te laten ontdooien en ze dan wat meer warmte te geven. Voor verschillende soorten is mij dit gelukt maar niet allemaal. Ik zou er dus geen algemene regel van willen maken.

 

1 gedachte over “Vermeerdering geslachtelijk”

Plaats een reactie