Kleur

Inhoud

Inleiding
1     Definities van kleur
1.1   Taalkundig
1.2   Psychologisch
1.3   Emotioneel
1.4   Natuurkundig
2     Kleurenleer
Primaire kleuren
Secundaire kleuren
Tertiaire kleuren
Contrasten
Kleuren toepassen
3     Toepassingen

Inleiding
Kleuren zijn niet weg te denken in ons leven. Ze bepalen onze stemming en kunnen ons vrolijk en verdrietig maken.
Als er geen kleuren zouden bestaan, zou alles er heel grauw uitzien. Denk bijvoorbeeld maar eens aan zwart-wit films en foto’s. Bij de inrichting van gebouwen als winkels, kantoren en woonhuizen is kleur bepalend voor het resultaat. Binnen creatieve vakken gebruikt men de eigenschappen van kleuren bij het maken van composities en creaties.
We gaan in dit hoofdstuk een aantal zaken bekijken die met kleur en kleur beleving te maken hebben.

1     Definities van kleur
De vraag “Wat is kleur?” kun je vanuit verschillende vakgebieden bekijken. Bijvoorbeeld:
– Taalkundig
– Psychologisch
– Emotioneel
– Natuurkundig

1.1   Taalkundig
De bijzonder eigenschap van dingen, om van het licht dat erop of erdoor valt, slechts stralen van een bepaalde, voor iedere stof karakteristieke golflengte terug te kaatsen of door te laten.
1.2   Psychologisch
Kleuren hebben effect op de gemoedstoestand/ gevoel van mensen.
Hoe ervaren mensen kleur?
Rood wordt ervaren als de warmste kleur en blauw als de koudste kleur. Een rode kamer wordt 3 tot 5 graden warmer  ervaren dan deze in werkelijkheid is. Een blauwe kamer wordt als kouder ervaren.
Als we naar een blauw en een rood vlak kijken lijkt het of het blauwe vlak van ons afwijkt en het rode vlak naar ons toekomt. Dit gegeven is bijvoorbeeld direct toepasbaar in de bloemsierkunst. Zo kun je visuele diepte creëren in een bloemstuk of in een grote versiering. Donkerblauw  wordt zwaarder ervaren als lichtgeel. Onderzoekers hebben mensen donkerblauwe dozen en lichtgele dozen laten sjouwen. Deze dozen waren exact even zwaar, maar de proefpersonen vervaarden de donkerblauwe dozen als zwaarder.
1.3   Emotioneel
Kleur is een hulpmiddel om emoties (per individu verschillend) te uiten.
Kleur heeft effect  op de fysiologische huishouding van de mens. Zo wekt een geel vertrek agressie op. Rood stimuleert de uitstoot van adrenaline, versnelt de hartslag en de ademhaling en verhoogt de hartslag. Groen heeft een rustgevend effect. Tussen bonte kleuren wordt de kleur groen als rustig ervaren. Geel is een actieve en stimulerende kleur.
1.4   Natuurkundig
Kleur is ontbonden licht.
Kleur maakt het de mens mogelijk om voorwerpen (vormen) te kunnen waarnemen.

Spectrale kleuren
Als licht gebroken wordt neemt het menselijk oog 7 kleuren waar. Deze kleuren heten de spectrale kleuren. Het worden ook wel de kleuren van de regenboog genoemd. Voor het breken van licht kan men een stuk glas of kunststof gebruiken dat tot een prisma geslepen is. Bij een regenboog fungeren de regendruppels als prisma.
De 7 spectrale kleuren zijn : Rood, Oranje, Geel, Groen, Blauw, Indigo, Violet  (ROGGBIV)

Waarnemen van kleuren
Je hebt vast wel eens kleren gekocht en gevraagd of je even buiten mocht kijken, omdat het licht daar anders. Dus eigenlijk weet je al dat om kleuren te kunnen zien, licht is vereist. Maar misschien vraag je je af waarom dat zo is.
Licht, of dat nu van de zon komt of uit een lamp, bestaat uit golven. Bepaalde golven worden opgenomen en omgezet in warmte. Andere golven worden juist teruggekaatst. Deze golven worden door het oog opgevangen en in de hersenen vertaald in een kleurgewaarwording. Als alle golven worden weerkaatst, is er sprake van totale reflectie. Het voorwerp dat je bekijkt, is dan wit. Omgekeerd, als alle golven worden opgenomen, totale absorptie dus, is je waarneming zwart.
Stel je ziet een gele pot. Dit komt doordat er licht op de pot valt. Alleen geel wordt teruggekaatst (gereflecteerd) en komt in jouw ogen terecht. De overige kleuren van het spectrum worden door de pot geabsorbeerd. Hetzelfde geldt voor een rode of blauwe pot. Je ziet ze doordat de betreffende de kleuren op het netvlies van jouw oog terecht komen. Bij een bruine pot Bruine pot worden er meerdere kleuren gereflecteerd en meerdere kleuren geabsorbeerd. Als alle kleuren worden gereflecteerd ervaren wij dit als wit. Als alle kleuren worden geabsorbeerd zien wij dit als zwart.

2     Kleurenleer
Het systeem van kleurenleer dat wij behandelen is ontwikkeld door Johannes Itten. (Docent van “Das Bauhaus”, Duitse stroming in de vormgeving tussen 1920 en 1935 waarbij  functionaliteit centraal staat.) Er zijn meerdere systemen.
We zullen dit doen aan de hand van veel gebruikte begrippen.

 

 

Wat is kleur en hoe maak je het?

Primaire kleuren
Over dergelijke vragen wordt al eeuwen nagedacht en de antwoorden vind je in de zogenaamde kleurenleer. Op de kleuterschool leerde je al dat je door rode en gele verf door elkaar te roeren oranje verf kreeg. Later leerde je dat er drie zogenaamde primaire kleuren zijn: rood, geel en blauw. Maar inmiddels zijn deze opvattingen achterhaald. Rood, geel en blauw werden primaire kleuren genoemd, omdat je ze niet door vermenging zou kunnen produceren. Maar als je magenta met geel mengt, krijg je een prachtige kleur rood. En magenta en cyaan geven blauw. De primaire kleuren zijn dus niet geel, rood en blauw, maar geel, magenta en cyaan. Deze kleuren kun je niet krijgen door vermenging.

Secundaire kleuren
Door twee primaire kleuren te mengen krijg je andere kleuren: geel en cyaan wordt groen, geel en magenta zoals gezegd rood en magenta en cyaan blauw. Groen, rood en blauw zijn dus secundaire kleuren. Je moet twee primaire kleuren mengen om secundaire kleuren te krijgen.

Tertiaire kleuren
Tertiaire kleuren noem je de kleuren die ontstaan door vermenging van een primaire en een secundaire kleur. Zo is bruin het resultaat van vermenging van rood met groen en oranje krijg je door rood en geel te mengen. Overigens gaat dit alleen op als je verf mengt. Als je verschillende kleuren licht mengt, krijg je heel andere resultaten.

Kleurmenging vanuit primaire kleuren

Betrouwbare resultaten
De (verf)primaire kleuren cyaan, geel en magenta leveren zeer betrouwbare resultaten wanneer ze met elkaar worden gemengd. Dat is ook de reden waarom deze kleuren in de industrie (fotografie, drukwerk, verfmenging) worden gebruikt. Kijk bijvoorbeeld maar eens met een vergrootglas naar een kleurenfoto.
Wanneer iemand een deuk in zijn auto heeft gereden, is het fijn als, na reparatie, de auto in precies dezelfde kleur wordt bijgespoten. De machine waarmee deze kleur wordt gemengd, gaat uit van de hoofdkleuren cyaan, geel en magenta.

Contrasten
Dun-dik, kort-lang, heet-koud. Het zijn een paar voorbeelden van tegenstellingen. Maar als je op straat twee mensen naast elkaar ziet lopen, de één dun en de ander dik, dan merk je dat het uiterlijk van de één dat van de ander versterkt. Juist doordat de ene zo dun is, lijkt de ander nog dikker. Je noemt dit contrast. Eigenlijk kun  je  van  elke  tegenstelling  een  contrast  maken.  In  de  kleurenleer  ligt  dat  iets  anders,  daar  wordt  vooral gekeken naar de verschillen tussen kleuren. Sterker nog, wanneer je kunt zien dat je met twee kleuren te maken hebt in plaats van een kleur, spreek je al van contrast. Bijvoorbeeld: lichtblauw en donkerblauw vormt een licht- donkercontrast.

Alle verschillen tussen kleuren noem je contrasten en deze contrasten hebben verschillende namen, zoals het licht-donkercontrast,  warm-koudcontrast,  enzovoort.  Twee  kleuren  die  verschillend  zijn,  kunnen  meerdere contrastnamen hebben. Zo is blauw naast geel een warm-koudcontrast, een licht-donkercontrast, maar ook een complementair contrast.

Beste verhouding bij het combineren van kleuren

Kleurcontrasten
We kunnen verschillende contrasten onderscheiden. In dit Hoofdstuk gaan we er een aantal behandelen.

kleur-tegen-kleurcontrast 

a) Kleur-tegen-kleurcontrast
De drie (verf)primaire kleuren versterken elkaar het meest als ze tegen elkaar liggen.
Hit versterken gebeurt ook bij de andere zuivere kleuren (niet gemengd met wit of zwart).

 

 

licht-donkercontrast

b) Licht-donkercontrast
Het verschil in helderheid, de mate waarin het licht door de kleur wordt weerkaatst, bepaalt het contrast tussen twee kleuren. Het sterkste licht-donkercontrast is het contrast tussen wit en zwart.

 

 

koud-warmcontrast

c) Koud-warmcontrast
De kleuren worden ten opzichte van elkaar als koud of warm ervaren.
Oranjerood of scharlaken is de warmste en blauwgroen of mangaanoxide is de koudste kleur.

 

 

 

complementair contrast

c) Complementair contrast
Door een kleur te combineren met de tegenoverliggende kleur uit de kleurencirkel, wordt zijn stralingskracht optimaal. Gemengd met elkaar worden ze zwart.

 

 

simultaan contrast

d) Simultaan contrast
Het menselijk oog verlangt bij een gegeven kleur altijd tegelijkertijd de complementaire kleur en roept hem zelfs op wanneer hij niet is gegeven.

 

 

kwaliteitscontrast

e) Kwaliteitscontrast ( verzadigingscontrast)
Binnen een kleur kijk je naar het verschil tussen de schakeringen van de tinten. Dit wordt ook wel monochroom ton-sur-ton genoemd. Je hebt ook polychroom ton-sur-ton en dat is de kleurverandering van bijvoorbeeld geel naar rood.

 

 

kwantiteitscontrast

f) Kwantiteitscontrast
contrast door verschil in hoeveelheid kleur, oftewel de oppervlaktegrootte. Bij dit contrast gaat het om de combinatie van stralingskracht en oppervlak van kleurvlekken. Een kleur met veel stralings- kracht heeft een veel kleiner oppervlak nodig om in verhouding te zijn dan één met weinig stralingskracht. De verhoudingen zijn rood : oranje : geel : groen : blauw : violetis 6 : 8 : 9 : 6 : 4 : 3.

 

Kleuren toepassen
Om kleuren bij het etaleren te kunnen toepassen moet je eerst weten wat de functie is van kleur. Kleur kan een presentatie aantrekkelijker maken, het kan een gewenste sfeer scheppen, het kan de aandacht trekken van voorbijgangers en het kan artikelen beter uit laten komen. Vraag je voor je begint altijd af waarvoor je kleur wilt gebruiken.

Tips voor het gebruik van kleur:

  • Gebruik niet te veel kleuren in een presentatie. Probeer je te beperken tot één of twee kleuren, eventueel aangevuld met een neutrale tint. Een opvallende kleur die overheerst, heeft een sterke blikvangende werking, bijvoorbeeld vuurrode artikelen in een witte of zwarte ruimte.
  • Gebruik zo veel mogelijk actuele modekleuren. Je kunt dan kiezen voor een artikel in die kleur of juist con- trasterend met de modekleur als achtergrond.
  • Gebruik de kleuren van de tijd van het jaar. Bijvoorbeeld pasteltinten in het voorjaar; frisse, heldere kleuren in de zomer; warme herfstkleuren in het najaar en koude donkere kleuren in de winter.
  • Probeer de kleuren af te stemmen op het karakter van het artikel en de doelgroep. Bijvoorbeeld vrolijke kleuren bij kinderkleding, heldere kleuren bij sportartikelen, enzovoort.

 

 

Flora

Algemeen

Flora reader groencursus Helden    

Flora presentatie groencursus Helden
  

Flora lesplanning natuurgidsencursus
    

Flora onkruid
   

Flora basisbegrippen presentatie NGCML  

Flora presentatie NGCML
Bomen en struiken

Bomen en struiken reader groencursus Helden
  

Bomen en struiken presentatie groencursus Helden
 

Bomen en struiken knoppentabel
     

Bomen en struiken observeren praktijkopdracht
  

Bomen adopteer een boom jeugdopdracht
  

Boomringen   

B
omenuitwerking bij opdracht over afgezaagde boom
Bomen en struiken knoppentabel     

Bomen en struiken knoppen determinatietabel
Gaswisseling en
voeding

Fysiologie NGCML presentatie
   

Citroenzuurcyclus NGCML
  

Fysiologie huidmondjes practicum
 

Gaswisseling reader
    

Voeding reader
Kruidachtige planten

Flora grasonkruiden presentatie
  

Flora grassen  

Flora inheemse planten
Morfologie en
anatomie

Flora bladeren werkblad   

Flora stengels en wortels werkbladen    
Flora bloemen werkblad 
Flora morfologie groencursus Helden
Flora morfologie werkbladen groencursus Helden   

Flora wortels presentatie en winterkenmerken 
Flora morfologie opdrachten in Excel NGCML    

Flora wortels, stengels en bladeren practicum    
Flora wortels, stengels en bladeren opdrachten
Flora weefsels en transport presentatie      

Flora bevruchting afbeelding    
Flora determineren witte dove netel    
Flora bladstanden en bladvormen afbeeldingen     


Lagere planten

Mossen determinatieboek Jan Kersten
  

Mossen op bomen determinatietabel
   

Paddenstoelen kinderwerkboekje

Sporenafdruk maken
Korstmossen presentatie  

Paddenstoelen ecologie presentatie
 

Paddenstoelen systematiek presentatie  

Paddenstoelen beschrijvingsformulier
Ordenen

Flora determineren systematiek presentatie   

Flora ordenen practicum 
Flora Ordenen presentatie NGCML  
Ordenen planten en dieren 
Flora systematiek reader

Practicum en
excursies

Bomen en struiken observeren praktijkopdracht
 

Bomen adopteer een boom jeugdopdracht
 

Huidmondjes practicum
  

Flora organen plant praktijkopdrachten groencursus Helden
 

Flora bloemen practicum groencursus Helden
    

Flora ordenen practicum
   

Flora kiemproeven     
Flora Herbarium
  
Sporenafdruk maken


Voortplanting

Flora voortplanting presentatie   

Flora voortplanting presentatie groencursus Helden        

Flora bloemen, vruchten en zaden presentatie
    

Flora geslachtelijke voortplanting presentatie
  

Flora ongeslachtelijke voortplanting presentatie    
   

Flora voortplanting en celdeling presentatie
   

Flora kiemproeven practicum

 

Fauna

Algemeen 

Fauna basiskennis Zuid Limburg    
Fauna basiskennis Noord Limburg NGCML 
Fauna dierenwereld kinderopdrachten
Fauna diersporen opdrachten  
Fauna diersporen presentatie  
Fauna diersporen NGCML 
Fauna gewervelde dieren cursus  
Fauna gewervelde dieren reader groencursus  
Fauna gewervelde dieren presentatie 
Fauna gewervelde dieren eigenschappen en bouw   
Fauna camouflage       
Fauna roofdieren presentatie  
Fauna vissen vinnen en schubben  
Fauna vissen bouw opdrachten
Fauna ganzenspel
Fauna vleermuizen reader NGC-ML   
Fauna vleermuizen op kerkzolders
    

Zoogdieren
das

Fauna zoogdieren zenuwstelsel schaap  
Fauna zoogdieren reader groencursus  

Geleedpotigen

Fauna insecten praktijkopdracht    
Fauna spinnen zoekkaart     
Fauna spinnen ogen
Fauna duizendpoten zoekkaart  
Fauna geleedpotigen presentatie   
Fauna geleedpotigen reader groencursus Helden
Fauna bijen determinatietabel   
Fauna bijen van Nederland    
Fauna miereninformatie

Fauna zweefvliegen
Fauna nachtvlinders
Fauna vlinders zoekkaart
Fauna geleedpotigen bezoekers van insectenhotels
Fauna geleedpotigen reader NGCML
Fauna bijen gifvrije planten  

Ordenen

ordenen dieren

Fauna ordenen opdrachten   
Fauna dieren in nesten opdrachten  
Fauna ordenen diersystematiek    
Fauna ordenen diergroepen 
Fauna indeling dierenrijk met opdrachten   

Practicum
DSC_5218

Fauna ganzenspel  
Fauna vogels in de tuin opdracht   
Fauna vogels braakballen practicum 1   
Fauna vogels braakballen practicum 2   
Fauna vogels braakballen practicum 3     
Fauna vogels uilenballenpracticum 4
Fauna vogels schedelpracticum   
Fauna vogels vetbollen maken practicum  
Fauna insecten praktijkopdracht  
Fauna diersporen opdrachten   

Reptielen en amfibieën

amf

Fauna amfibieën en reptielen reader groencursus   
Fauna padden werkblad
    

Fauna padden werkblad-antwoorden     

Vogels

vogels2

Fauna Vogels achteruitgang van de grutto artikel     
Fauna Grutto lesbrief  
Fauna vogel nestkastjes   
Fauna vogels nestkasten ophangen
Fauna vogel voederplaatsen   
Fauna vogels vetbollen maken practicum
Fauna vogels in de tuin opdracht    
Fauna tuinvogels vragen      
Fauna vogelnamen in 5 talen    
Fauna vogel geluiden oefening       
Fauna vogels snavels presentatie      
Fauna vogels snavels oefening  
Fauna vogelcursus
Fauna vogels basiskennis NGC-ML
Fauna roofvogels algemeen NGC-ML   

Fauna roofvogels soorten NGC-ML  
Fauna vogelcursus reader groencursus Helden

Fauna vogels kijken tips    
Fauna vogels in de winter presentatie   
Fauna vogels braakballen practicum 1   
Fauna vogels braakballen practicum 2    
Fauna vogels braakballen practicum 3
Fauna vogels uilenballen practicum 4
Fauna muizenresten zoekkaart
Fauna vogels presentatie groencursus Helden     
Fauna roofvogels presentatie     
Fauna vogels schedelpracticum   
Fauna vogels lichaamsbouw kip
Fauna vogels per biotoop         
Fauna vogelcursus-1 presentatie   

Fauna vogelquiz            
Fauna vogels zoekkaart  vogels op school

 

Bossen

De Nederlandse bossen zijn volgens de SNL kartering in negen verschillende beheertypen ingedeeld. In Noord-Brabant zijn daarvan acht aanwezig: rivier- en beekbegeleidend bos, hoog- en laagveenbos, haagbeuken- en essenbossen, dennen-, eiken- en beukenbos, droog bos met productie, vochtig bos met productie, vochtig hakhout en middenbos, en drooghakhout.

Inhoud

Inleiding………………………………………………………………………………………………………………. 56
1      Ondergronden………………………………………………………………………………………………… 56
2      Keramiek……………………………………………………………………………………………………….. 56
2.1      Klei………………………………………………………………………………………………………………. 57
2.2       Indeling………………………………………………………………………………………………………. 59
2.2.1       Biscuit……………………………………………………………………………………………………… 59
2.2.3       Steengoed of Gres…………………………………………………………………………………….. 60
2.2.4       Porselein………………………………………………………………………………………………….. 60
2.3       Vormgeving:……………………………………………………………………………………………….. 61
2.3.1       Handmatig vormen…………………………………………………………………………………… 62
2.3.2       Machinaal vormen……………………………………………………………………………………. 64
2.4       Glazuren…………………………………………………………………………………………………….. 65
2.5       Kwaliteit…………………………………………………………………………………………………….. 67
2.6       Pottenbakkerijen…………………………………………………………………………………………. 67

 

Inleiding

Als je in tuincentra en bloemenwinkels rondkijkt, zie je niet alleen een grote hoeveelheid levend materiaal als bloemen en planten, maar ook de ondergronden waar we die bloemen en planten in verwerken. Denk bijvoorbeeld aan een mooie vaas voor een boeket, een trendy pot voor een kamerplant, of een wintervaste balkonbak voor buitenplanten.

In deze ondergronden zitten grote prijs- en kwaliteitsverschillen. Het is van belang dat je weet wat de oorzaken van deze verschillen zijn, zodat je een klant goed kunt adviseren bij zijn of haar keuze. Dit bereik je door je te verdiepen in de achtergronden en de fabricage van deze ondergronden.

1        Ondergronden

Voor het maken van bloemwerk gebruiken we vele soorten ondergronden gemaakt van verschillende materiaalsoorten. Om een keuze te kunnen maken welke ondergrond we kiezen voor b.v. bloemwerk, moeten we de mogelijkheden en eigenschappen kennen van de diverse ondergronden.
In de volgende pagina’s vind je een informatie overzicht van de verschillende ondergronden gemaakt uit aardewerk. Het betreft de eigenschappen en productieprocessen. Een ander woord voor aardewerk is keramiek.

2        Keramiek

De grondstof voor het maken van keramiek is klei. Klei is een materiaal dat overal op de wereld te vinden is. In Nederland komt het vooral voor langs de grote rivieren.

Het bijzondere ervan is de kneedbaarheid, de plasticiteit. Dit wil zeggen dat, wanneer je in een stuk klei knijpt, de afdruk van je hand erin blijft staan. Als je er een figuurtje van maakt of er een kom van kneedt, dan houdt de klei zijn vorm. Deze eigenschap van klei is al heel lang door mensen benut. Klei werd gebruikt om potten, kommen en urnen te maken en ook kralen en beeldjes. Tevens werd klei gebruikt om hutten dicht te smeren. Heel belangrijk was de uitvinding van het bakken. Toen de mens het vuur had ontdekt, bleek dat voorwerpen van klei in dat vuur hard en sterk werden; en dat ze na het bakken niet opnieuw weer zacht werden in water.

Vondsten van dit primitieve pottenbakkerswerk zijn vaak de oudste overblijfselen van vroegere beschavingen. De oudste dateren van ongeveer 10.000 v. Chr. Bij verhitting verandert klei dus in steen. Alles wat uit klei wordt gebakken noemen we keramiek.

2.1     Klei

De klei die we in de grond vinden is ontstaan door verwering van verschillende gesteenten. Er is daardoor ook een groot verschil in de samenstelling van verschillende kleisoorten.

Het meest wordt zgn. steengoedklei gebruikt in de pottenbakkerij.

Klei voor fijn keramiek wordt uit Duitsland en Engeland geïmporteerd. Nederlandse klei wordt voor grof aardewerk gebruikt, zoals rode bloempotten.

Klei bevat hele kleine deeltjes die de vorm hebben van uiterst dunne plaatjes  (± 2 micron). Deze plaatjes kleven door het in de klei aanwezig water aan elkaar. Hierop berust de plasticiteit van de klei.

Aan klei wordt kwarts (zand) en krijt toegevoegd. Kwarts maakt klei beter vormbaar en krijt zorgt er voor dat de klei sterker en minder poreus wordt. Wanneer er bij temperaturen boven de 1200 graden wordt gebakken dan gebruikt men veldspaat. (dit zorgt voor een goede waterdichtheid).

De kleur van de gebakken klei wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van ijzer:

Wit of lichtgrijs bakkende klei bevat vrijwel geen ijzer;

Geel en roodbakkende klei: 2-6 % ijzer;

zwartbakkende ook een beetje mangaan.

Vaak wordt aan klei chamotte toegevoegd. Dit is klei die al gebakken is en in gemalen vorm door de klei wordt gemengd. De Korreltjes chamotte zijn vaak te zien aan het oppervlak van producten, dat dan ruw is. Klei bevat ongeveer 30 % water, dat tijdens het drogen en bakken verdampt. Dit veroorzaakt het krimpen. Deze krimp bedraagt 10 – 15 %.

Als het krimpen onregelmatig verloopt, geeft dit scheuren.

Het drogen van vooral grote producten moet daarom langzaam (2 – 6 weken) gebeuren. Ook de toevoeging van chamotte, die geen water meer opneemt voorkomt droog- en bakproblemen.

2.2     Indeling

Wanneer klei gebakken wordt bij verschillende temperaturen hebben we ook te maken met verschillende benamingen:

2.2.1  Biscuit

Dit is klei die nog maar eenmaal gebakken is bij een temperatuur van 800 graden Celsius. Het product is nog vrij zacht en poreus. Na deze eerste ovenbehandeling wordt op het aardewerk glazuur aangebracht. Glazuur maakt dan bij de tweede maal bakken het voorwerp waterdicht.

2.2.2  Roodstenen aardewerk

Het bekendste roodstenen aardewerk is de roodstenen bloempot.  In bloemenwinkel of tuincentrum verkoop je deze potten voor twee verschillende doeleinden;

–        Als binnenpot om een kamerplant in te poten. Deze potten zijn gebakken bij een temperatuur van 1000 graden Celsius en zijn poreus.

–        Als ompot voor in de tuin. De modellen zijn verschillend van vorm en soms zeer fantasierijk. De meeste van deze potten kun je in de winter niet buiten laten staan, omdat ze dan kapot vriezen. Deze zijn van klei gebakken bij een temperatuur van ongeveer 1000 graden Celsius. Er zijn ook roodstenen potten die wel winterhard zijn, die potten worden bij minimaal 1200 graden Celsius gebakken.

2.2.3  Steengoed of Gres

Dit is klei gebakken bij een temperatuur van ongeveer 1150 tot 1350 graden Celsius. Het voorwerp is dan soms nog poreus en meestal gesinterd. (bij sinteren gaan enkele bestanddelen smelten waardoor de poriën dicht gaan).

2.2.4  Porselein

Klei gebakken bij een temperatuur van 1300 graden Celsius. Gesinterd, verglaasd, transparant en bijna altijd wit. Het is als het ware gesmolten en weer gestold.

Van klei kunnen allerlei producten worden gemaakt. We kunnen deze indelen in:

–        Grof keramiek; hiertoe rekent men stenen, dakpannen, gresbuizen e.a.

–        Technisch keramiek; hiertoe behoren isolatieporselein en materialen voor de ruimtevaart.

–        Fijn keramiek; hiertoe rekent men

  1. industrieel: sanitair b.v. wasbakken, en huishoudelijk: b.v. serviezen)
  2. ambachtelijk pottenbakkerswerk: potten, schalen, vazen, serviezen e.d.)

2.3     Vormgeving:

Voordat men de klei gaat vormen zal deze eerst voorbewerkt moeten worden. We noemen dit proces “walken”(=kneden). Door deze bewerking wordt de nog aanwezige lucht uit de klei verwijderd.

Er zijn veel manieren om de gewenste vorm te krijgen. De belangrijkste vormgevingstechnieken kun je verdelen in handwerk en machinaal vormen. De volgende schema’s geven een overzicht:

2.3.1  Handmatig vormen

Handvormen (boetseren)
De oudste en meest “voor de hand” liggende manier van vormgeven is: uit een stuk klei een hol of massief voorwerp kneden. Het is ook mogelijk uit plakken of rollen klei een vorm op te bouwen. Deze techniek wordt nog veel gebruikt voor het maken van niet ronde, grote en aparte werkstukken.

Handdraaien
Een belangrijke stap vooruit in mogelijkheden van vormgeving was de uitvinding van de draaischijf (+/- 3000 v.Chr.). De eerste was waarschijnlijk een platte steen met een holte aan de onderkant, gebruikt door primitieve volken en in geperfectioneerde vorm in India. Uit deze schijf ontwikkelde zich via vele tussenstadia de huidige met de voet aangedreven draaischijf en de machinale schijf.

Werkwijze van het handdraaien:

Bij het draaien wordt een stuk klei op de schijf geplaatst. Met natte handen wordt, terwijl de schijf draait, dit stuk klei in het midden geplaatst (centreren). Doordat het stuk klei tussen de handen wordt gehouden neemt het tevens een ronde vorm aan. Als dit gelukt is, wordt met de duimen een gat gemaakt tot op de bodem van de pot of vaas in wording.

Nog steeds ronddraaiend wordt nu de wand van de pot met de handen (één binnen en één buiten) omhoog gewerkt (= optrekken), tot de pot (vaas of schaal) geworden is tot wat de draaier voor ogen had.

Daarna kan het gemaakte voorwerp van de schijf worden afgesneden met behulp van een snijdraad. Het product heeft nu wat tijd nodig om te drogen. Wanneer het voorwerp nog niet helemaal droog is, kan het worden afgewerkt en eventueel van oren e.d. worden voorzien. De klei is dan op dat moment “leerhard”.

Gieten in mallen /handmatig

Bij het gieten wordt de klei vloeibaar gemaakt, door toevoeging van elektrolyten en alkaliën, zoals soda of waterglas. De klei wordt gegoten in gipsmallen. Deze mallen uit gips zijn zeer poreus, en zuigen het water uit de klei. Na een paar uur is zo tegen de binnenkant van de gipsmal een wand van stevige klei ontstaan. De nog vloeibare klei in het binnenste deel wordt uitgegoten en de zo ontstane vaas kan uit de demonteerbare mal genomen worden.

Het gietproces wordt in de keramiek erg veel toegepast. Het is mogelijk alle ronde en onregelmatige modellen te gieten. Deze methode wordt ook veel toegepast bij plastieken.

2.3.2  Machinaal vormen

Machinaal gieten
Er zijn tegenwoordig ook installaties die massafabricage van gietwerk maken.
Ook in deze geautomatiseerde vorm is dit proces nog erg arbeidsintensief, omdat een aantal onderdelen toch handwerk blijft. Denk maar eens aan het openen van de mallen en het weghalen van de gietnaden.

Machinaal draaien

Voor massaproductie zijn technieken ontwikkeld die het mogelijk maken grote aantallen van een model in een vaste maat maken. Meestal wordt hierbij gebruik gemaakt van een ronddraaiende buiten- of ondermal van gips, waarin of waarop een metalen arm de klei in de gewenste vorm drukt. Na enige droogtijd “lost” het gedraaide voorwerp van het gips en kan dan afgedraaid worden. Deze manier van werken is zeer geschikt voor vlakke schalen en kommen en voor vazen van een niet te nauw model.

Machinaal persen

Bij het persen wordt gebruikt gemaakt van een zeer stijve tot bijna droge klei. In mallen van metaal, gips, rubber of kunststof wordt deze onder zeer hoge druk in gewenste vorm geperst. De machines zijn vaak zeer gecompliceerd. Bij grote aantallen is het een goedkope manier van werken. Vooral bloempotten van een conisch model worden zo veel gemaakt maar ook veel keramiek voor de elektrotechniek.

2.4     Glazuren

Glazuur is een glasachtig materiaal dat het aardewerk sterker maakt, een glanzend uiterlijk en eventueel een kleur geeft, en waterdicht maakt. Je lost de grondstoffen op in water. Eenmaal op het aardewerk zal het biscuit of de leerdroge klei het water onttrekken aan het glazuur. In de oven verdampt het water vervolgens en wordt de glazuurlaag hard.

Glazuur bestaat meestal uit:

–        Klei

–        Kwarts  (=uit kiezelzuur bestaande delfstof, soms waterhelder, wit of gekleurd)

o.a. Agaat, Amethist en chalcedon)

–        Veldspaat         (=een rood of witachtig gesteente. Hoofdbestanddeel van graniet)

–        Metaaloxiden   (werkt als smelt- en kleurmiddel)

Glazuur heeft een samenstelling die overeenkomt met die van klei, afgezien van de smeltmiddelen. Hierdoor wordt verklaard dat glazuur zich tijdens het bakken hecht aan de steen (de scherf). De eigenschappen van verschillende glazuren zijn:

–         Transparant glazuur

–         Dekkende glazuur

–         Matte glazuur

–         Craquelé (als decoratie bewust toegepast haarscheuren)

–         Kristal glazuur

–         Zout glazuur

De kleuren van de glazuren worden verkregen door kleurende metaaloxiden toe te voegen:

–           koper: groen, turkoois

–           kobalt: blauw, samen met ijzer en koper of mangaan geeft kobalt zwart

–           mangaan: paars en bruin

–           ijzer: bruin, van geelbruin tot roodbruin, samen met antimoon en vanadium geeft ijzer geel

–           chroom met tin: roze en rood

–           cadmium en seleen: oranje en rood

Glazuur kan op de volgende manieren worden aangebracht:

Dompelen

Hierbij pak je het voorwerp bij hals en voet en dompel je het onder in het glazuur. Het nadeel van deze methode is dat je erg veel glazuurvloeistof moet aanmaken

Overgieten

Hierbij zet je voorwerp op een rooster in een bak en giet de glazuurvloeistof er over heen.

Ingieten

Om de binnenkant te glazuren kun je het voorwerp vullen met glazuurvloeistof en het bewegen zoals iemand dat doet die wijn gaat proeven.

Kwasten

Op plaatsen waar je met een van de eerder genoemde methoden niet goed bij kunt, kun je met een kwast de glazuurlaag aanbrengen.

Bespuiten

Machinaal glazuren wordt gedaan door middel van spuiten.

 

2.5     Kwaliteit

Aan de hand van de vorige pagina’s kun je vaak al een oordeel vellen over de prijs van een stuk keramiek. Is het uniek of een uit een serie? Zijn de grondstoffen duur of juist voordelig? Is er veel handenarbeid voor nodig of is met een machine een hoge productie te halen?

Dit zijn allemaal factoren die je jezelf kunt afvragen. Een speciale, lage prijs wordt vaak gemaakt voor de zogenaamde b-keuze of tweede kwaliteit. Dit zijn producten waar iets aan mankeert, en die tegen een lagere prijs worden aangeboden. Grote partijen met deze eigenschappen vind je vaak terug in de uitverkoop of in de markthandel.

2.6     Pottenbakkerijen

Enkele bekende pottenbakkerijen in Nederland zijn:

Mobach te Utrecht

Zaalberg te Leiderdorp

Ciro te Beesel

Klaas Fenne de Leeuwe

Cor Unum te ’s Hertogenbosch

Ecri te Katwijk

 

Bijlage

Aardewerk is een van de meest gebruikte materialen binnen ons vak. Hieronder staat schematisch weer gegeven hoe de belangrijkste producten worden gemaakt:

 

AARDWERK (Keramiek) samenvatting van de bereiding

 

KLEI
–

walken

 

 

= kneden

(lucht eruit)

–

vormen

 

boetseren

draaien

gieten

persen

 

–

1e keer bakken

 

 

 

800 graden

 

 

 

1000 graden

 

 

 

1200 graden

 

 

 

1300 graden

 

–

BISCUIT

–

AARDEWERK

–

STEENGOED

–

PORSELEIN

 

–

(schilderen en)

glazuren

 

 

spuiten

dompelen

 

 

= kleuren en waterdicht maken

 

–

2e keer bakken

 

–

AARDEWERK VOORWERP

KLAAR

 

 

 

Heide-tuinen

Inleiding
Een tuin met overwegend zuur minnende planten als heidesoorten, hebe en azalea noemt men een heidetuin.
Het hebben van een heidetuin is trendgevoelig. Op het ene moment is het in de mode terwijl het enkele jaren later als oubollig kan worden gezien. Wanneer gedacht wordt aan het aanleggen van een heidetuin, zijn er om te beginnen enkele punten waar we rekening mee moeten houden.

Sierwaarde
Of je een heidetuin mooi vindt is erg persoonlijk. Heidetuinen wordt vaak aangelegd omdat ze het hele jaar kleur vertonen. Het sortiment aan heideplanten is dusdanig groot dat het mogelijk is om elk seizoen bloeiende heide in de tuin te hebben. Daarnaast is heide bladhoudend met grote verschillen in bladkleur. Na de bloei kunnen groepjes met gele, donkergroene en lichtgroene struikjes een mooi contrast vormen met de bloeiende soorten.

Zuurgraad

Heidesoorten en hun familie (Ericaceae), houden van zure grond. Dit is grond met een lage pH. Voorbeelden van gronden met een hoge zuurgraad zijn veengronden. Deze gronden hebben van nature een lage pH en zijn daardoor erg geschikt voor het aanleggen van een heidetuin.
Kalkrijke grond zoals kleigrond, heeft een hoge pH. Op deze grond zullen de plantensoorten die tot de Ericaceae familie behoren zich niet thuis voelen.
Je kunt gronden zuurder maken door tuinturf door de bovengrond te werken. Een flinke lading koemest maakt de grond ook enigszins zuur. Toch is het af te raden om op zware kleigrond of andere kalkrijke grond een heidetuin aan te leggen. De beplanting zal moeite hebben om er te groeien en op den duur een treurig tafereel te zien geven.

Onderhoud
Het onderhoud van een heidetuin is nogal arbeidsintensief. Dit in tegenstelling van wat meestal wordt gedacht. De heidestruikjes moeten namelijk na de bloei teruggeknipt worden. Dit is nodig om mooie jonge bloeirijke pollen te houden.
Als de heide niet gesnoeid wordt gaan de takken verhouten.
De jonge scheuten groeien over de grond in en door elkaar en na enkele jaren is er alleen een warboel van halfdode door elkaar gegroeide takken te zien. Het gevolg is dat er nieuwe heide aangeplant moet worden.
Bij goed en regelmatig snoeien, gaan de planten jarenlang mee en blijven ze goed in model.

Aanvullende beplanting
De basis van een heidetuin zijn dop- en struikheide. Als we een heidetuin willen hebben, moet de aanvullende beplanting bij het geheel passen.
Alle Ericaceae soorten zijn geschikt als aanvullende beplanting. Enkele soorten zijn o.a. Rhododendron, Pieris, Azalea en Skimmia. Voor de hogere beplanting zijn conifeersoorten geschikt. De brem, jeneverbes en berkenboom groeien van nature in de heidegebieden die in ons land aanwezig zijn. Als aanvulling tussen de heesters kunnen grassoorten gebruikt worden.
Vaste plantensoorten laten zich moeilijk combineren in een heidetuin. Enkele vaste planten geschikt voor de heidetuin zijn; Nepeta, Prunella en Verbascum.

Bijmaterialen
Bij een heidetuin horen natuurlijke materialen. Een pad van boomschors zal mooi passen in een heidetuin, evenals een tuinafscheiding van ruwe planken. Een kleine glooiing kan een leuk effect geven, vooral in combinatie met een vennetje. Grote verhogingen in een kleine tuin zijn af te raden, dit komt onnatuurlijk over, tenzij er van nature een groot hoogteverschil is.

 

Maasduinen

De Maasduinen vormen de langste rivierduinengordel van Nederland. Zij zijn door de eeuwen heen ontstaan uit het samenspel van water, wind en de mens vanaf de tijd dat de Maas nog een zijrivier van de Rijn was. Als je stil bent hoor je de bomen fluisteren, kun je uilen horen roepen in de nacht en zie je dieren in en om de bomen spelen. Of waren het toch de zwervende smokkelaars, de dryaden tussen de bomen of de witte wieven boven de vennen.

Je kunt wandelen of fietsen over de maasterrassen, waarvan het oudste 400.000 jaar geleden gevormd is. Tijdens de laatste ijstijd zijn, toen de wind vrij spel kreeg, paraboolduinen en streepduinen op het laagterras gevormd. De zoektocht naar de bijzonder gevormde en kronkelige eiken, de klokjesgentiaan, bever, vleermuis, gladde slang, zandhagedis, hazelworm, buizerd of doortrekkende kraanvogels kan op een aantal plaatsen beginnen. Wij willen er een paar noemen.

 

 

Startpunten:

Parkeerplaats uitkijktoren Straelens broek, Hanikerweg 73    5943 NA    Lomm . Noordelijk ligt het moerasgebied het Straelse Broek met het cultuurhistorisch dubbelfort Fossa Eugeniana, een grote verdedigingsschans, bestaande uit hoge aarden wallen en droge grachten waarlangs een kanaal van Napoleon nog zichtbaar is. Op de uitkijktoren heb je een mooi uitzicht, met de stijlrand en kwelzones die het moeras voeden.

Parkeerplaats van Brouwerij Hertog Jan, Kruisweg 44, 5944 EN Arcen. De reis gaat (al dan niet na een bezoek aan de brouwerij) via Landgoed de Hamert naar het koningsgraf omringd door heidevelden en meertjes. We bereiken het Geldersch Nierskanaal met zijn schitterende beekvallei met bevers en broedende vogels als de ijsvogel en specht.

Parkeerplaats de Voort, Bongveldweg, 5943 Lomm. Iets meer zuidelijk bij Lomm liggen de Ravenvennen met de Witte berg en het libellen reservaat. Dat is ook het domein van amfibieën als de zeldzame boomkikker, de heidekikker en kamsalamander.

 

Parkeerplaats Zwart Water in Velden, Schandeloselaan, ten noorden van Venlo. Deze ligt nog zuidelijker. Hier komen de knoflookpad en alpenwatersalamander voor. In de herfst is de diversiteit aan paddenstoelen uniek. 

 

Productverzorging 2

Aardewerk
Beregening
Bladverliezende heesters
Bol- en knolgewassen
Bomen en struiken
Bomen
Cement
Coniferen
Dieren en dierbenodigdheden
Droogmaterialen
Een- en tweejarigen
Eetbare tuin
Ericaceae
Fruit
Gazonaanleg
Gazononderhoud
Gereedschap
Glas
Grassen
Groenblijvende Heesters
Groenten en kruiden
Grond en bodem
Hagen
Hardhout
Hout
Hout 2
Hydrocultuur
Kaarsen
Kamerplanten 1
Kamerplanten 2
Kleur
Klim- en leiplanten
Kuipplanten
Kunstplanten
Licht en warmte
Mandwerk
Mandwerk 2
Metaal
Namen leren
Oppotten en verpotten
Plant en licht
Plantengroepen
Plantenvoeding
Plantenziekten
Schoonhouden
Snijbloemen
Snoeien
Snoeien filmpje
Tuinhout
Tuinmeubels
Tuinverharding
Tuinverlichting
Vaste planten
Verduurzamen
Vermeerderen
Verwerken van producten
Verzorging kamerplanten
Verzorging planten
Vijver aanleggen
Vijverwater
Vissen
Voeding
Water en plant
Waterplanten
Zaaien
Zaaikalender 1
Zaaikalender 2