Licht en kleur

Inhoud

Inleiding
1 Definities van kleur
1.1 Taalkundig
1.2 Psychologisch
1.3 Emotioneel
1.4 Natuurkundig
2 Kleurenleer
Primaire kleuren
Secundaire kleuren
Tertiaire kleuren
Contrasten
Kleur en licht
Kleuren toepassen
3 Toepassingen

 

Inleiding
Kleuren zijn niet weg te denken in ons leven. Ze bepalen onze stemming en kunnen ons vrolijk en verdrietig maken. Als er geen kleuren zouden bestaan, zou alles er heel grauw uitzien. Denk bijvoorbeeld maar eens aan zwart-wit films en foto’s. Bij de inrichting van gebouwen als winkels, kantoren en woonhuizen is kleur bepalend voor het resultaat. Binnen creatieve vakken gebruikt men de eigenschappen van kleuren bij het maken van composities en creaties.
We gaan in dit hoofdstuk een aantal zaken bekijken die met kleur en kleur beleving te maken hebben.

1     Definities van kleur
De vraag “Wat is kleur?” kun je vanuit verschillende vakgebieden bekijken. Bijvoorbeeld:
Taalkundig
Psychologisch
Emotioneel
Natuurkundig

1.1   Taalkundig
De bijzonder eigenschap van dingen, om van het licht dat erop of erdoor valt, slechts stralen van een bepaalde, voor iedere stof karakteristieke golflengte terug te kaatsen of door te laten.

1.2   Psychologisch
Kleuren hebben effect op de gemoedstoestand/ gevoel van mensen.

Hoe ervaren mensen kleur?
Rood wordt ervaren als de warmste kleur en blauw als de koudste kleur. Onderzoek heeft uitgewezen dat een geheel rode kamer 3 tot 5 graden warmer wordt ervaren dan deze in werkelijkheid is. Een blauwe kamer wordt als kouder ervaren. Als we naar een blauw en een rood vlak kijken lijkt het of het blauwe vlak van ons afwijkt en het rode vlak naar ons toekomt. Dit gegeven is direct toepasbaar in de bloemsierkunst. Zo kun je visuele diepte creëren in een bloemstuk of in een grote versiering.  Uit onderzoek is gebleken dat donkerblauw zwaarder wordt ervaren als lichtgeel. De onderzoekers hebben mensen donkerblauwe dozen en lichtgele dozen laten sjouwen. Deze dozen waren exact even zwaar, maar de proefpersonen vervaarden de donkerblauwe dozen als zwaarder.

1.3   Emotioneel
Kleur is een hulpmiddel om emoties (per individu verschillend) te uiten. Kleur heeft effect  op de fysiologische huishouding van de mens. Zo wekt een geel vertrek agressie op. Rood stimuleert de uitstoot van adrenaline, versnelt de hartslag en de ademhaling en verhoogt de hartslag. Groen heeft een rustgevend effect. Tussen bonte kleuren wordt de kleur groen als rustig ervaren. Geel is een actieve en stimulerende kleur.

1.4   Natuurkundig
Kleur is ontbonden licht. Kleur maakt het de mens mogelijk om voorwerpen (vormen) te kunnen waarnemen.

Spectrale kleuren
Als licht gebroken wordt neemt het menselijk oog 7 kleuren waar. Deze kleuren heten de spectrale kleuren. Het worden ook wel de kleuren van de regenboog genoemd. Voor het breken van licht kan men een stuk glas of kunststof gebruiken dat tot een prisma geslepen is. Bij een regenboog fungeren de regendruppels als prisma.

De 7 spectrale kleuren zijn : Rood, Oranje, Geel, Groen, Blauw, Indigo, Violet  (ROGGBIV)

Waarnemen van kleuren
Stel je ziet een gele pot. Dit komt doordat er licht op de pot valt. Alleen geel wordt teruggekaatst (gereflecteerd) en komt in jouw ogen terecht. De overige kleuren van het spectrum worden door de pot geabsorbeerd. Hetzelfde geldt voor een rode of blauwe pot. Je ziet ze doordat de betreffende de kleuren op het netvlies van jouw oog terecht komen. Bij een bruine pot Bruine pot worden er meerdere kleuren gereflecteerd en meerdere kleuren geabsorbeerd.Als alle kleuren worden gereflecteerd ervaren wij dit als wit. Als alle kleuren worden geabsorbeerd zien wij dit als zwart.

2     Kleurenleer
Het systeem van kleurenleer dat wij behandelen is ontwikkeld door Johannes Itten. (Docent van “Das Bauhaus”, Duitse stroming in de vormgeving tussen 1920 en 1935 waarbij  functionaliteit centraal staat.) Er zijn meerdere systemen. We zullen dit doen aan de hand van veel gebruikte begrippen.

Wat is kleur en hoe maak je het?

Primaire kleuren
Over dergelijke vragen wordt al eeuwen nagedacht en de antwoorden vind je in de zogenaamde kleurenleer. Op de kleuterschool leerde je al dat je door rode en gele verf door elkaar te roeren oranje verf kreeg. Later leerde je dat er drie zogenaamde primaire kleuren zijn: rood, geel en blauw. Maar inmiddels zijn deze opvattingen achterhaald. Rood, geel en blauw werden primaire kleuren genoemd, omdat je ze niet door vermenging zou kunnen produceren. Maar als je magenta met geel mengt, krijg je een prachtige kleur rood. En magenta en cyaan geven blauw. De primaire kleuren zijn dus niet geel, rood en blauw, maar geel, magenta en cyaan. Deze kleuren kun je niet krijgen door vermenging.

Secundaire kleuren
Door twee primaire kleuren te mengen krijg je andere kleuren: geel en cyaan wordt groen, geel en magenta zoals gezegd rood en magenta en cyaan blauw. Groen, rood en blauw zijn dus secundaire kleuren. Je moet twee primaire kleuren mengen om secundaire kleuren te krijgen.

Tertiaire kleuren
Tertiaire kleuren noem je de kleuren die ontstaan door vermenging van een primaire en een secundaire kleur. Zo is bruin het resultaat van vermenging van rood met groen en oranje krijg je door rood en geel te mengen. Overigens gaat dit alleen op als je verf mengt. Als je verschillende kleuren licht mengt, krijg je heel andere resultaten.

Kleurmenging vanuit de primaire kleuren

Betrouwbare resultaten
De (verf)primaire kleuren cyaan, geel en magenta leveren zeer betrouwbare resultaten wanneer ze met elkaar worden gemengd. Dat is ook de reden waarom deze kleuren in de industrie (fotografie, drukwerk, verfmenging) worden gebruikt. Kijk bijvoorbeeld maar eens met een vergrootglas naar een kleurenfoto.
Wanneer iemand een deuk in zijn auto heeft gereden, is het fijn als, na reparatie, de auto in precies dezelfde kleur wordt bijgespoten. De machine waarmee deze kleur wordt gemengd, gaat uit van de hoofdkleuren cyaan, geel en magenta.

 

Contrasten
Dun-dik, kort-lang, heet-koud. Het zijn een paar voorbeelden van tegenstellingen. Maar als je op straat twee mensen naast elkaar ziet lopen, de één dun en de ander dik, dan merk je dat het uiterlijk van de één dat van de ander versterkt. Juist doordat de ene zo dun is, lijkt de ander nog dikker. Je noemt dit contrast. Eigenlijk kun  je  van  elke  tegenstelling  een  contrast  maken.  In  de  kleurenleer  ligt  dat  iets  anders,  daar  wordt  vooral gekeken naar de verschillen tussen kleuren. Sterker nog, wanneer je kunt zien dat je met twee kleuren te maken hebt in plaats van een kleur, spreek je al van contrast. Bijvoorbeeld: lichtblauw en donkerblauw vormt een licht- donkercontrast.

Alle verschillen tussen kleuren noem je contrasten en deze contrasten hebben verschillende namen, zoals het licht-donkercontrast,  warm-koudcontrast,  enzovoort.  Twee  kleuren  die  verschillend  zijn,  kunnen  meerdere contrastnamen hebben. Zo is blauw naast geel een warm-koudcontrast, een licht-donkercontrast, maar ook een complementair contrast.

Het volgende schema geeft aan in welke verhouding je kleuren het beste kunt combineren .
We kunnen verschillende contrasten onderscheiden. In dit Hoofdstuk gaan we er een aantal behandelen.

Kleurcontrasten

Kleur-tegen-kleurcontrast

 

Kleur-tegen-kleurcontrast
De drie (verf)primaire kleuren versterken elkaar het meest als ze tegen elkaar liggen. Dit versterken gebeurt ook bij de andere zuivere kleuren (niet gemengd met wit of zwart).

 

 

Licht-donkercontrast

Licht-donkercontrast
Het verschil in helderheid, de mate waarin het licht door de kleur wordt weerkaatst, bepaalt het contrast tussen twee kleuren. Het sterkste licht-donkercontrast is het contrast tussen wit en zwart.

 

 

Koud-warmcontrast

 

Koud-warmcontrast
De kleuren worden ten opzichte van elkaar als koud of warm ervaren. Oranjerood of scharlaken is de warmste en blauwgroen of mangaanoxide is de koudste kleur.

 

Complementair contrast

Complementair contrast
Door een kleur te combineren met de tegenoverliggende kleur uit de kleurencirkel, wordt zijn stralingskracht optimaal. Gemengd met elkaar worden ze zwart.

 

Simultaan contrast

Simultaan contrast
Het menselijk oog verlangt bij een gegeven kleur altijd tegelijkertijd de complementaire kleur en roept hem zelfs op wanneer hij niet is gegeven.

 

Kwaliteitscontrast

Kwaliteitscontrast ( verzadigingscontrast)
Binnen een kleur kijk je naar het verschil tussen de schakeringen van de tinten. Dit wordt ook wel monochroom ton-sur-ton genoemd. Je hebt ook polychroom ton-sur-ton en dat is de kleurverandering van bijvoorbeeld geel naar rood.

Kwantiteitscontrast

Kwantiteitscontrast: contrast door verschil in hoeveelheid kleur, oftewel de oppervlaktegrootte. Bij dit contrast gaat het om de combinatie van stralingskracht en oppervlak van kleurvlekken. Een kleur met veel stralings- kracht heeft een veel kleiner oppervlak nodig om in verhouding te zijn dan één met weinig stralingskracht. De verhoudingen zijn rood : oranje : geel : groen : blauw : violet is 6 : 8 : 9 : 6 : 4 : 3.

 

Kleur en licht
Je hebt vast wel eens kleren gekocht en gevraagd of je even buiten mocht kijken, omdat het licht daar anders is. Dus eigenlijk weet je al dat om kleuren te kunnen zien, licht is vereist. Maar misschien vraag je je af waarom dat zo is. Licht, of dat nu van de zon komt of uit een lamp, bestaat uit golven. Bepaalde golven worden opgenomen en omgezet in warmte. Andere golven worden juist teruggekaatst. Deze golven worden door het oog opgevangen en in de hersenen vertaald in een kleurgewaarwording. Als alle golven worden weerkaatst, is er sprake van totale reflectie. Het voorwerp dat je bekijkt, is dan wit. Omgekeerd, als alle golven worden opgenomen, totale absorptie dus, is je waarneming zwart.

Kleuren toepassen
Om kleuren bij het etaleren te kunnen toepassen moet je eerst weten wat de functie is van kleur. Kleur kan een presentatie aantrekkelijker maken, het kan een gewenste sfeer scheppen, het kan de aandacht trekken van voorbijgangers en het kan artikelen beter uit laten komen. Vraag je voor je begint altijd af waarvoor je kleur wilt gebruiken.

Tips voor het gebruik van kleur:

  • Gebruik niet te veel kleuren in een presentatie. Probeer je te beperken tot één of twee kleuren, eventueel aangevuld met een neutrale tint. Een opvallende kleur die overheerst, heeft een sterke blikvangende werking, bijvoorbeeld vuurrode artikelen in een witte of zwarte ruimte.
  • Gebruik zo veel mogelijk actuele modekleuren. Je kunt dan kiezen voor een artikel in die kleur of juist con- trasterend met de modekleur als achtergrond.
  • Gebruik de kleuren van de tijd van het jaar. Bijvoorbeeld pasteltinten in het voorjaar; frisse, heldere kleuren in de zomer; warme herfstkleuren in het najaar en koude donkere kleuren in de winter.
  • Probeer de kleuren af te stemmen op het karakter van het artikel en de doelgroep. Bijvoorbeeld vrolijke kleuren bij kinderkleding, heldere kleuren bij sportartikelen, enzovoort.

Natuurkunde