Waterplanten

Inleiding
Planten die in het water groeien als moerasplant of onder water in een vijver hebben eigen kenmerken voor de groei en vorm. We onderscheiden globaal:

  • Planten die ondergedoken in het water groeien.
  • Planten die op het water drijven.
  • Planten die in het water op de bodem wortelen, maar boven water groeien.
  • Moerasplanten.
  • Oeverplanten op een vochtige grond.

Kenmerken van waterplanten
Waterplanten groeien niet allemaal op dezelfde plaats aan of in het water. Zo groeit een waterlelie in het water en een lis juist aan de rand van het water.
Ook de groeivorm verschilt sterk. Een waterlelie groeit met zijn hartvormige bladeren plat op het water, terwijl de lis met zijn lange smalle bladeren hoog boven het water uitsteekt. Zo heeft elke plant zijn eigen kenmerken. 

Standplaats
Bij de waterplanten maken we onderscheid tussen oeverplanten, moerasplanten en de echte waterplanten. En bij de echte waterplanten onderscheiden we ondergedoken waterplanten (de zuurstofplanten) en de drijvende planten.

Elke groep heeft zijn eigen functies.
Iedere plant heeft zijn eigen standplaats.

De  oeverplanten  zorgen  voor  een  natuurlijke  overgang  tussen  de  waterwereld  en  het  land.  Ze  bieden  een schuilplaats en nestgelegenheid aan allerlei dieren.

De  moerasplanten  zuiveren  het  water  doordat  ze  het  overschot  aan  voedingsstoffen  opnemen.  Daarnaast vinden vissen en andere waterdieren een schuilplaats en nestgelegenheid tussen de stengels en de bladeren.

De ondergedoken waterplanten nemen net als de moerasplanten het overschot aan voedingsstoffen op uit het water. Verder produceren ze zuurstof die voor de vissen en andere waterdieren erg belangrijk is. Bovendien kunnen dieren tussen de planten schuilen of eieren afzetten.

De drijvende waterplanten bedekken het wateroppervlak, waardoor er minder licht op de bodem kan komen. Daardoor zal de zon het water minder sterk verwarmen. Verder bieden de bladeren een schuilplaats aan alle dieren in en op het water.

Groeivormen
De ondergedoken en drijvende waterplanten en de moerasplanten hebben verschillende groeivormen.
De  zuurstofplanten  groeien  snel  breeduit.  De  bladeren  blijven  meestal  onder  water  en  de  bloemen  steken boven water uit.
De drijvende waterplanten daarentegen drijven (zoals de naam al aangeeft) op het water. Hun bladeren liggen plat op het water en de wortels bevinden zich in de bovenste waterlaag. Ook de bladeren van de breeduit groeiende waterlelie drijven op het water, maar de wortels wortelen in de vijvergrond.
De moerasplanten groeien in allerlei vormen. Je kunt zowel smal opgaande als breeduit groeiende planten tegenkomen. Sommige soorten woekeren erg. Ook de hoogte van de moerasplanten kan sterk variëren.

Sierwaarde
Voor het samenstellen van een goede vijverbeplanting is het belangrijk dat je de sierwaarden van de verschillende waterplanten kent. Deze sierwaarden kunnen erg verschillend zijn.

Een plant kan zijn sierwaarde ontlenen aan:

  • de groeivorm;
    • het blad;
  • de bloem;
  • de bloeitijd;
  • de geur;
  • de vruchten;
  • of zelfs verschillende soorten insecten, die de plant aantrekt.

Waterplanten: plantdiepten en toepassingen
De beplanting van een vijver is onmisbaar: de waterplanten kleden de vijver aan. Bij het samenstellen van de vijverbeplanting moet je goed opletten welke planten naast elkaar kunnen staan. Vooral de sierwaarde van de verschillende waterplanten is erg belangrijk. Het is niet zo eenvoudig om de waterplanten te planten. Behalve de gewenste maat en de kwaliteit van de waterplanten is de waterdiepte een van de belangrijkste aandachtspunten.
waterplanten planten video

Maatvoering en kwaliteit
Waterplanten worden gekweekt in potten. Het lijken net vaste planten, maar ze staan in hun pot in een bak met water. De maatvoering bij waterplanten wordt geregeld door de maat van de pot. Achter de naam staat dan P9 of P11. Dat betekent: een pot van 9 of 11 cm breed.
De kwaliteit van de waterplanten beoordeel je zowel bovengronds als ondergronds (in de pot). Bovengronds moet de plant er gezond uitzien en groot genoeg zijn. Ondergronds moeten de wortels een goede kluit vormen.
De ondergedoken waterplanten kunnen ook als bosje verkocht worden. Deze planten zitten niet in een pot. Let erop dat de bosjes groot genoeg zijn en dat de planten gezond zijn.

De waterdiepte

De waterdiepte bij waterplanten.

Bij het aanplanten van een vijver moet je rekening houden met de waterdiepte waarop je de planten zet. Zo mogen oeverplanten niet in het water staan, maar moerasplanten wel.
De moerasplanten plant je op een waterdiepte van 0 tot 30 cm. Elke soort heeft zijn eigen ideale waterdiepte. Deze kun je aflezen op het etiket bij de plant.
De ondergedoken planten mag je op allerlei diepten planten. Vaak worden deze zuurstofplanten gewoon in het water gelegd en verzwaard met bijvoorbeeld een steentje. Daardoor zakken ze naar beneden. Voor de vijver is het echter beter om de zuurstofplanten op verschillende waterdiepten uit te zetten, ook in de eerste twintig cm. In het voorjaar wordt deze waterlaag namelijk verhit. De zuurstofplanten in die zone kunnen dan meteen gaan groeien door de voedingsstoffen uit het water op te nemen. Liggen de zuurstofplanten dieper in het water, dan zouden ze langer in rust blijven. En dan kunnen de algen in deze verwarmde waterlaag toeslaan.

Productverzorging

Aardewerk  Nomenclatuur
Bladverliezende heesters Plantengroepen
Bol- en knolgewassen Plantenvoeding
Bomen en struiken Plantenziekten
Coniferen Schoonhouden
Dieren en dierbenodigdheden Snijbloemen
Droogmaterialen Snoeien
Een- en tweejarigen Tuinhout
Eetbare tuin Tuinmeubels
Fruit Tuinverharding
Gazons Tuinverlichting
Gereedschap Uitplanten van diverse plantengroepen
Glas en kristal Vaste planten
Groenblijvende Heesters Verduurzamen van hout
Grond en bodem Vermeerdering ongeslachtelijk
Hagen Vermeerdering geslachtelijk
Heidetuinen Verwerken van producten
Hout Verzorging kamerplanten
Hydrocultuur Vijver aanleggen
Kaarsen Vijverpompen en filters
Kamerplanten Vijverwater
Kleur Waterdieren
Klim- en leiplanten Water en plant
Kuipplanten Waterplanten
Kunstplanten
Licht en kleur
Licht en warmte
Meststoffen

Waterdieren

Inleiding
Water met de daarin levende flora en fauna hebben een grote aantrekkingskracht op mensen. Dit geldt voor de rivier, de sloot, de plas en voor de vijver buiten en het aquarium binnen. Voor veel tuincentra is de vijver- en aquariumafdeling dan ook een afdeling met veel belangstelling van klanten maar ook van medewerkers.

Vissen
Het aantal vissoorten dat geschikt is voor het aquarium en de vijver is erg groot. Daardoor is er veel kennis nodig om klanten verantwoord te kunnen adviseren. Tuincentra moeten zich om die reden vaak beperken tot de algemene soorten. Dit geldt met name voor het aquarium.
In de vijver of in het aquarium kun je ervoor kiezen om maar één vissoort te gebruiken of om meerdere soorten te combineren. Bij het combineren moet je altijd nagaan of de soorten elkaar verdragen.  Zo zullen grote vissen vaak kleine vissen opeten en zijn er soorten als semitraan die erg agressief zijn.
Als je in een aquarium meerdere vissoorten combineert spreekt men over een gezelschapsbak. Het kan daarbij gaan om zoetwater of zoutwater.
Een voorbeeld van een aquarium met een soort vissen is de ciclidenbak. Deze kun je moeilijk combineren met waterplanten. Bij een aquarium zijn bovendien temperatuur, filter, wateroppervlakte en de zandbodem erg belangrijk bij het maken van de juiste keuze en het combineren van soorten.

Waterdiepte
Bij het kiezen van de vissen moet je ook rekening houden met de diepte waarin ze leven. In de vijver onderscheiden we de volgende waterkolommen:

  • De bovenste kolom is de meest opvallende en ook de warmste waterlaag.
  • In de  middenkolom  zitten  meestal  de  meeste  vis-  en  plantensoorten.  In  deze  zone  kun  je  de  vissen  al moeilijker waarnemen.
  • De onderste kolom is het terrein van de bodemvissen. Alleen bij heel helder water kun je de vissen hier nog waarnemen.

In verband met vorst moet een vijver minimaal 60 a 80 cm diep zijn. Dieper is beter omdat de omstandigheden dan minder wisselen. Aquaria worden verkocht in standaardmaten, zodat je met de waterdiepte eigenlijk nooit in de fout kunt gaan. Maar ook bij aquaria zijn er vissoorten die op verschillende hoogte in de waterkolom leven. Houd daar dus rekening mee bij de keuze van de vissen. Ondiepe aquaria worden snel te warm door de lampen. 20 cm Kun je beschouwen als een minimale diepte bij aquaria.

Geschiktheid van de soort vijver
Welke vissen moet je voor je vijver kiezen? Dat hangt er uiteraard van af wat voor vijver je wilt. Wil je een siervijver met de nadruk op het plantenbestand of juist een met de nadruk op het visbestand? In het eerste geval  moet  je  uiteraard  geen  vissen  aanschaffen  die  de  planten  eten  of  de  grond  omwoelen,  waardoor  de planten ontworteld raken. In het tweede geval is er in je vijver weinig ruimte voor planten. Houd er dan wel rekening mee dat sommige vissoorten alleen goed kunnen gedijen dankzij de beschutting van planten. Voor beide gevallen geldt uiteraard dat de waterkwaliteit altijd optimaal moet zijn om vissen te kunnen houden.

Hoeveel vissen?
Het spreekt voor zich dat er een grens is aan het aantal vissen dat je in een vijver kunt houden. Vaak zie je dat er veel te veel vissen in het oppervlaktewater worden gehouden. Hanteer als richtlijn 5 cm vislengte per 1000 liter water. Neem dus voor een vijver van 5000 liter niet meer dan zes goudvissen en zes goudwindes. Dan wordt het natuurlijk evenwicht niet verstoord.  Bij een aquarium wordt het maximale aantal vissen voor een groot deel bepaald door de waterkwaliteit en wat de consument mooi vindt. Vooral scholvissen hechten niet zoveel waarde aan ruimte. 

 

 

Vissoorten

Het aantal soorten aquariumvissen is gigantisch. De keuze is een kwestie van smaak, ruimte, beschikbare tijd en deskundigheid.
Enkele bekende zoetwater soorten zijn:
– diverse tetra’s
– Betta ofwel kempvis
– guppy
– maanvis
– platy
– black molly
– bicolor
– cycliden
– discus
– modderkruiper

Vijvers worden voornamelijk bewoond door:
– goudvissen
–  goudwinde
–  koikarper

 Combinatie met andere dieren
Je kunt vissen in een vijver ook de combineren met een aantal andere dieren. Hieronder noemen we enkele mogelijkheden.

–     Amerikaanse brulkikkers

Met hun gebrul kunnen ze jou én de buren slapeloze nachten bezorgen. Ze kunnen 22 cm groot worden met poten van 25 cm.

 

 

 

 

–     Salamanders

Ze zijn 2 cm groot en ze kunnen worden opgegeten door de vissen. Ze komen vaak vanzelf in de vijver terecht en leven gedeeltelijk onder water.

 

 

 

 

–     Watermosselen
Watermosselen kunnen overleven in een natuurvijver met voldoende modder op de bodem. Ze filteren het water, maar ze woelen ook onder de grond de waterplanten los. Daardoor vertroebelen ze het water. Hun voedsel bestaat uit muggenlarven, wormen en dergelijke.  In combinatie met vissen zijn ze dus eigenlijk niet zo geschikt. Bovendien kunnen dode mosselen een enorme stank van het water veroorzaken

 

 

 

–     Groene kikkers
Groene kikkers zijn niet plaatsgebonden, maar zullen bij een goede biologische waterkwaliteit in de vijver blijven. Ze overwinteren op het diepste punt van de vijver. Overdag zitten ze meestal aan de rand van de vijver te wachten op een prooi (slakken, wormen, libellen). Iedere groene kikker heeft zijn eigen territorium

 

 

 

–     Bruine kikkers
Bruine kikkers leggen hun eieren tussen de waterplanten maar leven hoofdzakelijk aan land. Ze zijn erg nuttig in de tuin en vangen veel insecten.

 

 

 

Naast deze opvallende dieren zullen zich in een vijver veel kleinere dieren ontwikkelen als muggenlarven, libellenlarven, waterkevers, bloedzuigers, schaatsenrijders enz. Dit waterleven kan de vijver tot een boeiende levensgemeenschap maken.

Minder blij is men in de vijvertuin met visetende vogels als de blauwe reiger en de ijsvogel. Het zijn overigens wel mooie vogels.
Op grote vijvers kunnen eenden, meerkoetjes, fuut en waterhoentjes verschijnen.

Fuut
ijsvogel
blauwe reiger

               

 

 

 

Het transport van vissen
Voordat handelaren vissen transporteren, laten ze de vissen enige tijd vasten, zodat de dieren tijdens het transport minder afvalstoffen (vooral ammoniak en kooldioxide) produceren. Bij een te hoge concentratie van deze stoffen worden vissen tijdens het transport vergiftigd. Het transport van vissen veroorzaakt veel stress bij de dieren. Door verdovende middelen aan transportwater toe te voegen, proberen handelaren van siervissen de  stress  te  verminderen.  Bij  het  gebruik  van  verdovende  middelen  moet  je  de  vissen  extra  voorzichtig behandelen als je ze in bakken met schoon water zet. Bij een te snelle overzetting kunnen de vissen in shock raken en daardoor sterven.

Als een klant een vis koopt dan moet jij op de volgende punten letten:

  • Verpak de vis in een plastic zak met water en daarboven lucht.
  • Gebruik een fijnmazig gaas als je de vis uit de bak haalt, zodat de schubben niet worden beschadigd.

De klant moet bij het vervoer aan de volgende punten denken:

  • Laat de vis na aankoop wennen aan ander water.
  • Tijdens het vervoer mag het water klotsen, er komt alleen maar meer zuurstof vrij.
  • Leg de gesloten zak op de vijver of in het aquarium.
  • Leg een natte handdoek over de plastic zak als de zon schijnt, om verbranding te voorkomen.
  • Het water in de zak moet dezelfde temperatuur krijgen als het water in de vijver of in het aquarium. Dit kan ongeveer een half uur duren.
  • Laat daarna ongeveer een halve liter water van de vijver of het aquarium in de zak stromen, zodat de vis langzaam kan wennen.
  • Vul het water drie keer bij. Het geheel duurt ongeveer een uur.
  • Laat de vissen langzaam uit de zak zwemmen.

Gezondheid van de vissen
Vissen zijn gevoelig voor ziekten. Dit geldt m.n.voor vissen onder kunstmatige omstandigheden als het aquarium en de vijver.
Hieronder staan een aantal symptomen voor het herkennen van ziekten:

Kenmerken van gezonde vissen:
– heldere ogen;
– goede huidskleur;
– gespreide vinnen;
– rugvin staat overeind;
– schubben zijn regelmatig;
– de vis is niet te mager;

Kenmerken van zieke vissen
– troebele ogen;
– schubbeschadigingen;
– sterk vermagerd;
– lusteloos;
– afwijkende ontlasting;
– schimmeldraden op de staartvin.

Houd de vissen gezond. Ook als een klant de nodige voorzorgsmaatregelen heeft genomen kunnen de vissen ziek worden. Vaak gebeurt dit door aankoop van nieuwe vissen. De nieuwe vissen kunnen parasieten meenemen die de andere vissen aansteken. Voor de meeste ziekten zijn er medicamenten. Hierdoor genezen de vissen meestal binnen tien dagen weer.

De meest voorkomende ziekten zijn:

witte stip

Schimmel als witte stip, virus, bacteriën, karperluis, visbloedzuiger en ankerworm.
Ook natuurlijke voedseldiertjes kunnen vissen infecteren. Bij het vangen van watervlooien komt vaak karperluis mee en bij tubifexwormen bloedzuigers. Als de klant nieuwe vissen in de vijver zet, kun je hem een preventief geneesmiddel adviseren waardoor de vissen minder risico lopen.
Zuurstofgebrek kan ertoe leiden da vissen aan de oppervlakte komen om lucht te happen. Dit kun je meestal opheffen door het aanbrengen van een zuurstofpompje, door water te verversen en door het aanplanten van zuurstofplanten als waterpest.

Vissen voeren

pekelkreeftjes

Er is voor vissen allerlei voedsel in de handel, namelijk:

  • levend voer: watervlooien, tubifex, cyclops, rode muggenlarven, zwarte muggenlarve en witte muggenlarven;
  • droogvoeders: vlokkenvoer, tabletten en geperste korrels;
  • geconserveerd voer: diepvries en gedroogd.

Voedsel wordt meestal met de hand toegediend. Voor aquaria zijn voerderautomaten in de handel. Bij overmatig voeren wordt het water voedselrijk waardoor er algengroei kan optreden. Voedsel dat naar de bodem is gezakt kan opgeruimd worden door slakken en modderkruipers.

Bij voedselgebrek kan het gebeuren dat de vissen van de waterplanten gaan eten in het aquarium. Bij een buitenvijver ga  je  de  vissen  pas  voeren  als  de  temperatuur boven  12°C  komt. Als  je  bij  lagere  temp  voert, kunnen de vissen het voer slecht verteren. Voer altijd op dezelfde plek en houd in de gaten of er geen voedselresten op de grond blijven liggen. Hierdoor neemt de waterkwaliteit af. Voer dus met mate en alleen bij warm weer.

Tips voor het voeren van aquariumvissen:

  • Geef meerdere malen per dag kleine hoeveelheden.
  • Geef niet meer voedsel dan ze in enkel minuten kunnen opeten.
  • Zorg voor afwisselende voeding.
  • Voer niet direct nadat je het water hebt gereinigd of vervangen.
  • Voer plantenetende vissen bij met speciaal voedsel.
  • Geef bodembewoners speciaal voedsel, zij eten ook meestal ’s avonds.
hevelen

De verzorging van het aquarium
Een aquarium moet regelmatig worden schoongemaakt. Hierna volgt een opsomming van werkzaamheden om een aquarium in goede conditie te houden:

  • Reinig een aquarium regelmatig.
  • Controleer iedere dag de techniek en de temperatuur.
  • Bekijk het gedrag en het uiterlijk van de vissen en kijk of er geen afwijkingen zijn.
  • Vervang iedere veertien dagen 10-30 % van het aquariumwater (afhankelijk van het visbestand) door leidingwater. Voor het leegzuigen kun je een hevel gebruiken.
  • Zuig vuil van de bodem weg en maak het glas met een magneetreiniger schoon om algenaanslag te verwijderen.
  • Knip snelgroeiende waterplanten met een scherpe schaar tot tweederde af.
  • Geef iedere 14 dagen ijzerbemesting voor de planten.
  • Reinig het filter.
  • Spoel de biologische filtermassa iedere drie maanden met aquariumwater uit. Doe dit voorzichtig zodat niet de waardevolle micro-organismen verdwijnen.

Verzorging van de vijver

Ook vijvers moet je onderhouden. Vissen zijn erg gevoelig voor een slechte conditie van het vijverwater.
Plantenresten haal je er uit met een schepnet.

In de winter is de vijver in rust, de stofwisseling van de vissen is sterk verminderd. De vissen leven nu op de vijverbodem en nemen geen voedsel meer op. Werk nu zo min mogelijk aan de vijver om de winterrust niet te verstoren. Met een ijsvrijhouder kunnen vrijkomende verontreinigde gassen worden afgevoerd.

BRONNEN
Aquariumplanten Leeuwarden 
Aquarium verzamel pagina

Aquariumwater 1
Aquariumwater 2
Aquarium Holgen
Berekeningen
Biologisch evenwicht
Filtersystemen
Filtersystemen 2
Guppy vijvertechniek
Koibonsai   
Koi-info
 
Koi-farm
 
Leven in het water
 
Marechal brochure waterplanten
Notesdejardin vijvers
Stoffen in het water
vijverfolie 
Vijverwater

Vijverleven
Vijverhulp voor planten
Vijverboek
Vijver- en moerasplanten
Vijverplanten
Vijver startpagina
Vijvertrends
Vijverinfo

Vijverpracht
Zwemvijvers
   

 

 

Vijver- en aquariumwater

Waterkwaliteit
Vissen en andere waterdieren moet je makkelijk kunnen zien op enige afstand van de vijver. Daarvoor moet het water helder zijn. Vaak is dat echter een probleem. Algen maken van helder water vaak een troebele groene massa. Water kan pas helder worden als er in de vijver een natuurlijk evenwicht is ontstaan. Daarbij spelen veel organismen en niet te vergeten de waterwaarden een belangrijke rol.

Waterchemie
In water zit een groot aantal opgeloste stoffen, zoals calcium (kalk), fosfaat, stikstofverbindingen, koolzuur en zuurstof. Verder is de zuurgraad van het water belangrijk. De  hoeveelheid  calciumcarbonaat  en magnesiumcarbonaat  in  het  water  bepalen  de  zogenaamde  hardheid  van  het  water.  We  maken  hierbij onderscheid tussen de carbonaathardheid en de gezamenlijke hardheid.

Carbonaathardheid (KH)
De carbonaathardheid wordt ook wel het zuurbindend vermogen genoemd en staat voor de concentratie van bicarbonaten in het vijverwater. Deze bicarbonaten zijn in staat waterstofionen op te nemen en af te staan en daarmee te zorgen voor een stabilisatie van de pH waarde. De carbonaathardheid moet liggen tussen 5-15. Ook deze waarde moet zeker 4 keer per jaar gecontroleerd worden.

Gezamenlijke hardheid
De gezamenlijke hardheid (GH-waarde) geeft de hoeveelheid opgelost calcium (kalk) en magnesium weer. De ideale GH-waarde ligt tussen de 8 en de 12. Deze waterwaarden kun je eenvoudig meten met speciaal daarvoor bestemde testsetjes.

Zuurgraad
De pH of zuurgraad is een maat voor de hoeveelheid opgeloste zuur- of alkalisch reagerende stoffen en is de belangrijkste factor voor het goed functioneren van alle levende organismen in het vijverwater. Onder de 7 wordt zuur genoemd, 7 is neutraal, daarboven wordt het water basisch of alkalisch genoemd. De pH-waarde van het vijverwater mag maximaal schommelen tussen 6 en 8 om een goed biologisch evenwicht te kunnen behouden.
Planten en vissen reageren verschillend op veranderingen in de pH-waarde:
pH<5:
Door gistingsprocessen van bijvoorbeeld bladafval kan de pH plotseling sterk dalen. Er moet dan overgegaan worden tot drastische maatregelen: de vijver ontdoen van bladafval en een deel van het vijverwater vervangen door leidingwater tot de juiste pH-waarde is bereikt. Dit moet wel langzaam gebeuren, om plotselinge temperatuurwisselingen te voorkomen. Met  AquaStart kan het water verder gestabiliseerd worden.
pH<6:
Ook water dat iets te zuur is, kan vissen opzadelen met schade aan huid en kieuwen. Met AquaStart moet het water gestabiliseerd worden.
pH>8
Bij te alkalisch water worden er teveel algen gevormd. De oplossing voor dit probleem is;
water met Aqua pH-minus stabiliseren
Controleren of KH-waarde te hoog is. Zo ja, dan vers water toevoegen.
pH>9
Bij sterk alkalisch water kan vissterfte voorkomen. Ook hier ligt de oplossing in het stabiliseren van het water met Aqua-pH-minus en eventueel vers water toevoegen.

Chemische processen
In gezond vijverwater zijn miljarden bacteriën aanwezig. Zij zorgen ervoor dat de uitwerpselen van vissen, voedselresten, afgestorven plantendelen, enz. worden afgebroken. Afhankelijk van de zuurgraad van de vijver is het resultaat van de eerste fase van het aërobe afbraakproces (dus het afbraakproces onder invloed van zuurstof) het niet giftige ammonium en het uiterst gevaarlijke ammoniak dat door bacteriën in het minder schadelijke nitriet wordt omgezet. Maar over een langere periode kunnen ook hoge nitrietwaarden voor de vissen dodelijk zijn. Hoge nitrietwaarden worden meestal veroorzaakt doordat het aantal nitrobacter bacterien tekort schieten. Dit wijst erop dat de bacteriehuishouding is verstoord of nog niet op gang is gekomen. Redenen kunnen bijvoorbeeld zijn: teveel visvoer, bladresten, plantenresten en zweefafval.
Bij een verder verloop van het afbraakproces zal het nitriet worden omgezet in nitraat. Nitraat is geen gif maar kunstmest dat door nitrosomas bacterien ontstaat uit nitriet. Nitraat wordt een probleem als er te weinig planten zijn. Deze nemen namelijk nitraat op. Met name algen profiteren van te veel nitraat. Om deze reden is het verstandig het nitraatgehalte laag te houden: de algengroei is dan beperkt.

Biologisch afbraakproces
*Ammoniak (NH4, NH3)
d.m.v. aërobe afbraakprocessen o.i.v. nitrobacter bacterieen:

*Nitriet (NO2)
d.m.v. aërobe afbraakprocessen o.i.v. nitrosomas bacterieen:

*Nitraat (NO3)
(en d.m.v. anaërobe afbraakprocessen: stikstof (NO, N2O en N2)

 Biologisch evenwicht
Alle organismen spelen een belangrijke rol bij het biologische evenwicht in een vijver. In een vijver leven verschillende organismen, zoals bacteriën, algen, waterplanten en waterfauna. Die hebben allemaal een eigen taak in het water.

Bacteriën
Bacteriën zetten organisch materiaal om in bruikbare voedingsstoffen voor de planten. Dit organisch materiaal is afkomstig van afgestorven waterplanten, uitwerpselen van vissen en bladeren uit de tuin.

Waterplanten
Waterplanten  nemen  de  vrijgekomen  voedingsstoffen  uit  het  water  op  om  te  kunnen  groeien.  Zolang  de waterplanten deze voedingsstoffen snel genoeg opnemen, kunnen de algen niet groeien. Maar als er meer voeding in het water is dan de waterplanten kunnen opnemen, gaan de algen snel groeien en geven ze het water een groene kleur. Als vijverwater te sterk verwarmd wordt, neemt de hoeveelheid zuurstof af. Daardoor kunnen met name de vissen sterven. Drijvende waterplanten, zoals de waterlelie, voorkomen dit. Ze bedekken namelijk een deel van het wateroppervlak. Op die plaatsen kan de zon het water niet verwarmen. Onderwaterplanten produceren zuurstof. Die is noodzakelijk voor alle organismen in het water, zowel de planten, de vissen als de bacteriën. Zonder zuurstof is er geen leven mogelijk, ook niet onder water.

Waterfauna
Waterplanten en kleine waterdiertjes, zoals muggenlarven, worden gegeten door de vissen. Dat voorkomt dat er een plaag van deze diertjes kan ontstaan. Je moet er toch niet aan denken dat je op een zomeravond niet lekker buiten op het terras kunt genieten van de vijver omdat de muggen je massaal steken.
Naast voeding geven waterplanten de vissen ook dekking. Tussen de waterplanten kunnen ze zich schuilhouden. Ook kunnen ze hun eieren tussen de planten afzetten, zodat deze niet gezien worden door andere vissen.
Hieruit kun je concluderen dat alle organismen in de vijver van elkaar afhankelijk zijn. Er moet een evenwicht heersen, zodat alle organismen kunnen blijven leven. Bij dit biologische evenwicht spelen de waterwaarden ook een belangrijke rol.
Overmatig voeren van de vissen kan het biologische evenwicht in het water sterk verstoren. De vissen zullen dan niet alles opeten en het overschot moet door de bacteriën worden afgebroken. Als dit onvoldoende gebeurt, ontstaat algengroei en kleurt het water groen.

 

Bronnen:

Vijver- en moerasplanten
Vijver startpagina
Koibonsai   
Koi-info
 
Koi-farm
 
Leven in het water

Vijverhulp voor planten
Stoffen in het water 
Aquarium verzamel pagina

Aquariumwater
Marechal brochure waterplanten
Vijverleven

 

Vijverpompen en filters

Inleiding

Mensen willen graag helder vijverwater. Vooral in grote vijvers zal dit vanzelf ontstaan doordat er een biologisch evenwicht wordt ingesteld. Mensen kunnen helpen om het water helder te krijgen en te houden door gebruik te maken van filters en pompen.

 

Filtering
Het biologisch evenwicht in een vijver van cruciale betekenis voor het leven van vissen en planten. Maar tegelijk is het vaak een zeer wankel evenwicht, dat door allerlei invloeden van buitenaf verstoord kan worden. Vaak kan een kunstmatige waterpartij als een tuinvijver voor een goed biologisch evenwicht niet buiten een goed vijverfilter en een krachtige bijbehorende filterpomp die het vijverwater op de juiste snelheid door het filter voert.

We onderscheiden een aantal verschillende filtermethoden die zeker in de uitgebreidere filtersystemen allemaal toegepast worden:

  1. Mechanische filtering
    In deze eerste stap worden de zweefstoffen uit het vijverwater gefilterd. Bladafval, uitwerpselen van vissen, resten visvoer, algen en ander afval wordt door filterborstels en filtermatten uit het water gezeefd.
  2. Biologische filtering
    Op de ingebouwde filtermatten rijpen na ongeveer 6 tot 8 weken nitrificerende bacteriën, die met name ammoniak en nitriet in onschadelijk nitraat omzetten.
  3. Voor dit zogenaamde nitrificatieproces zijn, afhankelijk van de mate van verontreiniging van het water, grote hoeveelheden zuurstof nodig. Daarom beschikken goede vijverfilters over een voldoende groot filteroppervlak, die extra geventileerd kan worden. Toevoegen van een beluchtingpomp zal het nitrificatieproces versnellen en zo zorgen voor een nog betere werking van het filter.

UV-C-apparaat:
Het vijverwater kan naast het filter ook nog door een UV-C-apparaat gevoerd worden. Dit is niet zozeer een filtermethode als wel een extra behandeling die het vijverwater ondergaat. Het vijverwater wordt in het UV-C apparaat langs de UV-C lamp gevoerd. Deze kan zich in het filter maar ook buiten het filter bevinden. Door het UV licht ontstaat er in de celkern van de micro-organismen, die in het vijverwater aanwezig zijn (algen, sporen, schimmels, etc), een fotomechanische reactie die ingrijpt in het celdelend vermogen. Hierdoor kunnen de bacteriën zich niet meer vermeerderen.
Bij UV-C-bestraling van eencellige algen die groene verkleuring van het vijverwater veroorzaken, klonteren deze samen waarna ze in het mechanische en het biologische gedeelte van het vijverfilter opgevangen kunnen worden.

Bij het onderhoud van filters moet je denken aan de volgende punten:

  • Controleer regelmatig of de werking nog optimaal is. Zeker bij de biofilters en mechanische filters is onderhoud van groot belang. Deze filters hebben verschillende lagen van verschillende materialen. Deze materialen moeten eens  in  het  halfjaar  worden  vervangen.  Je  vervangt  dan  de  filterwatten,  de  actieve  kool  en  de keramiek buisjes.
  • Controleer roosters en filters op vervuiling. Een sterk vervuild filter laat te weinig water door en de pomp moet te veel kracht zetten om het water er doorheen te zuigen. De pomp zal dan warmlopen en kapot gaan.
  • Haal de UV-filter in het najaar uit het water en bewaar deze vorstvrij.

 

Pompen

Pompen worden gebruikt om water op te zuigen en weg te pompen. Daarbij wordt het water verplaatst van de ene naar de andere plek. Dat is nodig bij een waterval, fontein of watersteen of om het vijverwater te filteren. Voor  al  deze  toepassingen  heb  je  een  pomp  nodig.  Het  is  dan  ook  niet  verwonderlijk  dat  er  verschillende soorten pompen zijn.

 

Bij pompen maken we onderscheid tussen:

  • magneetrotorpompen;
  • splijtbuispompen;
  • waaierpompen.

 

Bij de magneet rotorpomp draait de rotor as in een magnetisch veld, zowel links- als rechtsom. De magneetro-torpomp is relatief goedkoop en heeft een laag energieverbruik. Een nadeel is de gevoeligheid voor vuil; het filter moet dan ook regelmatig schoongemaakt worden. De capaciteit van de magneet rotorpomp is laag, daarom wordt deze pomp hoofdzakelijk gebruikt voor fonteintjes.

 

Bij de splijtbuis pomp kan de draaisnelheid ingesteld worden. De as draait in één richting. De splijtbuis pomp wordt horizontaal geplaatst waardoor slijtage van de rotor as minimaal is en de pomp lang meegaat. De pomp

is ook een stuk minder gevoelig voor vuil. Het stroomverbruik is laag. De capaciteit is redelijk en afhankelijk van het type pomp. De pomp is geschikt voor bijna alle toepassingen. Een nadeel van dit type pomp is de prijs. De splijtbuis pomp is een stuk duurder dan de magneetrotorpomp.

 

In de waaierpomp zit een waaier die het water verplaatst. In de volksmond wordt deze pomp vaak dompelpomp

of vuilwaterpomp genoemd. De pomp wordt namelijk op de bodem van de vijver geplaatst en is ongevoelig voor vuil. Vroeger mochten deze pompen niet continu draaien omdat ze anders oververhit zouden raken. Dat probleem is echter verleden tijd.

 

De waaierpomp gaat lang mee en is ongevoelig voor vuil in het water. De pomp verplaatst veel water, zodat deze ongeschikt is voor waterstenen en fonteinen. Een nadeel is het hoge energieverbruik.

 

Bij de pompen van tegenwoordig kan maar weinig kapot gaan. Alleen ronddraaiende delen, zoals de as kunnen slijten. Normaal gesproken gaan ze echter jaren mee. Ze moeten wel goed worden onderhouden.

 

In het najaar is het verstandig om de pomp diep in de vijver te laten overwinteren. Een vijver zal op een diepte van 80 cm nooit bevriezen. Als de pomp zo diep kan worden bewaard, moet je de pomp op een vorstvrije plaats bewaren. Vorst beschadigt namelijk de keramische delen. Deze kunnen de vorst kapot springen.

 

Vroeger moesten de pompen in een emmer met water overwinteren. Droog bewaren was niet goed, omdat de rubbers indroogden en de pomp niet meer waterdicht was. Tegenwoordig kun je de pompen echter ook droog bewaren, zeker als je let op de volgende punten:

  • Haal de pomp uit elkaar. Als de pomp rubbers heeft, moeten deze met zuurvrij vet worden ingesmeerd, zodat het rubber soepel blijft.
  • Verwijder de opgezogen rotzooi uit het pomphuis. Dit kun je het beste doen meteen nadat je de pomp uit het water hebt gehaald. Opgedroogd vuil is moeilijker te verwijderen.
  • Maak het filter van de pomp schoon. Het is raadzaam om bij de goedkopere pompen dit filter het hele jaar door regelmatig schoon te maken. Filters zitten in de kleinere pompen die vooral voor een fontein gebruikt kunnen worden.
  • Vervang onderdelen die beschadigd zijn.

 

 

BRONNEN

ijver- en moerasplanten
Vijver startpagina
Koibonsai   
Koi-info
 
Koi-farm
 
Leven in het water

Vijverhulp voor planten
Vijverboek
Aquariumplanten Leeuwarden 
Stoffen in het water
 
Aquarium verzamel pagina

Aquariumwater 1

Aquariumwater 2
Berekeningen
 
Aquarium Holgen
Marechal brochure waterplanten
Zwemvijvers
Vijverfolie 
Vijverwater

Vijverleven
Filtersystemen
Filtersystemen 2
Guppy vijvertechniek
Biologisch evenwicht