Mandwerk

Inhoud
1     Geschiedenis
2     Vervaardiging van manden
3     Eerlijke handel
4     Gebruik
5     Opslag van Mandwerk

Inleiding
Al eeuwen lang worden er van natuurlijke materialen voorwerpen gemaakt die kunnen worden gebruikt om iets in op te bergen of te vervoeren. Ook bij het maken van bloemwerk komen we dit tegen. Denk maar eens aan de manden waarin bloemen werden verzameld.

1     Geschiedenis
Over het ontstaan en het gebruik van bloemenmanden kan men veel fantaseren. Het zal wel net zo gegaan zijn als met het boeket, bloemen samen gebonden met een lint. Zo zal men met het plukken van bloemen voor meerdere boeketten, geïnspireerd zijn door de rijke aanblik van de bloemenpracht in een verzamelmand.

biedermeiermand

In de beginperiode van de bloemsierkunst zie je dan ook dat er hoofdzakelijk hengsel- en dekselmanden gebruikt worden. Vooral in de Biedermeier-periode (+ 1820 – 1850) komt de mand als ondergrond voor het bloemwerk tot grote ontwikkeling. De bekende Biedermeiervorm is vandaag de dag nog in gebruik. Vooral op tentoonstellingen en in grote uitvoeringen ( ± 1.50 m – 2.00 m) is dit een zeer geliefd klassiek werkstuk.

2     Vervaardiging van manden

Er zijn nauwelijks verschillen in productie van mandwerk als je verschillende materialen gebruikt. Alle manden worden ongeveer op dezelfde manier gemaakt. Er zijn wel verschillende manieren van vervaardiging zoals vlechten, ringetjes maken en weven.

In Nederland liggen de arbeidskosten hoog. Daarom worden de arbeidsintensieve manden vaak in landen met goedkope arbeidskrachten vervaardigd. Maar ook in Nederland worden er nog steeds manden gevlochten. Vaak kom je het tegen op braderieën of bij presentaties van oude ambachten. Manden vlechters gebruiken meestal Hollandse materialen. Hun producten kom je in bijna elk huishouden tegen denk aan de hondenmand, de wasmand, het mandje voor op de fiets, enzovoort.

Waarom manden veel gebruikt worden bij het maken van bloemwerk komt door de natuurlijke uitstraling.
Een probleem is echter dat manden niet waterdicht zijn. Vroeger werd dat opgelost met behulp van vetvrij papier. Als alternatief werd later blik of glas gebruikt, ook een voordelige en lichte kunststof pot is goed bruikbaar. Tegenwoordig zie je steeds meer mandjes met een kant- en klare voering van plastic. Het probleem daarbij blijft wel het gevaar van lekkage doordat er gemakkelijk gaatjes in het plastic kunnen komen.

Om iets zinnigs te kunnen zeggen over de ondergrond en de eigenschappen ervan is het wel belangrijk dat je weet van welk materiaal het is vervaardigd. Manden worden gemaakt van plantaardig materiaal. Elk land kent hiervoor zijn eigen materialen. In Nederland wordt gebruik gemaakt van Wilgenteen. Voor het vlechten van manden zijn de twijgen van de Salix, oftewel de wilg, zeer geschikt. De zogenaamde wilgentenen (ook wel griendhout genoemd) worden speciaal voor het vlechtwerk gekweekt. De wilgentenen worden voor verschillende soorten  manden gebruikt.
Verder zien we in Nederland ook veel manden van ander materiaal. Deze producten zijn dan geïmporteerd als grondstof of als kant-en-klaar product.

wilg

Uitgangsmaterialen
De belangrijkste materialen waarvan mandwerk gemaakt wordt zijn:

Teen
Dit is één van de vele wilgensoorten. (Salix)
We kennen drie soorten teen, n.l.
– Grauwe teen
Dit is teen in zijn oorspronkelijke staat met de bast er nog omheen. Het is donker van kleur.
– Bufteen
Dit is grauwe teen die na een kookproces van 24 uur wordt geschild met een schilijzer of machine. Het is dan roodbruin van kleur.
– Witte teen
Dit is de normale grauwe teen die eerst in water wordt gezet waardoor deze doorgroeit. Zodoende kan men makkelijk de bast eraf halen met een schilijzer of machine.
Na het schillen blijft de kleur licht.

Rotan

rotan

Is de stengel van de liaanachtige, klimmende palmsoort. (Calamus siphomaspathus. Deze komt veel voor in Indonesië en groeit 25 tot 40 meter in één jaar tijd.

 

 

 

Pitriet

pitriet

Is de kern van Rotan die op diverse dikten wordt gesneden waardoor uitstekend vlechtmateriaal ontstaat. Pitriet wordt om het een witte kleur te geven vaak gebleekt.

 

 

 

 

Bamboe

bamboe

Is een zeer snel groeiende grassoort met verhouten stengels. Het wordt vaak gespleten verwerkt tot mandjes. Bekend zijn de bamboestokken die bij planten als steun dienen.

 

 

 

Raffia

raffia

Wordt gemaakt van de bladvezels van de Raffia palm. Het wordt meestal in natuurlijke kleur verwerkt en soms ook geverfd. We kennen in de praktijk ook het zgn. “Kunstraffia”. Dit wordt veel gebruikt voor het binden van boeketten.

 

 

 

 

kokosvezel

Kokosvezel
Komt van de bladvoet van de bladeren van de kokospalm. Het materiaal wordt gedroogd daarna verwerkt. Je kunt het gebruiken bij de verwerking van droogbloemen

 

 

 

 

 

berk

Berk
De bast kun je in combinatie met takken verwerken tot mandjes.

 

 

 

 

Lavendel en Calluna (heide)
Hiervan worden vaak mandjes vervaardigd waarin ook nog de bloemen (in gedroogde vorm) te herkennen zijn.

 

Overige soorten die veel voor kunnen komen zijn:

kastanjevezel
maïs biezen
haverstro
hennep
zeegras

 

 

3     Eerlijke handel
Bij de productie van mandwerk, maar ook van andere producten, in zogenaamde lage lonenlanden kunnen kinderarbeid en andere vormen van uitbuiting voorkomen.
Om dat tegen te gaan controleren Westerse organisaties steeds vaker de herkomst en de omstandigheden waaronder hun producten worden gemaakt. Max Havelaar is zo’n organisatie die bananen, koffie en chocola verkoopt..Je kunt Max Havelaar producten kopen bij de supermarkt en ze zijn herkenbaar aan een speciaal logo. Andere producten als mandwerk kun je kopen in zogenaamde fairtrade winkels. Vaak betaal je wat meer dan in andere winkels, maar je weet dan wel zeker dat er van misstanden geen sprake is en dat de vlechters een eerlijke prijs voor hun producten hebben gekregen.

4     Gebruik
Er zijn verschillende redenen om mandwerk te gebruiken:
–     mandwerk is tijdloos;
–     mandwerk kan makkelijk in elke gewenste kleur gespoten worden (Pasen, Kerst, Moederdag, enz.);
–     de prijs van mandwerk is aantrekkelijk door goedkope import uit verschillende landen (China, Filippijnen, e.d.);
–     doordat veel mandwerk met plastic “gevoerd” is, geeft dit geen technische bezwaren. We kunnen b.v. direct een plant inplanten. (Bij het gebruik met steekschuim wel dubbel plastic gebruiken!)

Wanneer wij manden gebruiken om er een droogstuk in te maken, kan het nodig zijn de mand te verzwaren met b.v. een flinke steen. Verder is het belangrijk om mandwerk droog, donker en stofvrij te bewaren.
Mandwerk is er in zeer veel vormen die elk hun eigen mogelijkheden hebben om er in te schikken. Zo zijn er de klassieke biedermeiermanden maar ook zeer strakke vormen.

5     Opslag van Mandwerk
Te veel vocht kan lelijke vlekken veroorzaken. En leiden tot schimmel. Met name lichte manden zijn hier gevoelig voor. Aan de andere kant beperkt ook te droge opslag de levensduur van het mandwerk. Het wordt dan erg broos, Onder invloed van licht kunnen er verkleuringen optreden. Zo kunnen gebleekte manden gelig worden en bruine manden kunnen vergrijzen. Stof kan zich in en op mandwerk goed nestelen en draagt ook niet bij tot een lange levensduur. Probeer dit dus te vermijden.
Voor bloemisten houdt het inkopen van naturel mandwerk geen enkel risico in. Wanneer het wat verkleurt kun je d.m.v. een spuitbus voor elke gelegenheid iets passends leveren, (Pasen: geel; Kerst: rood; geboorte roze of blauw etc.)

 

 

 

Kunstbloemen en -planten

Inleiding
Rond 1960 was het normaal als er in de huiskamer een vaas met fel gekleurde kunststof bloemen stond. De bloemen uit die tijd waren erg opvallend. Vaak zaten er zelfs lampjes in om ze als schemerlamp te gebruiken. Namaak, mooier dan de werkelijkheid,  paste in de trends van die periode.
In de jaren 70 kon dit niet meer. Onder de noemer “terug naar de natuur” moest alles echt zijn en verdwenen de kunstbloemen uit de interieurs. De laatste jaren worden kunstproducten gebruikt als aanvulling en vervanging van levende producten.

Herkomst
Kunstplanten en bloemen worden oneerbiedig ook wel namaak genoemd. Ze zo gemaakt dat ze zo weinig mogelijk van echt te onderscheiden zijn.

Basisproducten als bladeren en takken worden over de hele wereld geproduceerd. Daarna worden er herkenbare producten van gemaakt. Dit is erg arbeidsintensief en wordt daarom vooral uitgevoerd in landen met lage lonen. Hierdoor zijn de producten betaalbaar en concurrerend. Om zo weinig mogelijk transportruimte in te nemen worden de producten samengevouwen. Zo komen ze vaak binnen in het tuincentrum.

Voor de mensen in de ontwikkelingslanden betekent het inkomen. Omdat het voor de  betreffende mensen een inkomen betreft waarvan ze kunnen leven hoeven wij ons niet bezwaard te voelen. Het alternatief zou in veel gevallen geen inkomen zijn. Anders wordt het als het om kinderarbeid gaat.
Het creatieve werk gebeurt vooral in Amerika en Europa. Hier worden de planten in vorm gebogen en in bakken geplaatst. In opdracht worden complete interieurs aangekleed met kunstplanten. Eenvoudig bloemwerk wordt in de producerende landen samengesteld. Zodra het om bijzonder werk gaat gebeurt dat weer in de landen waar het wordt toegepast.

Sortiment
Voor het produceren van kunstplanten en bloemen gebruikt men kunstzijde. kunststof, draad en geprepareerde stammen. Verder gebruikt men middelen om te verven en te prepareren. In ruimtes waar zich meer dan 50 personen mogen bevinden is het verplicht om met brandvertragende producten te werken. Dit geldt ook voor instellingen met niet redzame personen als ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, instellingen waar personen niet zelf de deur open kunnen/mogen maken, gevangenissen  en dergelijke. Er zijn speciale bedrijven die dit prepareren uitvoeren. Als levende producten dusdanig behandeld zijn dat ze kunst benaderen spreekt men over gestabiliseerde producten.

Praktisch alle producten, uit de sierteelt, worden nagemaakt in kunststof of kunstzijde. Ze worden los verkocht aan de particulier, maar vooral gebruikt door bedrijven die aan interieurbeplanting en interieurversiering doen. Deze bedrijven sluiten contracten af met afspraken over verzorging en vervanging. Ook komt het veel voor dat kunstbloemen en –planten verhuurd worden voor speciale gelegenheden.

Kunstbloemen en –planten worden binnen en buiten toegepast. Veel kom je ze tegen in kantoren, in showrooms, in openbare gebouwen, op beursen, Ze geven de mogelijkheid om exotische sferen na te bootsen.

Voorbeelden van producten zijn:
– De kunstkerstboom
– Kunstgras
– Vruchten en zaden
– Takken
– Kamerplanten: blad en bloeiend
– Snijbloemen
– Palmen
– Cactussen
– Bomen
– Struiken
– Arrangementen van bloemen, planten en vruchten

Voor- en nadelen
Veel mensen uit het groene vak staan kritisch tegenover het gebruik van dit soort producten. Het ambachtelijke van het werken met levende producten staat bij hun in een hoog vaandel. Ze vinden het maar niets dat producten neergezet worden op plaatsen waar ze normaal niet zouden kunnen overleven en dat iedereen er mee kan omgaan. Anderzijds vergroten deze producten de mogelijkheden om bloemen en planten dichter bij de mens te brengen.

Voordelen van dit soort producten, vergeleken met levende producten zijn:
–     weinig onderhoud. Ze verwelken niet, gaan niet dood en hoeven niet vervangen te worden.
–     zijn niet van echt te onderscheiden.
–     zijn minder kwetsbaar. Aanraken is geen probleem en als ze met omgevingsstoffen in aanraking komen zullen ze weinig
last ondervinden. Ze worden niet aangetast door parasieten.
–     zijn overal toepasbaar. Beperkende factoren als licht, tocht en temperatuur zijn er praktisch niet
–     altijd in topconditie
–     te verwerken als levende producten.
–     licht van gewicht. Ze zijn gemakkelijk te hanteren doordat ze samengevouwen kunnen worden en weinig wegen.
–     binnen en buiten te gebruiken; winter en zomer. Kunststof planten voor buiten zijn zon-,regen en windbestendig.
Dus een oplossing waar echte planten geen overlevingskans hebben.

Nadelen van kunstproducten ten opzichte van levende producten zijn:
–     onnatuurlijk. Ze leven niet en zien er vaak mooier uit dan levende producten.
–     aanslag op de arbeidsmarkt. Producten gaan lang mee waardoor er geen verse
producten verkocht worden.
Weinig onderhoud. Weinig vakkennis nodig.
–     slecht voor het milieu. De onnatuurlijke grondstoffen doen een aanslag op de
voorraad aan olieproducten en
komen in het milieu terecht. Transport levert luchtvervuiling e.a. op.
Denk aan het probleem van de plastic soep.
–     geen zuiverende werking. Levende planten zuiveren de lucht door het opnemen
van koolzuurgas en het
afgeven van zuurstof. Ook worden schadelijke stoffen geneutraliseerd.
–     saai. Ze zien er altijd hetzelfde uit.

Onderhoud
Onderhoudswerkzaamheden als gieten, bemesten, ziekten bestrijden, snoeien en vervangen zijn niet nodig. Wel moet er toegezien worden op achteruitgang door vandalisme en stof. Ook moet de brandvertraging in de gaten gehouden worden.
Voor particulieren zijn er speciale reinigingssprays in de handel. Deze worden in tuincentra verkocht.
Kwalitatief goede kunstzijde en plastics kun je zonder problemen met warm water reinigen. Je kunt ze gewoon afspoelen. Doe je dit met andere producten dan zullen ze onherstelbaar beschadigen.
Bedrijven sluiten vaak onderhoudscontracten af met hun klanten. Afhankelijk van de vervuilingsgraad van de bloemen en planten worden de producten dan 1 x per jaar of per half jaar verzorgd. De praktijk leert dat 1 x per half jaar het beste voor de beplanting is. Gebouwen waar bijvoorbeeld airco is kunnen veelal met 1 x per jaar volstaan.

Dit onderhoud houdt in dat het complete product verzorgd wordt.
–     schoonmaken van de bloem of plant.
–     schoonmaken van de vaas of plantenbak.
–     indien nodig vastzetten.
–     in vorm brengen blad.
–     nieuw blad voorzien.

 

==========================================

BRONNEN

Jan Cees Lont  Kunstplanten
Kunstplanten.nl   
Fiber Kunstplanten
Hydro Noord Kunstplanten
Impregneren van kunstplanten
Plantadvies
Plantenwacht Kunstzijde
Plantonderhoud
Ambius Zijde
Bedrijfsgroen
Zijdenbloemen.net
Sfeergroen
Artdeco flowers 

Kaarsen

Inleiding
Kaarsen symboliseren licht en warmte. Vaak worden ze geassocieerd met sfeer, romantiek en liefde. Kaarsen worden vaak verwerkt in  bloemwerk en tafeldecoraties.
We kennen veel variatie in vorm, kleur, kwaliteit en toepassingsmogelijkheden.

1 Geschiedenis
In deze tijd waarin elektrisch licht overal als een vanzelfsprekendheid wordt ervaren en waarin kaarsen een artikel zijn geworden dat sfeer en romantiek moet oproepen is het moeilijk ons voor te stellen dat kaarsen vroeger de enige lichtbron waren. De voorlopers van de kaars waren de olielamp en de toorts, waarbij olie, vet en pit al een rol speelden.
Het Latijnse woord voor toorts is “candela”, welk woord wij nu nog terugvinden in het Engelse woord “candle” en in het Nederlandse woord voor kaarsenhouder of “kandelaar”.
In de middeleeuwen werden in Gouda al kaarsen gemaakt door een aantal vlas- of katoenpitten, die op een bepaalde afstand op een stokje hingen, in gesmolten vet of was te dompelen en daarna te laten afkoelen. Deze handeling werd zo vaak herhaald tot de kaarsen de gewenste dikte hadden. Dit waren de goedkoopste talk- of vetkaarsen voor dagelijks gebruik. De kwaliteit was slecht.
Het beste materiaal was de bijenwas, dat een gelijkmatige vlam gaf, rustig brandde en het minst droop. Het was ook het duurste materiaal. Bij erediensten werden deze bijenwaskaarsen gebruikt. In 1826 slaagde de Franse scheikundige Chevreuil er in stearinekaarsen te maken.
Stearine maakte het mogelijk om kaarsen machinaal te maken, omdat stearine in vormen gegoten kan worden.

 

 

Naast het traditionele gebruik in de Kerstperiode zien we steeds vaker dat kaarsen gebruikt worden om de sfeer in en om huis te verhogen. Kaarsen bestaan altijd uit een brandbare, gemakkelijk smeltbare stof. De gesmolten stof wordt door de pit (lont) opgezogen en voedt de vlam. De pit bestaat uit katoenen draden, die uit drie snoeren zijn samengevlochten. Pitten worden met anorganische stoffen geïmpregneerd. Deze pit brandt dan gelijkmatig met de grondstof op. De pit moet aan de kaarsdikte worden aangepast. Bij het doven van de kaarsvlam bedekt de pit zich met een laagje was waardoor deze wordt afgesloten van de lucht en niet nagloeit. Nagloeien heeft als nadeel dat de pit kleiner wordt (verast) waarbij een vettige onaangename rook ontstaat. Opnieuw aansteken van de kaars is dan niet meer zo eenvoudig. Vroeger werd de pit niet geïmpregneerd, waardoor deze niet volledig verbrandde. Deze pit moest dan worden “gesnoten” (= op de juiste lengte afgeknipt).

2 Fabricage
Om kaarsen te vervaardigen worden diverse technieken gebruikt.
1 Rollen (alleen handwerk)
Hierbij rolt men een pit in een van tevoren tot een dunne laag uitgewalste plaat bijenwas.
2 Dompelen (handwerk en machinaal)
Een aantal pitten worden aan een rechthoekige plaat bevestigd. Deze pitten worden in vloeibare was gedompeld. Er hecht zich een dun laagje was om de pitten. Dat stolt, zodra de   pitten uit de massa gehaald zijn. Deze handeling wordt herhaald tot de kaars de gewenste dikte heeft.
3 Gieten (handwerk en machinaal)
Voor het fabriceren van kaarsen met een afwijkende vorm. (bijv. figuren e.d.) Vroeger werden gipsvormen gebruikt. Tegenwoordig worden hiervoor vormen gebruikt van siliconenrubber gebruikt. Het eindproduct wordt vaak gelakt of beschilderd.
4 Persen (alleen machinaal)
Hierbij wordt uitgegaan van paraffinepoeder dat of zelf gefabriceerd wordt of van een raffinaderij gekocht wordt. Dit poeder wordt onder hoge druk in een vorm geperst, waarna de kaars wordt uitgestoten.
Trekken (machinaal)
Dit is een verder mechanisering van het dompelen (B). De kaarsenpit wordt net zo lang door een bad met vloeibare was getrokken totdat de vereiste dikte is bereikt.

We kennen voor het vervaardigen van kaarsen diverse grondstoffen: 

 

Grondstof Omschrijving

 

Gebruik

 

Eigenschappen

 

Was

 

– Een vettige verbinding die door bijen in honingraten afgescheiden wordt – Bij het dompelsysteem

– Voor handwerk

 

– Druipt

– Trekt krom

– Lange brandduur

Stearine

 

– Een mengsel van hogere vetzuren door distillatie verkregen uit oliën en vetten

 

– Bij gieten in mallen – In optrek- of opdruk machine

 

– Druipt niet

– Trekt niet krom

– Zuiver wit

– Stilstaande vlam

– Goede komvorming

Paraffine

 

– Op was lijkende stof, gedestilleerd uit ruwe petroleum

 

– Bij dompelen

– Bij gieten

 

Volledig geraffineerd:

– Laag oliegehalte

– Druipt niet

– Trekt niet krom

– Roet nagenoeg niet

Half geraffineerd

– Hoger oliegehalte

– Druipt

– Trekt krom

– Glazige kleur

Stearine +Paraffine

 

– Mengsel van stearine en paraffine

 

– Bij optrek- en opdrukmachines

 

– Druipt niet

– Trekt niet krom

– Stilstaande vlam

– Goede komvorming

 

3 Het kleuren
Dit kan op twee manieren gebeuren:
1 Door kleurstof aan het gietmateriaal toe te voegen. Dit geeft vermindering van kwaliteit. De brand eigenschappen worden daardoor duidelijk minder goed.
2 Door de kaarsen na vervaardiging in kleurstof te dompelen (nadompelen). Dit geeft uitstekende brandeigenschappen.

Als men in vet opgeloste kleurstoffen gebruikt, kan de kleur na verloop van tijd verschieten. Bij synthetische kleurstoffen die gebruikt worden, treedt géén verkleuring op. Vooral de firma Molca maakt van de zgn. nadompelmethode gebruik. Het voordeel van deze methode is dat er tevens een goede komvorming  ontstaat, doordat de kleurlaag een iets hoger smeltpunt heeft dan de kern van de kaars.

4  Verwerking
Kaarsen verlangen de volgende behandelingen:
–     plaats een kaars nooit in de nabijheid van een warmtebron
–     vermijd tocht, anders gaat de vlam bewegen waardoor de kaars slecht gaat branden;
–     als de kaars gaat walmen, doof haar dan, maak de pit iets korter, (pit nooit rechtbuigen) wacht tot de was gestold is. Steek de kaars dan weer aan;
–     bij uitblazen altijd de hand achter de kaarsvlam houden, dat voorkomt het wegblazen van gesmolten was;
–     doof de kaars bij voorkeur door de pit om te buigen in de vloeibare was en zet      de pit daarna weer overeind (Kaarsendover);
–     als de kaars te dik is voor een kandelaar, houd dan de onderkant in warm water zodat hij zacht wordt; als de kaars te dun is voor een houder, dan is er hechtwas in de handel die de kaars overal kan doen staan. (Bij gekleurde  kaarsen de kleurrand onderaan wegsnijden voor betere hechting);
–     maak nooit een draaiende beweging in de kaarsenstandaard omdat dan de eventuele opgelegde kleurlaag kan beschadigen;
–     als kaarsen in groepjes bij elkaar in een arrangement komen, denk dan aan een juiste onderlinge afstand i.v.m. de warmte van de vlam;
–     als een kaars wat vuil is geworden, dan met een warme wollen doek opwrijven. Bij erg vervuilde kaarsen kunnen deze schoongemaakt worden met tetra (verkrijgbaar bij de drogist);
–     stearinekaarsen kunnen liggend worden opgeborgen, koel en in het donker;
–     bijenwas-, paraffine- en compositiekaarsen moeten hangend aan de pit gebundeld in bosjes worden opgehangen. Ook hier koel en donker.

5  Fabrikanten
Enkele belangrijke fabrikanten zijn:
Apollo – Gouda (Gouda kaarsen)
Bolsius – Schijndel (Produceert vooral de goedkopere kaarsen)
Haweka – Etten-Leur (Produceert een kwalitatief goed product in een (Molca) – ruime kleurschakering)

 

meer informatie

Hydrocultuur en andere watersystemen

Inhoud
Inleiding
1 Hydrocultuur
1.1 Voordelen
1.2 Benodigdheden
1.2.1 De buitenpot
1.2.2 De binnenpot
1.2.3 De watermeter
1.2.4 De kleikorrels
1.2.5 De voedingsstof
1.2.6 Vulbuis
1.3 Verzorging
1.3.1 Water geven
1.3.2 Voeding
1.3.3 Doorspoelen
1.3.4 Verpotten
1.3.5 Snoeien
1.4 Vermenigvuldiging
1.4.1 Stekken op water
1.4.2 Uitwassen
1.5 Welke Planten
2 Semi-hydrocultuur
2.1  Het principe
2.2  Verzorgen
2.4 Voor- en nadelen
3 Seramis
3.1 Benodigheden
3.1.1 Kleikorrels
3.1.2 Sierpot
3.1.3 Vochtigheidsmeter
3.1.4 Plantenvoeding
3.2 Voordelen
3.3  Werkwijze

Inleiding

Planten hebben om te groeien geen grond nodig. De bodem dient enkel om de plant te verankeren en voor het vasthouden van voedsel, lucht en water. Omdat grond een aantal nadelen heeft is men op zoek gegaan naar vervangers om de grond geheel of gedeelte  te vervangen. Uit deze zoektocht zijn hydrocultuur, semi-hydrocultuur en seramis-cultuur ontstaan.

1          Hydrocultuur
Hydrocultuur is de techniek die gebruikt wordt om planten te laten groeien op met voedingsstof verrijkt water. Er wordt geen gebruik gemaakt van potgrond. In plaats daarvan gebruikt men kleikorrels. Hydrocultuur wordt in Nederland voornamelijk toegepast in grote kantoren, vanwege het weinige onderhoud, droge airco lucht en het vaak weinig aanwezige licht. Maar hydrocultuur leent ook zich uitstekend voor kamerplanten.

 

 

 

 

 

 

Doorsnede van een bak met hydrocultuur.Bij een plant kunnen de korrels om de kweekpot achterwegen gelaten worden. De watermeter kan zich in de kweekpot bevinden. Vaak is de watermeter een combinatie van vulbuis en watermeter.

1.1      Voordelen
Voordelen van hydrocultuur ten opzichte van gewone potcultuur zijn:
– De watermeter geeft exact aan wanneer U water moet geven. U geeft nooit te veel en nooit te weinig water.
– Het gebruik van gebakken kleikorrels sluit de kans op schimmels, meeldauw of andere bedreigende plantenziekten uit.            Gebakken kleikorrels zijn een steriel medium waarop zich vrijwel geen ziekten en schimmels kunnen ontwikkelen.
– De poreuze korrels zorgen voor een goede verspreiding van het vocht en een constante vochtigheid van het medium.
– Verschillende planten kunnen in een plantenbak gezet worden.
In normale aarde zouden verschillende planten verschillende verzorgingsbehoeften hebben.
Echter in hydrocultuur neemt iedere plant zelf zoveel water en voeding op als hij zelf nodig heeft.
– Constante luchtvochtigheid. Er zal meer water verdampen naarmate de lucht droger is.
– Weinig onderhoud en betere groei
– Mogelijkheid voor bedrijven om een onderhoudsabonnement af te sluiten.

1.2      Benodigdheden
Uitgaande van een plant in een sierpot heeft u, behalve de plant zelf, nodig:
– een buitenpot
– een binnenpot
– een watermeter
– gebakken kleikorrels
– voedingsstof

Voor een plantenbak komt daar nog een vulbuis bij. Meestal is dit een eenheid met de watermeter. De sierpot wordt in dat geval natuurlijk vervangen door een plantenbak.

 

 

 


1.2.1   De buitenpot

In principe is elke pot of bak geschikt mits deze waterdicht is. Dit betekent dat aardewerk potten niet altijd bruikbaar zijn. Vaak gebruikt men kunststof. De buitenpot wordt vaak gekozen op zijn sierwaarde.

 


1.2.2   De binnenpot
De binnenpot is meestal een dunne plastic kweekpot met een voorziening voor een watermetertje. In deze binnenpot bevinden zich de gebakken kleikorrels, waarin de plant wortelt. De poreuze korrels helpen het vocht gelijkmatig te verspreiden. Aan de bovenrand van de plastic binnenpot is vaak een openingetje waarin van onderuit een watermeter kan worden gestoken.

1.2.3   De watermeter
Om te kijken hoeveel water er zich in de pot bevindt, maakt u gebruik van de watermeter. Als er geen water op de bodem van de pot staat, staat de bovenkant van het rode peilstokje op <Min>. Naarmate er zich meer water in de buitenpot bevindt, des te hoger zal het rode peilstokje zich bevinden. Het maximaal toegestane niveau wordt aangegeven door het streepje <Max>. Het streepje <Opt> geeft het optimale waterniveau aan. Vul bij het watergeven bij tot dit niveau. Incidenteel, bijvoorbeeld als u 2 weken op vakantie gaat, kunt u water bijvullen tot het rode peilstokje het <Max> niveau bereikt heeft. Belangrijk: Laat altijd het waterniveau altijd tot onder het <Min> niveau zakken voordat u water bijvult. Kantel desnoods voor de zekerheid de pot op z’n kant om te kijken of de watermeter nog omhoogkomt.

1.2.4   De kleikorrels

De korreltjes die bij hydrocultuur gebruikt worden om de plant te laten wortelen zijn doorgaans ronde,  poreuze gebakken kleikorrels met een diameter variërend van 3 -6 mm. Deze  baksteenrood gekleurde klei korreltjes zijn poreus van structuur en kunnen dus goed water  vasthouden. Ze verspreiden ook het water van de bodem gelijkmatig over de gehele pot. Gewoon of wit grind is ongeschikt om als hydrocultuur korrels te gebruiken vanwege het feit dat het grind kalk loslaat en grind niet poreus is. Een te hoog kalk gehalte hard water kan zelfs een bedreiging vormen zijn voor de gezondheid van de plant.
De rode kleikorrels zijn volledig recyclebaar. Met andere woorden ze gaan eeuwig mee. Wanneer u kleikorrels wilt hergebruiken voor een volgende hydrocultuur plant, dient u ze eerst goed te spoelen en daarna te desinfecteren in een hete lucht oven of anders een koekenpan
1.2.5   De voedingsstof
De meest voorkomende vorm van hydrocultuur voedingsstof wordt in kleine potjes met een maatbekertje van 25 mI (grootte van een medicijn potje) verkocht en heeft het aanzien van kleine goud-gekleurde pareltjes. Daarnaast wordt vaak voeding in vloeibare vorm gebruikt. De vaste voedingsstof wordt om de 3 a 4 maanden gedoseerd toegediend op de bodem van de buitenpot of bovenop de kleikorrels. De plant draagt dan zelf zorg voor de juiste hoeveelheid voedingsstoffen die hij nodig heeft. Deze pareltjes hebben een dun schilletje met daar binnenin de voedingstoffen voor de plant. Naarmate de plant behoefte heeft aan voeding, scheidt de plant een zuur uit, die het omhulsel van het pareltje doet oplossen. Zo komen er voedingstoffen in het water terecht, zodat die door de plant kunnen worden opgenomen. In tegenstelling tot voeding in vaste vorm”, wordt voeding in vloeibare vorm bij iedere gietbeurt toegediend. Voor wat betreft de samenstelling van de vloeibare voeding is er geen verschil met de voeding in vaste vorm. De voedingsstof bevat onder andere Stikstof (N, 15%), Fosfaat (P205, 6%), Kaliumoxide (K20, 13%) en sporenelementen. Zonder de benodigde voedingsstoffen zal een hydrocultuur plant niet meteen doodgaan, maar slechts stoppen met groeien. Water is echter wel degelijk van levensbelang.  De Voeding is onbeperkt houdbaar, maar zullen in de loop van tijd iets in volume afnemen door vocht dat langzaam verdampt. Hierbij gaat echter niets van de voedzame werking van de voedingsstof verloren. Er is ook hydrocultuur voeding te koo in de vorm” van tabletten, gevuld met pareltjes. Deze gevulde tabletten bevatten dezelfde stoffen als de losse voeding, maar kan alleen onderin de pot worden geplaatst.

1.2.6   Vulbuis

Voor plantenbakken gebruikt men eveneens in hydrokorrels opgepotte planten. Ook de bak wordt opgevuld met korrels. Voor het bijvullen van water plaats men op de bodem van de bak een vulbuis. In de meeste gevallen bevindt zich daarin ook de watermeter.

1.3      Verzorging
Belangrijk zijn water geven, voeding, doorspoelen, verpotten.

1.3.1   Water geven
Normaal gesproken vult U het water aan totdat de bovenkant van het rode peilstokje van de watermeter <Opt> of <Max> aangeeft. Belangrijk: Vul pas water bij als het water niveau is gedaald tot het <Min> niveau. Bedrijven beschikken over een pompje om het resterende water te verwijderen. De bedoeling is dat er zich geen laagje water meer in de pot of bak bevindt. Als de pot naar voren wordt gekanteld en het watermetertje stijgt, dan is er nog water in de pot aanwezig en moet worden gewacht met water geven totdat het water volledig is verbruikt. Op deze manier voorkomt U dat oud water voor een lange periode in de pot blijft staan en oud wordt. Voor het water geven gebruikt U uitsluitend gekookt water van kamertemperatuur (zeker geen koud water uit de kraan).

1.3.2   Voeding


Hydrocultuur voeding in de vorm van de bruine pareltjes wordt om de 3 á 4 maanden gedoseerd toegediend. Om de groei te remmen kiest men er wel voor om dit om de 6 maanden te doen. Bij plantenbakken kunnen de pareltjes, via de vulbuis, direct op de bodem van de bak (in het water) worden toegediend. Bij potten strooit men de pareltjes op de kleikorrels, waarna men die met water begiet. De voedingsstof lost niet op in water, maar zakt naar de bodem van de buitenpot. De meeste voeding wordt verkocht in potjes met een maatbekertje en een duidelijke instructie. Gebruik voor planten onder de 50cm elke 3 a 4 maanden een hoeveelheid van 25 ml per plant. Grotere planten krijgen elke keer een dosis van 50 ml voedingsstof. In het geval van vloeibare voeding wordt hanteert men de dosis die op de verpakking staat aangegeven.

1.3.3   Doorspoelen
In principe hoeft U nooit het water te verversen. U laat immers steeds al het aanwezig water verdampen voordat U water bijvult. U ververst dus het water elke keer U als water bijvult. Pas bij verschijnselen van luis is het aan te raden om de binnenpot onder een lauwwarme kraan goed door te spoelen. Dan wordt bovendien al het kleibezinksel en uitgewerkte voedingsstof resten worden dan uit de korrels en van de wortels gespoeld. Het is daarvoor niet nodig om de plant uit de binnenpot te halen. Maak ook de buitenpot met zeep goed schoon en vergeet geen nieuwe voedingsstof toe te dienen. Vul tenslotte het water aan tot net onder het <Opt> niveau.

1.3.4   Verpotten
Een hydrocultuur plant moet, net als een plant in aarde, periodiek verpot worden. Doe dit pas als er veel wortels onderuit de binnen pot beginnen te groeien. Meestal zal dit na ongeveer twee groei seizoenen zijn. Vaak wordt daarbij de binnen pot niet verwijderd, maar in zijn geheel in een nieuwe, grotere binnenpot geplaatst. In een ideale situatie zit er enkele millimeters ruimte tussen de onderkant van de binnenpot en de bodem van de buitenpot. Zo kunnen de wortels naar buiten groeien als de plant aan verpotting toe is. Leg dus een dun laagje kleikorrels op de bodem van de buitenpot, om dit mogelijk te maken.

1.3.5   Snoeien
Hydroplanten groeien erg snel. Om de vorm te behouden moet men regelmatig snoeien. In onderhoudscontracten is dit snoeien opgenomen. Door het beperken van de bemesting kan de groei geremd worden.

1.4      Vermenigvuldiging
Hydroplanten hebben waterwortels. Deze zijn dunner dan grondwortels. Er zijn 2 manieren om hydroplanten te krijgen: stekken op water en uitspoelen.

1.4.1   Stekken op water
Dit gebeurt meestal door particulieren. Stekken worden in een flesje water aan de wortel gebracht. Als de stekken geworteld zijn worden ze opgepot naar hydrocultuur.  Vul eerst 1/3 van de binnenpot (meestal 3 of 4 cm) met kleikorrels en zet daarop de gewortelde stek. Vul daarna aan met kleikorrels tot aan de rand van de binnenpot.

1.4.2   Uitwassen

Deze methode geeft de mogelijkheid om met grote planten te starten en wordt daarom toegepast bij bedrijfsmatig kweken. Maak de plant een dag van te voren goed nat om de structuur van de aarden kluit los te maken en de plant een goede start te geven. Verwijder voorzichtig ALLE(!) aarde van de kluit (overgebleven aarden resten trekken gaan schimmelen). Dit gaat het makkelijkst onder een stromende kraan met lauw warm water. Gespoelde kluiten die niet volledig schoon te maken zijn, kunnen een dag langer in water los worden geweekt. Vul de binnenpot voor een derde met kleikorrels, zet de gespoelde plant in de pot en vul verder aan met kleikorrels. Bij het overzetten de voet van de plant weer even hoog in de korrels zetten als hij zich in de aarde bevond. Zet de pot op water zonder voedsel. Om de verdamping te verminderen gebruikt men waternevel of folie. Voeg pas voeding toe als de plant de schok van de overzetting naar hydrocultuur achter de rug heeft. Dit duurt zo’n vier tot zes weken. Daarna Zal de plant het groeiproces weer hervatten.

1.5      Welke Planten
Er is een zeer grote verscheidenheid aan planten die op hydrocultuur kunnen groeien, maar vooral de Ficus benjamina, Yucca, Dracaena, Philondendron en Spathiphyllum staan bekend als planten die floreren op hydrocultuur. Een vuistregel is dat als stekjes van een plant wortelschieten in een glaasje water, de plant als hydrocultuur plant kan worden gehouden.

2          Semi-hydrocultuur

Inleiding
Voor het opzetten en onderhouden van hydrocultuur is vakkennis nodig. Mede hierdoor zijn hydroplanten aanmerkelijk duurder dan grond-planten. Bij semi-hydrocultuur maakt men gebruik van normale grondplanten, potgrond en hydrokorrels.

2.1      Het principe
Bij semi-hydrocultuur ofwel combinatiecultuur, komen de planten normaal in de grond te staan. Het principe bij deze methode is dat er, onder in de plantenbak,  hydrokorrels met een waterreserve aanwezig zijn. Een mat scheidt de grond en de korrels van elkaar. De planten kunnen met hun wortels doorgroeien tot in het waterreservoir zelf. Voor deze combinatiecultuur moet de bak ook voorzien zijn, of voorzien worden van een watermeter, welke het waterniveau aangeeft.

2.2         Verzorgen
De algemene verzorging als standplaats, licht, temperatuur e.d. hangt ook hier weer samen met de natuurlijke herkomst van de plant. Wat het water geven betreft is dit gelijk aan hydrocultuur, alleen dient men wanneer het reservoir leeg is, ongeveer een week te wachten met het bijvullen. In deze “rustweek” kan de bodem weer voldoende zuurstof tot zich nemen. Daarna het reservoir weer volledig vullen. Ook geven we de voeding soms bovenop de grond, opgelost in water. Als de voeding via het waterreservoir wordt gegeven, dan moeten we hydrocultuurvoeding gebruiken.

2.3      Voordelen
Semi-hydrocultuur heeft t.o.v. hydrocultuur en grondcultuur de volgende voordelen:
a) minder grondgebruik en daardoor minder snel verzilting dan bij grondteelt;
b) teveel water geven is uitgesloten
c) weinig onderhoud, minder arbeid en daardoor lagere kosten;
d) groter sortiment beschikbaar dan bij hydrocultuur;
e) goede levenskansen voor de plant door een goed wortelmilieu;
f) goedkoper in aanschaf dan hydrocultuur.

2.4      voor- en nadelen
Nadelen van een combinatiecultuur:
a) het gebruik van grond;
b) door water geven van de grond, ontstaat altijd van onder af verzilting van de bovenlaag:
c) in een later stadium is bijplanten moeilijk.

Voordelen:
a) geen speciale planten nodig, dus goedkoop;
b) geschikt voor alle planten;

3          Seramis

Inleiding
Seramis is een systeem waarbij de watervoorraad is opgeslagen in kleikorrels die zich om de grondkluit bevinden. Het water wordt opgeslagen in de korrels en niet als watervoorraad op de bodem, zoals bij vergelijkbare systemen. Daardoor kunnen de wortels altijd over voldoende zuurstof beschikken.
(De volgende informatie komt uit de gratis tipgids van Seramis.)

3.1         Benodigheden
Voor seramis kun je normale grondplanten gebruiken. Daarnaast heb je kleikorrels sierpot, een vochtigheidsmeter en plantenvoeding nodig.
3.1.1   Kleikorrels
Seramis is een verzorgingssysteem voor planten waarbij de grondkluit in kleikorrels staat.  Seramis-kleikorrels zijn kleiner dan normale hydrokorrels. Ze hebben een bijzonder groot poriënvolume (80%).  Hierdoor absorberen ze meer dan hun eigen gewicht aan water: 30 liter kleikorrels wegen 12 kg en absorberen iets meer dan 12 liter water.

3.1.2    Sierpot
De beste resultaten behaal je met een waterdichte pot. Potten die buiten staan moeten echter een drainageopening bevatten. Deze mag niet in de bodem zitten, wel in de zijkant zo’n 3 cm van de bodem.

3.1.3   Vochtigheidsmeter

Een speciale maar eenvoudige vochtigheidsmeter laat zien wanneer je water moet geven. Hij meet de vochtigheid in de kluit. Rood is water geven, blauw is voldoende water. Laat de meter volledig rood kleuren voordat je giet.

3.1.4    Plantenvoeding
De speciale Seramis minerale voedingsstoffen zorgen ervoor dat er geen zouten of suikers in de kleikorrels achterblijven, waardoor ze verstopt kunnen raken. Je hebt voedingsstoffen voor groene en bloeiende planten.

3.2     Voordelen
Vergeleken met grondcultuur en hydrocultuur heeft Seramis de volgende voordelen:
a) 3 x minder vaak gieten (gemiddeld om de 25 dager);
b) Nooit meer te veel of te weinig water. De planten halen water en voeding uit de korrels naargelang hun behoeften. Plantencombinaties zijn dus geen probleem;
c) Altijd voldoende zuurstof in het substraat. Als de korrels vol zitten met water bevat het substraat nog steeds 50% lucht;
d) De korrels kunnen jarenlang gebruikt en hergebruikt worden;
e) Schoon om mee te werken;
f) Hygiënisch;
g) Onbeperkte plantenkeuze;
h) Bruikbaar voor binnen en buiten;
i) Weinig verzorgingshandelingen als verpotten. Verpotten gaat erg gemakkelijk;

3.3     Werkwijze
Bij het op Seramis zetten van grondplanten gaat men als volgt te werk:
a) Giet een laag kleikorrels onderaan in de pot;
b) Neem de plant uit de oude pot, schud eventueel de losse aarde eraf (niet afspoelen!) en zet de kluit in het midden van de pot;
c) Vul verder aan met kleikorrels. Zorg ervoor dat de bovenkant van de kluit helemaal is afgedekt met kleikorrels, liefst enkele centimeters dik. Bij een grotere plant mag dat wat meer zijn. Pas de hoogte van de laag kleikorrels onderaan in de pot aan indien de wortelkluit te hoog of te laag komt;
d) Steek de vochtigheidsmeter tot aan de onderste rand in de kluit. Geef de gepaste voedingsstoffen: de fles met groene dop voor groene planten, de fles met rode dop voor bloeiende planten;
e) Geef water. In een waterdichte pot is dit 1/4 van het volume van de pot. Na het water geven slaat de meter maar geleidelijk aan om naar blauw. Gebeurt dit niet terwijl bet substraat toch vochtig is, dan kan het zijn dat de meter onvoldoende raakvlak beeft met bet substraat. Trek de meter er heel voorzichtig uit en stop hem op een andere plaats in de kluit. De vochtigheidsmeter gebruikt een papieren viltje. Dit zal na ongeveer een jaar niet meer functioneren. Dit betekent dat je de meter best jaarlijks vervangt.
===================================================

 

BRONNEN

Mekelenkamp   
Aspasia

Hydro Huisman  
Lesbrief interieurbeplanting

Alocasia
Artiplant
Rondgroen
Plantenwacht
Ambius
Bedrijfsgroen

 

Hout

Inleiding

Hout is gemakkelijk te verwerken en wordt mede daarom veel toegepast. Er zijn veel houtsoorten. De voorkeur gaat uit naar milieuverantwoorde houtsoorten. Deze zijn voorzien van een FSC keurmerk.

Hout is een veel gebruikte grondstof. Denk bijvoorbeeld aan:
– eindeloos veel verschillende gebruiksvoorwerpen
– verpakkingsmaterialen
– bouwmaterialen
– decoratiematerialen en kunst
– tuinaanleg
– afscheidingen
– brandstof
Als uitgangsmateriaal heb je in alle gevallen bomen nodig.

Decoratief gebruik
Hout is gemakkelijk te bewerken. Daarom is het altijd een populaire grondstof geweest voor gebruiks- en kunstobjecten. Ook tuinhout wordt vaak decoratief gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan spoorbielzen.
Hout wordt machinaal gedraaid maar ook handmatig gebeiteld. Door gebruik te maken van de natuurlijke vormen en structuren kan het erg decoratief zijn. Ook bij gebeitst hout blijven de structuren zichtbaar.
Hout zwelt onder vochtige omstandigheden en krimpt bij droogte. Dat heet ‘werken’. Bewaar hout niet op een vochtige plaats, dan ontstaat schimmel Op een verwarmde plaats kunnen de naden losraken of het hout kan barsten.

Houtsoorten
Globaal kun je hout verdelen in inlands hout en buitenlands hout. Buitenlands hout komt vaak uit tropische oerwoudbossen, soms uit Scandinavische landen. In het algemeen zijn tropische houtsoorten langzamer gegroeid dan soorten uit andere streken. Dit verklaart dat tropisch hout harder en duurzamer is dan inlands hout. Vandaar de naam tropisch hardhout.

Tropisch hardhout
Tropisch hardhout heeft een goede kwaliteit maar er kleven veel bezwaren aan. Het belangrijkste bezwaar is het verdwijnen van het tropisch oerwoud waardoor de adsorptie van koolzuurgas en de productie van zuurstof afnemen. Ook heeft het gevolgen voor de biodiversiteit, bodemerosie en klimaatverandering. Met het over de wereld verslepen van hout kunnen allerlei organismen meeliften, waaronder schadelijke. Dit kan bijdragen aan het probleem van invasieve exoten.

Het tropische regenwoud vervult een aantal functies:
– Bescherming tegen bodemerosie (bij hevige regen spoelen anders hele bodemgedeelten weg)
– Opslag van  erfelijk  materiaal  (hierdoor  is  het  mogelijk  meer  gewassen  te  kruizen  en  is  er  meer  erfelijk materiaal)
– Opslag van geneeskundige planten
– Herbergen van soms nog onbekende dier- en plantensoorten
– Leefgebied voor mensen die daar al jaren leven
– Economische waarde (het hout brengt geld op waar weer andere producten mee kunnen worden gekocht).

Dat het tropisch regenwoud de longen van de wereld zijn, is een misverstand. Een oorspronkelijk regenwoud, waar de mens geen invloed op heeft gehad, heeft een natuurlijk evenwicht. De plantengroei (de binding van koolstof) enerzijds en de vertering/verrotting (productie van koolstof) anderzijds vormen een evenwicht. De productie van zuurstof is nihil. Regenwouden in bijvoorbeeld het Amazonegebied worden dus ten onrechte ‘longen der aarde’ genoemd.

Het verdwijnen van de tropische bossen heeft een aantal oorzaken. De bevolkingsaanwas is groot. Mensen moeten kunnen wonen en eten. Het gevolg hiervan is uitbreiding van bestaande steden en het vestigen van nieuwe. Dit heeft weer tot gevolg dat er een toename is van de vraag naar landbouwgronden (vaak zwerfland- bouw). Daarnaast ontwikkelt de industrie zich. Voor al deze activiteiten is hout nodig, als bouwmateriaal en als brandstof. Daarbij is het landelijk inkomen vaak heel laag. De verkoop van hout is nodig om de aankoop van andere goederen te bekostigen.

International Tropical Timber Organization (ITTO)
Geregeld wordt gesteld dat het gebruik van tropisch hardhout in rijke geïndustrialiseerde landen het bestaan van regenwouden bedreigt. Maar het verdwijnen van de regenwouden is, zoals je hebt gezien, vooral te wijten aan:

  • de stedenbouw;
  • industrie en infrastructuur;
  • de zwerflandbouw;
  • de aanleg van plantages voor bijvoorbeeld koffie en thee.

Zwerflandbouw  wordt  door  de  arme  bevolking  uitgevoerd  om  in  leven  te  blijven.  Slechts  weinig  hout  wordt gekapt voor de verkoop; het is grotendeels voor eigen gebruik. Denk maar eens aan Nederland dat vroeger een land met water en bos was. Door de bevolkingsgroei ontstaat verstedelijking. De bossen worden gekapt om plaats te maken voor de mens. De omvang van de export van tropisch hardhout is maar een fractie van de totale houtkap. Waar wel naar moet worden gestreefd, is om in goed overleg met de betreffende landen te komen tot een verantwoord bosbeheer. Dit betekent niet alleen bos kappen, maar ook de beplanting in stand houden.

Speciaal daarvoor is de International Tropical Timber Organization (ITTO) opgericht. In deze organisatie zijn producerende landen en consumerende landen vertegenwoordigd. Het doel van de organisatie is om het tropisch regenwoud niet verder te laten slinken. Duurzaam bosbeheer speelt hierbij een belangrijke rol.

FSC
In de handel kom je voornamelijk hout tegen met een FSC certificaat. FSC staat voor verantwoord beheer en behoud van bossen. FSC heeft regels opgesteld voor goed bosbeheer. In bossen waar die regels worden toegepast, wordt zorgvuldig gekapt, met respect voor mensen, planten en dieren.

 

Alternatieven
Een andere manier de problemen rond tropisch hardhout op te lossen is het zoeken naar mogelijke vervangers van tropisch hardhout. Er zijn genoeg houtsoorten met dezelfde natuurlijke duurzaamheid. Robinia (Acacia) bijvoorbeeld gaat van nature net zo lang mee als tropisch hout. Helaas duur het ongeveer veertig jaar voordat deze bomen volgroeid en geschikt zijn om te worden verzaagd. Op dit moment worden de bestaande soorten geselecteerd op groeisnelheid om zo in kortere tijd meer volgroeide bomen te krijgen. Maar het duurt nog enkele jaren voordat dit effect heeft.
Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met bamboe, wat als voordeel heeft dat het daarbij om een snelgroeiende gewas gaat.
Ook zie je dat het gebruik van Tropisch hardhout wordt teruggedrongen door het toepassen van kunststof met eenzelfde uitstraling als hout.

Glas en kristal

Inleiding:
Glazen vazen worden veel gebruikt om bloemen in te zetten. Het gebruik van glazen vazen heeft veel voordelen n.l. glas is zeer gemakkelijk schoon te maken, glas is meestal transparant zodat je het waterniveau goed in de gaten kunt houden en machinaal gemaakt glas is vaak goedkoop. Het grote nadeel van glas is dat het zeer breekbaar is.

1 Geschiedenis
De glasindustrie is al zeer oud. Het oudste glas is in de natuur gevormd. Waarschijnlijk is het van vulkanische oorsprong. Men noemt dit glas dan obsidiaan. (halfedelsteen)
De oude culturen maakten er messen, speer- en pijlpunten van. Later maakten de oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen glazen voorwerpen zoals flesjes voor het bewaren van parfum.
Omstreeks het begin van onze jaartelling werd in de stad  Sidon het huidige Libanon (het midden oosten) de mogelijkheid van het glasblazen met behulp van een holle blaaspijp uitgevonden. Met de uitvinding van deze blaaspijp ontstaat er een geheel nieuwe manier voor het produceren van glas. Men kon vanaf toen, mooie perfecte vormen van zeer dun glas maken. Deze techniek voor het blazen van glas wordt heden ten dagen nog steeds op grote schaal toegepast.

De oudste Europese glasindustrie vinden we in Noord-Italië (Padua, en Ravenna ). Nog bekender is misschien wel het eiland Murano in de baai van Venetië. Daar wordt al eeuwen lang hoog waardig glas gemaakt.
Veel van deze prachtige voorwerpen kun je nog bewonderen in Leiden in het oudheidkundig museum en ook in het glasmuseum in Leerdam.

Vanaf het allereerste begin van het maken van glas is   waarschijnlijk een zandachtig materiaal gebruikt als basismateriaal. Het materiaal kwarts werd als zwerfblokken verzameld; pas na de zeventiende eeuw werd het uit de grond gehouwen, uitgegloeid met een hout gestookt vuur, afgekoeld en daarna vermalen tot zand korrelig fijn materiaal. Het vermalen gebeurde door mankracht of met watermolens. Pas sinds een paar eeuwen kunnen we beschikken over het juiste samengestelde zand; daarmee kwam een einde aan de dure en ongezonde verwerking van kwarts.Om kwarts of zand te kunnen gebruiken bij de fabricage van glas, moet het smeltpunt aanzienlijk worden verlaagd. Dit is lang een lastig probleem geweest. Achtereenvolgens zijn potas, glauberzout en soda gebruikt om het smeltpunt te verlagen.

2 Assortiment
Glas is een materiaal dat vrijwel in alle vormen kan worden geproduceerd. Het kan doorzichtig of ondoorzichtig zijn blank of gekleurd.

2.1   Indeling naar gebruik
Glas wordt veel gebruikt in onze dagelijkse omgeving. Voorbeelden daarvan zijn:
–          verpakkingsglas.  Bijvoorbeeld: flessen en potten voor de levensmiddelen industrie
–           spiegel/vensterglas, ook wel vlakglas genoemd.  Bijvoorbeeld: ramen en spiegels
–           laboratoriumglas dit kan tot zeer hoge temperaturen verhit worden zonder dat het smelt.
Bijvoorbeeld: reageerbuisjes
–          Gebruiksglas  gebruiksvoorwerpen van glas. Bijvoorbeeld: Vazen, Glazen, en borden.
–           Decoratieve voorwerpen: Bijvoorbeeld: Kunstvoorwerpen, siervazen en glazenobjecten

2.2   Indeling naar samenstelling
Naast dit gewone gebruiksglas, zien we ook glas van een hogere kwaliteit met een grote esthetische waarde. In het verleden zijn hiervan heel veel voorbeelden te vinden . Glas is voor veel mensen een favoriet verzammelobject. Ook wordt er veel glaswerk verkocht voor het decoreren van de woning.
2.2.1    Natronglas
Gewoon glas, wat het meest wordt toegepast. Het wordt gebruikt voor de automatische en ambachtelijke fabricage van:
–          Holglas          (bijv. flessen)
–          Vlakglas         (venster, spiegels)
Grondstoffen voor natronglas zijn:
–          Kwartszan
–          Kalk
–          Soda
Men laat dit mengsel in een zgn. kuip of bekken-ovens, bestaande uit één of meer vuurvaste potten, smelten bij een temperatuur van ongeveer 1400 graden Celsius. Van deze stroopachtige massa kan men dan glazen voorwerpen blazen of persen.
2.2.2    Kristalglas (loodglas, kristal)
Kristal is een product dat in de regel minder voorkomt. Het wordt veel gebruikt voor de fabricage van wijnglazen, karaffen e.d. Het is van oudsher een luxe artikel. Veel oma’s hebben in de kast nog wel een glasservies staan, waar je als kind vast niet aan mocht komen. “ Pas op, het is wel ECHT kristal”
Omdat kristal langzamer stolt dan glas is het duurder. Het kost meer tijd om het te vervaardigen.
Grondstoffen voor kristalglas zijn:
–          Zand
–          Lood
–          Soda

Door toevoeging van glasscherven krijgt men tijdens de smelting van de grondstoffen een betere menging en een snellere smelting. Chemicaliën worden toegevoegd om organische verontreiniging te verwijderen en om bepaalde kleuren te verkrijgen. De kwaliteit van kristalglas wordt bepaald door de hoeveelheid lood; meestal is dit 24%. Door de aanwezigheid van lood is het mogelijk zeer dun kristal te vervaardigen. Het geeft sterkte aan het produkt. De E.G. heeft richtlijnen aangegeven over het vermelden van dit percentage lood op een goudkleurig etiket. Dit etiket kan rond, vierkant of driehoekig zijn. Kristalprodukten uit landen buiten de E.G. hoeven niet verplicht dit goud kleurig stickertje te hebben, maar zijn wel kristal. Dit goudkleurig stikertje is rond met daarop “CRISTAL SUPERIEUR” Door de toevoeging van chemiekalien kan kristel een kleur krijgen. Veel gemaakte kleuren zijn rood, zwart en roze. Van oudsher worden kristalen voorwerpen geslepen om zo een decoratie op het voorwerp aan te brengen.

2.3    De verschillen tussen glas en kristal

(natron)glas

 

Kristal
Hard

 

Zeer hard (door toevoeging van Lood)
Doffe klank

 

Zeer heldere klank
goedkoper

 

duurder
Minder helder

 

helder

 3 Vormgeving
Glazen voorwerpen en artikelen worden “handmatig” en machinaal gevormd.

3.1   Glasblazen
Bij het mondblazen gaat men als volgt te werk:
1)   Men verhit de grondstoffen tot een temperatuur van 1500 graden Celsius, waardoor ze tot een   stroperige massa samensmelten.
2)   Met behulp van een blaaspijp (ijzeren buis van 1 a 1,5 meter lang, 2 cm. dik, waarin een holle binnenbuis van 1 cm.) haalt de glasblazer een prop glas (= post) uit de glasvloed. De hoeveelheid die aan deze pijp blijft hangen noemen we dus een “post” glas. Hij blaast deze tot een bel die een bepaalde vorm krijgt. Men kan in de vrije ruimte blazen (vormen) of men kan in een mal bepaalde vormen blazen.
3)   Daarna worden eventueel nog een voetje, oren e.d. aangebracht. Hiervoor is dan meestal een assistent met tangen, metalen scharen, houten knotsen e.d. aanwezig om de uiteindelijke vorm aan te brengen.
4)   Als het voorwerp klaar is wordt het op eer lopende band geplaatst. Deze gaat langzaam door een koeltunnel om de spanningen die in het glas zijn ontstaan tijdens het blazen, geleidelijk te laten afvloeien. De koeltunnel begin op 500 graden Celsius en eindigt op kamer temperatuur.

Dit hele proces van afkoelen duurt ongeveer 25 uur. Dan is de spanning uit het glas. Gebeurt dit niet dan springt het glas in duizend stukken uit elkaar.

 

3.2    Machinaal vervaardigen
Zowel holglas( bijv. vazen) als vlakglas (bijv. ramen) wordt machinaal gevormd.
Bij holglas zuigt een machine een grote hoeveelheid “vloeibaar” glas  uit de glasoven in een mal. Daarna wordt er lucht in de mal geblazen. Hierdoor wordt het materiaal in de mal gedrukt en koelt tevens  af. Door het openen van de mal, kan het glas eruit genomen worden.

4.    Afwerking en decoratie
Als laatste behandeling moet het glas afgewerkt worden, d.w.z. scherpe randjes moeten worden verwijderd. Eventueel volgt nog een decoratie waarvoor verschillende technieken beschikbaar zijn. Daarna volgt een laatste controle en is het product klaar.

Verschillende decoratietechnieken zijn:
1 slijpen: Door het glas tegen een slijpsteen te houden worden er streepjes weggeslepen. Daardoor ontstaat er een motief.
2 graveren: Met een graveerpen kun je iedere gewenste decoratie maken. Dit wordt vaak toegepast om glas van een tekst te voorzien.
3 zandblazen / zandstralen: Onder een hoge druk wordt er zand op het glas gespoten. Hierdoor wordt de “huid”van het glas bekrast. Dit geeft een matachtig effect. Je kunt dit doen voor het gehele product, maar ook voor een deel ervan, door de andere delen af te schermen.
4 beschilderen: Met speciaal glasverf en penseel  kun je glas beschilderen.
5 etsen: Door het glas te behandelen met een zuur wordt de buitenkant van het glas “weggevreten” ,waardoor er een matachtig uiterlijk ontstaat. Door behaalde delen van het glas af te scheren, alvorens het glas in een zuurbad gaat, ontstaat er een combinatie van transparant en matachtig glas.
6 Screen: Bij deze techniek wordt er door middel van een sjabloon verf op het glas aangebracht. Die verf wordt vervolgens ingebrand.
7 Transfer: Het plakken van sticker op glas. Deze techniek is wel erg gevoelig voor schoonmaken
8 Toevoegen van kleurstoffen/ pigmenten: Door het toevoegen van kleurstoffen/pigmenten aan het vloeibare glas kun je bijna iedere gewenste kleur krijgen. Ook is het mogelijk het glas van meerder kleuren te voorzien.

5.  Bloemen in glas
Glas neemt terecht een belangrijke plaats in binnen de bloemenbranche.  De combinatie van plantaardige materialen en glas kan erg mooi zijn. Wanneer we bloemen in glas schikken moeten we, omdat het meeste glas doorzichtig is, er rekening mee houden dat ook de bloemstelen in het lijnenspel een rol spelen. Een goede verhouding tussen ondergrond en plantaardig materiaal is een vereiste.

We zullen er in het algemeen rekening mee moeten houden, dat glas door gebruik van een houdbaarheidsmiddel troebel wordt. Daarom is het aan te bevelen om een speciaal houdbaarheidsmiddel te gebruiken. Dit houdbaarheidsmiddel voorkomt dat het water troebel wordt. Dit product wordt onder andere geleverd door Chrysal onder de naam Chysal Kristal Clear.
Ook moeten we er rekening mee houden dat, wanneer we kippengaas of ijzerdraad als hulpmiddel gebruiken, dit door roestvorming, lelijke vlekken op het glas kan achterlaten. Omdat glas transparant is, dienen we ervoor zorgen dat een hulpmiddel (bijv. steekschuim) goed weggewerkt wordt. Hiervoor kunnen we gebruik maken van o.a.: steentjes, mos, blad, folie of kleurstof.

Droogmaterialen

Inhoud

1     Trends
2     Herkomst
2.1   Kweken
2.1.1       Sortiment
2.1.2       Buitenteelt
2.1.3       Oogsten
2.2   Verzamelen
2.3   Importeren
3     Drogen
3.1   Hangend
3.2   Droogmiddelen
3.3   Vloeibladen
3.4   Magnetron
3.5   Strijken
3.6   Drogen boven de verwarming
4     Verzorging

Inleiding
In tuincentra en bloemenwinkels verwerken we, naast levende materialen, heel vaak dode materialen. In veel gevallen gaat het om bloemen e.d. die voor dit doel gekweekt en gedroogd zijn. Soms zijn de materialen op een andere manier verkregen.
Je moet inzicht krijgen in de manieren waarop droogmaterialen geproduceerd worden. Daarnaast moet je leren om deze producten te verzorgen.
Er zijn zeer veel materialen die bruikbaar zijn als droogmateriaal. Toch zijn er maar weinig bloemenwinkels waar je ze in grote hoeveelheden en variaties tegenkomt.

Oorzaken daarvoor zijn:
–     het is een trendy artikel;
–     wisselend aanbod door kwekers en importeurs;
–     de verzorging in de winkel is arbeidsintensief;
–     droogbloemen worden gezien als concurrenten van levende bloemen

1     Trends
Voor veel mensen is het werken in een tuincentrum of bloemenwinkel aantrekkelijk omdat men met levende producten werkt. Mede hierdoor ondervindt, het werken met droogmaterialen veel tegenzin.
De vraag naar, verwerkte- en onverwerkte  droogmaterialen is sterk onderhevig aan trends. Dit wil zeggen dat er perioden zijn waarin de vraag naar een bepaald product groot is. Zo’n periode heeft een beperkte duur.

Voorbeelden van zulke trends, betreffende droogmaterialen, zijn:
–     droogmaterialen in combinatie met levende materialen;
–     bossen gedroogde rozen hangend aan het plafond;
–     gedroogde ridderspoor;
–     opgemaakte attributen;
–    arrangementen in bruintinten;
–     schilderijtjes en prentkaarten.

2     Herkomst
Producten om te drogen kunnen op diverse manieren verkregen worden. Bijvoorbeeld:
–     kweken;
–     verzamelen;
–     importeren;
–     monteren.

2.1   Kweken
Nederlandse bedrijven kweken veel producten die geschikt zijn om te drogen Toch is het ene soort meer geschikt dan het andere soort.
2.1.1       Sortiment
Hieronder staan voorbeelden vermeld van plantensoorten die erg geschikt zijn om te drogen.

Een- en tweejarige planten:
Delphinium       ridderspoor
Helichrysum      strobloem
Limonium         lamsoor
Molucella        Ierse klokken
Papaver          klaproo
Erynginum        distel
Verbascum        toorts
Lagurus          hazestaartje

Vaste planten:
Achillea         duizendblad
Alchemella       vrouwenmantel
Gypsophila       gipskruid

Heesters:
Erica             dopheide
Hydrangea        hortensi
Rosa              roos

Het zijn voornamelijk soorten die in de zomer, buiten bloeien. In veel gevallen worden ze speciaal gekweekt om te drogen. Soms laat de kweker het van de omstandigheden afhangen of de bloemen gedroogd- of vers aangevoerd worden.

2.1.2       Buitenteelt
Het buiten telen van deze producten heeft als voordeel dat de teeltkosten laag zijn. Een nadeel is de kwetsbaarheid. In droge-, warme zomers zal de productie hoog zijn terwijl deze in natte zomers met weinig zon laag is. De teelt vindt meestal plaats op bedden. Tussen twee bedden bevindt zich een pad. De breedte van de paden is zodanig gekozen dat men vanuit de paden alle bloemen kan bereiken. Dit is belangrijk bij de gewasverzorging en het oogsten. De regenleiding bevindt zich tussen de planten op de grond. Om het gewas overeind te houden maakt men bijvoorbeeld gebruik van steunnetten.

2.1.3       Oogsten
Droogbloemen worden bij voorkeur geoogst als deze droog en volgezogen zijn met water. Ze mogen overrijp zijn.
Als gereedschap maakt men gebruik van mesjes of snoeischaren. Vaak worden de producten tijdens het oogsten gebost. Hiervoor gebruikt men elastiek. De dikte van de bossen is niet aan regels gebonden, maar geeft droog-problemen als ze te dik zijn. De bossen moeten allemaal even groot zijn. Dit kun je niet altijd bereiken door het tellen van de takken.
Bij Helichrysum kan men ervoor kiezen om enkel jonge bloemknoppen te plukken die vervolgens op bloemendraad geprikt worden.
Machinaal bossen maakt steeds meer opgang. Dit gebeurt in de schuur.

2.2   Verzamelen
Het is niet altijd noodzakelijk om droogmaterialen speciaal te kweken. Veel bruikbare materialen kun je, zonder bezwaar, verzamelen langs wegbermen, in bossen, in tuinen e.d. Denk hierbij aan grassen, dode takken, vruchten, zaden en bladeren. In veel gevallen gaat het om producten die van nature reeds gedroogd zijn. In andere gevallen moeten ze nog gedroogd worden. Belangrijk in deze is dat je niet zonder toestemming producten uit de natuur verzamelt.

2.3   Importeren
Voor droogmaterialen geldt hetzelfde als voor andere producten;  Een gedeelte wordt in Nederland gekweekt en een gedeelte komt uit het buitenland. Bij ingevoerde producten kan het gaan om:
– soorten die ook in Nederland gekweekt worden bijvoorbeeld Statice;
– soorten die niet in Nederland gekweekt worden bijvoorbeeld Protea.
In verband met transportkosten worden producten uit het buitenland meestal gedroogd aangevoerd.

3     Drogen
Droogmaterialen kan men gedroogd verzamelen of kunstmatig drogen. Daarnaast kan men ze behandelingen geven om ze te veranderen van kleur, vorm en stevigheid.

Levende materialen kunnen op de volgende manieren gedroogd worden:
–     hangend;
–     in droogmiddelen;
–     tussen vloeibladen;
–     in de magnetron;
–     strijken
.     liggend drogen boven de verwarming

De natuurlijke kleur wordt veranderd door:
–     levende bloemen kleurstoffen te laten opzuigen;
–     het verven van gedroogde materialen;
–     bleken in chloorwater.
–     suikeren, vergipsen, dompelen in was

Natuurlijke vormen worden veranderd door het aan elkaar lijmen van diverse producten

3.1   Hangend
Echte droogbloemen worden immortellen (onsterfelijken) genoemd.
Ze worden na het bossen omgekeerd opgehangen op een donkere, koele plaats in een goed geventileerde ruimte.
Hydrangea en Molucella laat men voor het drogen optrekken in water. Varens en Heide laat men optrekken in glycerine.
Hangend drogen is al zeer oud. In de Middeleeuwen werd deze methode al toegepast voor het drogen van kruiden. Deze methode is bijvoorbeeld geschikt voor Limonium, Helichrysum, grassen, rozen e.a.

3.2   Droogmiddelen
Kruidachtige materialen kun je drogen door ze in een droogmiddel te leggen. Hiervoor kun je (volière)zand of waspoeder gebruiken. Beter is het om hiervoor een speciaal droogmiddel te nemen.
Het bekendste droogmiddel is silicagel. De meesten kennen dit product als droogmiddel in de verpakking van optische apparaten als fototoestellen. Voor het drogen van plantaardige materialen gebruikt men silicagel in poedervorm.  Silcagel kan 40% van zijn eigen gewicht aan vocht opnemen. In droge toestand heeft het een blauwe kleur. In verzadigde toestand is het wit of roze. Gebruikt poeder kun je opnieuw gebruiken door het te zeven en vervolgens te drogen. Dit drogen kan in een pan, oven of magnetron gebeuren. De blauwe kleur komt dan terug.

Bij deze droogmethode vult men de bodem van een doosje of schaaltje met een dun laagje droogmiddel. Hierop legt men de te drogen producten. Vervolgens wordt het geheel met droogmiddel afgedekt. In sommige gevallen legt men bloemen met de kop omlaag. Afhankelijk van de omstandigheden duurt het drogen op deze manier, ongeveer 3 weken bij het gebruik van zand, en 1 week bij het gebruik van silicagel.

3.3   Vloeibladen
Planten of plantedelen voor een herbarium, kaart of schilderij droogt men tussen vloeibladen. Deze vloeibladen bevinden zich in een speciale plantepers of tussen boeken. Door de kracht die door de pers of het gewicht van de boeken wordt uitgeoefend wordt het vocht uit de planten geperst. Dit wordt door het vloeipapier opgenomen.

3.4   Magnetron
Een magnetron zendt microgolven uit met een frequentie van 2450 miljoen Hertz. De golflengte is 12,25 cm. De energie uit deze golven wordt snel overgenomen door vloeistofmoleculen. Producten kunnen daardoor zeer snel drogen. Bij het drogen in een magnetron maakt men gebruik van silicagel. Dit poeder wordt, samen met de plantendelen, in een gedeeltelijk afgesloten doosje of schaal, in de magnetron geplaatst. De droogtijd bedraagt, afhankelijk van de omstandigheden, 3 tot 5 minuten. Daarna laat men het geheel nog 10 minuten nadrogen. Bij het nadrogen mag het deksel niet helemaal verwijderd worden.
Vaak blijken niet alle plantendelen voldoende droog te zijn. Je kunt het betreffende plantendeel dan opnieuw bedekken met silicagel en in de magnetron verwarmen.

3.5   Strijken
Vooral herfstbladeren zijn erg geschikt om met een strijkbout te drogen. De strijkbout wordt op half gezet en de bladeren worden met een doek afgedekt. Beide kanten worden gedurende een korte tijd verwarmd.

Opmerking:
Bladskeletten kun je maken door bladeren gedurende 1 uur te koken in een oplossing van soda in water. Na het drogen kun je het bladmoes met een (tanden)borstel verwijderen. De nervatuur blijft over.

3.6   Drogen boven de verwarming
Voor deze methode komen vooral vruchten als kiwi, banaan, sinaasappel of citroen in aanmerking. Ze worden in schijfjes gesneden en op vloeipapier gedroogd. Bedrijven doet dit grootschalig via de methode van vriesdrogen.

4     Verzorging
Droogbloemen zijn over het algemeen een zorgenkindje als ze samen met snijbloemen in de winkel staan. De hoge luchtvochtigheid en de koele temperatuur zorgen ervoor dat het drooggoed snel beschimmelt.
Het ophangen van droogbloemen is daarom een goede oplossing. Warme lucht stijgt namelijk naar boven en deze verhitte lucht kan volgens natuurkundige wetten meer water bevatten. Dit houdt in dat de bloemen beter drogen in deze omgeving.
Men raadt aan droogbloemen niet of zo min mogelijk in de zon te zetten. Dit in verband met verkleuring.

Andere wenken zijn:
*     voorkom een slordige, stoffige presentatie. Dit bevestigt het vooroordeel dat droogboeketten stofnesten zijn;
*     verlicht droogbloemen met warme kleuren. Dit roept bij klanten een gezellige, bij drooggoed passende sfeer op en werkt dus verkoopbevorderend;
*     prijs de artikelen duidelijk, anders lijkt de presentatie meer op een tentoonstelling dan op een verkoopplaats;

*     als de klant zichzelf kan bedienen, is het handig als de droogbloemen verpakt zijn. Dit voorkomt beschadiging en uitval van het sortiment;
*     presenteer drooggoed op een voor de klant bereikbare plaats. Kan dit niet, dan moet de uitstalling in ieder geval opvallen;
*     berg voorraden op in gesloten dozen. Dit voorkomt stoffig worden en muizenvraat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Metaal en cementproducten

Metalen voorwerpen zijn door de jaren heen bijna altijd aanwezig geweest in het assortiment van de bloemisten. Maar de populariteit van dit materiaal is wel steeds heel nadrukkelijk bepaald door mode en trends. Zo kan het ene jaar flitsend aluminium helemaal in zijn, terwijl de klant het jaar daarop de voorkeur geeft aan rustiek zink. Een combinatie van snijbloemen en planten met metaal kan problemen geven doordat metalen kunnen oxideren als ze met water in aanraking komen. Dit kan nadelig zijn voor het metalen voorwerp (denk aan het roesten van ijzer). Maar bovendien ontstaan stoffen die schadelijk zijn voor bloemen en planten. Dit voorkom je door in de metalen producten (net als bij een mandje) eerst plastic of een binnenpot aan te brengen. Je kunt ook eerst het metaal bewerken met bijvoorbeeld lak, zodat er geen oxidatie plaatsvindt.

Soorten metaal
Metalen producten zijn er in allerlei soorten, elk met hun eigen specifieke eigenschappen.
Metalen kunnen oxideren (roesten) als ze met water in aanraking komen. Als koper en brons oxideren, krijg je een groene laag. Dat heet patina. Deze laag beschermt tegen verdere aantasting. Een koperen buis kun je daarom goed gebruiken als waterleiding. Brons wordt veel gebruikt voor standbeelden die buiten staan. Andere metalen zijn:

Koper
Koper is een goed te bewerken metaal. Koper is rood van kleur. In de buitenlucht krijgt koper een groene oxi- datielaag. Deze groene oxidatielaag op koper (en brons) noemen we patina. De patina beschermt het koper tegen verdere aantasting. Daarom is een koperen buis zeer geschikt om te gebruiken als waterleiding. Vroeger werden ook loden en ijzeren buizen gebruikt voor waterleidingen. Maar lood was veel te zwaar en kon bovendien loodvergiftiging veroorzaken. En ijzer kon doorroesten en enorme lekkages veroorzaken.
Er bestaan veel legeringen met koper (een legering is een samensmelting van twee of meer metalen).

Tin
Zuiver tin is wit van kleur. Tin kan vloeibaar worden verwerkt. Voorwerpen van tin worden dan ook gegoten. Dat je tin vloeibaar moet gebruiken, is al heel lang bekend. Denk maar eens aan de tinnen soldaatjes van vroeger. Nu nog gebruik je speciaal soldeertin om metalen met elkaar te verbinden Door lood toe te voegen maak je de kleur donkerder en je product zwaarder. Als je tin lange tijd kouder dan -13 ºC bewaart, valt het op den duur uiteen als poeder. We noemen dat tinpest.

Brons
Brons is een legering van koper en tin. Brons is gemakkelijk te gieten. Vanwege de patinavorming wordt brons veel gebruikt voor standbeelden die buiten staan. Nu begrijp je ook waarom die beelden altijd groen zijn.

Messing
Messing is een legering van koper en zink. Messing wordt vaak gebruikt voor voorwerpen die heel strak zijn uitgevoerd.

Zink
Zink is een gemakkelijk te verwerken metaal. Je ziet het in de vorm van vazen en bakken, maar je kunt het in de winkel of binderij ook tegenkomen als bekleding van een tafel of werkblad. Omdat zink zo gemakkelijk te vormen is, wordt het ook veel gebruikt voor dakgoten en afdakjes.

IJzer
IJzer wordt verwerkt tot bakken. Soms krijgt het ijzer een bewerking, zodat er geen oxidatie optreedt. Vaak wordt  het  zonder  bewerking  afgeleverd  en  moet  je  dus  zorgvuldig  omgaan  met  vocht.  Naast  gewoon  ijzer kennen we ook gietijzer. Gietijzeren voorwerpen worden in mallen vervaardigd van vloeibaar ijzer.

Lood
Door z’n speciale uitstraling wordt lood vaak verwerkt met bloemen. Maar lood is giftig als het in contact komt met de huid,. Daarom moet je altijd handschoenen dragen als je met dit metaal werkt.

Decoratiemateriaal van metaal
Metalen kunnen als bak of vaas, maar ook in de vorm van kippengaas dienen als ondergrond. Maar je kunt ook metalen voorwerpen of vormen verwerken in het bloemwerk. Kies metalen dan om hun uitstraling of om het karakter van het materiaal. Verder is het soms erg praktisch om metaal te gebruiken. Het is immers erg sterk en stevig.
Enkele voorbeelden van in bloemwerk verwerkt metaal:

  • metaaldraad in verschillende kleuren;
  • pannensponsjes;
  • lasdraden;
  • ‘engelenhaar’ van metaal.

Metalen kunnen ook goed dienen als achtergrond of als ondergrond om bloemwerk op te presenteren of aan te hangen. Denk bijvoorbeeld aan het veelgebruikte betongaas.

Betonproducten

Beton is het alternatief voor asbestcement. Beton is er in verschillende kwaliteiten, van poreus tot waterdicht. Beton is meestal wit of grijs. Van oorsprong is het een bouwmateriaal.

Toepassing
Nu asbestcementbakken verboden zijn, gaan mensen op zoek naar alternatieven. Als balkonbak kun je ook prima kunststofbakken gebruiken. Verder zie je in de tuin steeds vaker allerlei creatieve oplossingen met beton.
Holle bouwelementen zijn ook zeer geschikt om met potgrond te vullen en er planten in te zetten. Voor binnen is beton minder geschikt. Het is namelijk erg zwaar en het oogt vrij lomp door de dikte. In de tuin, waar je de ruimte hebt, geeft dat juist vaak een heel fraai effect. Denk maar eens aan het contrast tussen een stel ranke narcissen die groeien in zulk grof bouwmateriaal. Beton is poreus. Daarom kan het niet lang water vasthouden. Zorg dus voor een laag plastic folie voordat je betonbakken met potgrond vult.

Kwaliteit van beton
Beton is er in verschillende kwaliteiten. Het goedkoopst is een mengsel van zand en cement. Dit mengsel is gemakkelijk te bewerken, maar geeft een kwetsbaar product. Meng je er ook grind door, dan krijg je een sterker resultaat. Lang en goed mengen zorgt bovendien dat het beton ‘dicht’ wordt. Er zit nauwelijks nog lucht in en daardoor wordt het minder poreus. Het is dan ook beter bestand tegen vorst. In plaats van grind worden soms ook goedkope afvalproducten gebruikt, zoals slakken (resten van gesmolten ijzererts of verbrande steenkool).
Beton is wit of grijs. Kom je een andere kleur beton tegen, dan is het beton bewerkt. We noemen dat gepatineerd. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat het beton groen ziet van de algen. Die aanslag kun je met heet water verwijderen.

 

 

 

 

Aardewerk

Inhoud

Inleiding………………………………………………………………………………………………………………. 56
1      Ondergronden………………………………………………………………………………………………… 56
2      Keramiek……………………………………………………………………………………………………….. 56
2.1      Klei………………………………………………………………………………………………………………. 57
2.2       Indeling………………………………………………………………………………………………………. 59
2.2.1       Biscuit……………………………………………………………………………………………………… 59
2.2.3       Steengoed of Gres…………………………………………………………………………………….. 60
2.2.4       Porselein………………………………………………………………………………………………….. 60
2.3       Vormgeving:……………………………………………………………………………………………….. 61
2.3.1       Handmatig vormen…………………………………………………………………………………… 62
2.3.2       Machinaal vormen……………………………………………………………………………………. 64
2.4       Glazuren…………………………………………………………………………………………………….. 65
2.5       Kwaliteit…………………………………………………………………………………………………….. 67
2.6       Pottenbakkerijen…………………………………………………………………………………………. 67

 

Inleiding

Als je in tuincentra en bloemenwinkels rondkijkt, zie je niet alleen een grote hoeveelheid levend materiaal als bloemen en planten, maar ook de ondergronden waar we die bloemen en planten in verwerken. Denk bijvoorbeeld aan een mooie vaas voor een boeket, een trendy pot voor een kamerplant, of een wintervaste balkonbak voor buitenplanten.

In deze ondergronden zitten grote prijs- en kwaliteitsverschillen. Het is van belang dat je weet wat de oorzaken van deze verschillen zijn, zodat je een klant goed kunt adviseren bij zijn of haar keuze. Dit bereik je door je te verdiepen in de achtergronden en de fabricage van deze ondergronden.

1        Ondergronden

Voor het maken van bloemwerk gebruiken we vele soorten ondergronden gemaakt van verschillende materiaalsoorten. Om een keuze te kunnen maken welke ondergrond we kiezen voor b.v. bloemwerk, moeten we de mogelijkheden en eigenschappen kennen van de diverse ondergronden.
In de volgende pagina’s vind je een informatie overzicht van de verschillende ondergronden gemaakt uit aardewerk. Het betreft de eigenschappen en productieprocessen. Een ander woord voor aardewerk is keramiek.

2        Keramiek

De grondstof voor het maken van keramiek is klei. Klei is een materiaal dat overal op de wereld te vinden is. In Nederland komt het vooral voor langs de grote rivieren.

Het bijzondere ervan is de kneedbaarheid, de plasticiteit. Dit wil zeggen dat, wanneer je in een stuk klei knijpt, de afdruk van je hand erin blijft staan. Als je er een figuurtje van maakt of er een kom van kneedt, dan houdt de klei zijn vorm. Deze eigenschap van klei is al heel lang door mensen benut. Klei werd gebruikt om potten, kommen en urnen te maken en ook kralen en beeldjes. Tevens werd klei gebruikt om hutten dicht te smeren. Heel belangrijk was de uitvinding van het bakken. Toen de mens het vuur had ontdekt, bleek dat voorwerpen van klei in dat vuur hard en sterk werden; en dat ze na het bakken niet opnieuw weer zacht werden in water.

Vondsten van dit primitieve pottenbakkerswerk zijn vaak de oudste overblijfselen van vroegere beschavingen. De oudste dateren van ongeveer 10.000 v. Chr. Bij verhitting verandert klei dus in steen. Alles wat uit klei wordt gebakken noemen we keramiek.

2.1     Klei

De klei die we in de grond vinden is ontstaan door verwering van verschillende gesteenten. Er is daardoor ook een groot verschil in de samenstelling van verschillende kleisoorten.

Het meest wordt zgn. steengoedklei gebruikt in de pottenbakkerij.

Klei voor fijn keramiek wordt uit Duitsland en Engeland geïmporteerd. Nederlandse klei wordt voor grof aardewerk gebruikt, zoals rode bloempotten.

Klei bevat hele kleine deeltjes die de vorm hebben van uiterst dunne plaatjes  (± 2 micron). Deze plaatjes kleven door het in de klei aanwezig water aan elkaar. Hierop berust de plasticiteit van de klei.

Aan klei wordt kwarts (zand) en krijt toegevoegd. Kwarts maakt klei beter vormbaar en krijt zorgt er voor dat de klei sterker en minder poreus wordt. Wanneer er bij temperaturen boven de 1200 graden wordt gebakken dan gebruikt men veldspaat. (dit zorgt voor een goede waterdichtheid).

De kleur van de gebakken klei wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van ijzer:

Wit of lichtgrijs bakkende klei bevat vrijwel geen ijzer;

Geel en roodbakkende klei: 2-6 % ijzer;

zwartbakkende ook een beetje mangaan.

Vaak wordt aan klei chamotte toegevoegd. Dit is klei die al gebakken is en in gemalen vorm door de klei wordt gemengd. De Korreltjes chamotte zijn vaak te zien aan het oppervlak van producten, dat dan ruw is. Klei bevat ongeveer 30 % water, dat tijdens het drogen en bakken verdampt. Dit veroorzaakt het krimpen. Deze krimp bedraagt 10 – 15 %.

Als het krimpen onregelmatig verloopt, geeft dit scheuren.

Het drogen van vooral grote producten moet daarom langzaam (2 – 6 weken) gebeuren. Ook de toevoeging van chamotte, die geen water meer opneemt voorkomt droog- en bakproblemen.

2.2     Indeling

Wanneer klei gebakken wordt bij verschillende temperaturen hebben we ook te maken met verschillende benamingen:

2.2.1  Biscuit

Dit is klei die nog maar eenmaal gebakken is bij een temperatuur van 800 graden Celsius. Het product is nog vrij zacht en poreus. Na deze eerste ovenbehandeling wordt op het aardewerk glazuur aangebracht. Glazuur maakt dan bij de tweede maal bakken het voorwerp waterdicht.

2.2.2  Roodstenen aardewerk

Het bekendste roodstenen aardewerk is de roodstenen bloempot.  In bloemenwinkel of tuincentrum verkoop je deze potten voor twee verschillende doeleinden;

–        Als binnenpot om een kamerplant in te poten. Deze potten zijn gebakken bij een temperatuur van 1000 graden Celsius en zijn poreus.

–        Als ompot voor in de tuin. De modellen zijn verschillend van vorm en soms zeer fantasierijk. De meeste van deze potten kun je in de winter niet buiten laten staan, omdat ze dan kapot vriezen. Deze zijn van klei gebakken bij een temperatuur van ongeveer 1000 graden Celsius. Er zijn ook roodstenen potten die wel winterhard zijn, die potten worden bij minimaal 1200 graden Celsius gebakken.

2.2.3  Steengoed of Gres

Dit is klei gebakken bij een temperatuur van ongeveer 1150 tot 1350 graden Celsius. Het voorwerp is dan soms nog poreus en meestal gesinterd. (bij sinteren gaan enkele bestanddelen smelten waardoor de poriën dicht gaan).

2.2.4  Porselein

Klei gebakken bij een temperatuur van 1300 graden Celsius. Gesinterd, verglaasd, transparant en bijna altijd wit. Het is als het ware gesmolten en weer gestold.

Van klei kunnen allerlei producten worden gemaakt. We kunnen deze indelen in:

–        Grof keramiek; hiertoe rekent men stenen, dakpannen, gresbuizen e.a.
–        Technisch keramiek; hiertoe behoren isolatieporselein en materialen voor de ruimtevaart.
–        Fijn keramiek; hiertoe rekent men
a) industrieel: sanitair b.v. wasbakken, en huishoudelijk: b.v. serviezen)
b) ambachtelijk pottenbakkerswerk: potten, schalen, vazen, serviezen e.d.)

2.3     Vormgeving:

Voordat men de klei gaat vormen zal deze eerst voorbewerkt moeten worden. We noemen dit proces “walken”(=kneden). Door deze bewerking wordt de nog aanwezige lucht uit de klei verwijderd.

Er zijn veel manieren om de gewenste vorm te krijgen. De belangrijkste vormgevingstechnieken kun je verdelen in handwerk en machinaal vormen. De volgende schema’s geven een overzicht:

2.3.1  Handmatig vormen

Handvormen (boetseren)
De oudste en meest “voor de hand” liggende manier van vormgeven is: uit een stuk klei een hol of massief voorwerp kneden. Het is ook mogelijk uit plakken of rollen klei een vorm op te bouwen. Deze techniek wordt nog veel gebruikt voor het maken van niet ronde, grote en aparte werkstukken.

Handdraaien
Een belangrijke stap vooruit in mogelijkheden van vormgeving was de uitvinding van de draaischijf (+/- 3000 v.Chr.). De eerste was waarschijnlijk een platte steen met een holte aan de onderkant, gebruikt door primitieve volken en in geperfectioneerde vorm in India. Uit deze schijf ontwikkelde zich via vele tussenstadia de huidige met de voet aangedreven draaischijf en de machinale schijf.

Werkwijze van het handdraaien:

Bij het draaien wordt een stuk klei op de schijf geplaatst. Met natte handen wordt, terwijl de schijf draait, dit stuk klei in het midden geplaatst (centreren). Doordat het stuk klei tussen de handen wordt gehouden neemt het tevens een ronde vorm aan. Als dit gelukt is, wordt met de duimen een gat gemaakt tot op de bodem van de pot of vaas in wording.

Nog steeds ronddraaiend wordt nu de wand van de pot met de handen (één binnen en één buiten) omhoog gewerkt (= optrekken), tot de pot (vaas of schaal) geworden is tot wat de draaier voor ogen had.

Daarna kan het gemaakte voorwerp van de schijf worden afgesneden met behulp van een snijdraad. Het product heeft nu wat tijd nodig om te drogen. Wanneer het voorwerp nog niet helemaal droog is, kan het worden afgewerkt en eventueel van oren e.d. worden voorzien. De klei is dan op dat moment “leerhard”.

Gieten in mallen /handmatig

Bij het gieten wordt de klei vloeibaar gemaakt, door toevoeging van elektrolyten en alkaliën, zoals soda of waterglas. De klei wordt gegoten in gipsmallen. Deze mallen uit gips zijn zeer poreus, en zuigen het water uit de klei. Na een paar uur is zo tegen de binnenkant van de gipsmal een wand van stevige klei ontstaan. De nog vloeibare klei in het binnenste deel wordt uitgegoten en de zo ontstane vaas kan uit de demonteerbare mal genomen worden.

Het gietproces wordt in de keramiek erg veel toegepast. Het is mogelijk alle ronde en onregelmatige modellen te gieten. Deze methode wordt ook veel toegepast bij plastieken.

2.3.2  Machinaal vormen

Machinaal gieten
Er zijn tegenwoordig ook installaties die massafabricage van gietwerk maken.
Ook in deze geautomatiseerde vorm is dit proces nog erg arbeidsintensief, omdat een aantal onderdelen toch handwerk blijft. Denk maar eens aan het openen van de mallen en het weghalen van de gietnaden.

Machinaal draaien

Voor massaproductie zijn technieken ontwikkeld die het mogelijk maken grote aantallen van een model in een vaste maat maken. Meestal wordt hierbij gebruik gemaakt van een ronddraaiende buiten- of ondermal van gips, waarin of waarop een metalen arm de klei in de gewenste vorm drukt. Na enige droogtijd “lost” het gedraaide voorwerp van het gips en kan dan afgedraaid worden. Deze manier van werken is zeer geschikt voor vlakke schalen en kommen en voor vazen van een niet te nauw model.

Machinaal persen

Bij het persen wordt gebruikt gemaakt van een zeer stijve tot bijna droge klei. In mallen van metaal, gips, rubber of kunststof wordt deze onder zeer hoge druk in gewenste vorm geperst. De machines zijn vaak zeer gecompliceerd. Bij grote aantallen is het een goedkope manier van werken. Vooral bloempotten van een conisch model worden zo veel gemaakt maar ook veel keramiek voor de elektrotechniek.

2.4     Glazuren

Glazuur is een glasachtig materiaal dat het aardewerk sterker maakt, een glanzend uiterlijk en eventueel een kleur geeft, en waterdicht maakt. Je lost de grondstoffen op in water. Eenmaal op het aardewerk zal het biscuit of de leerdroge klei het water onttrekken aan het glazuur. In de oven verdampt het water vervolgens en wordt de glazuurlaag hard.

Glazuur bestaat meestal uit:
–        Klei
–        Kwarts  (=uit kiezelzuur bestaande delfstof, soms waterhelder, wit of gekleurd) o.a. Agaat, Amethist en chalcedon)
–        Veldspaat         (=een rood of witachtig gesteente. Hoofdbestanddeel van graniet)
–        Metaaloxiden   (werkt als smelt- en kleurmiddel)

Glazuur heeft een samenstelling die overeenkomt met die van klei, afgezien van de smeltmiddelen. Hierdoor wordt verklaard dat glazuur zich tijdens het bakken hecht aan de steen (de scherf). De eigenschappen van verschillende glazuren zijn:

–         Transparant glazuur
–         Dekkende glazuur
–         Matte glazuur
–         Craquelé (als decoratie bewust toegepast haarscheuren)
–         Kristal glazuu
–         Zout glazuur

De kleuren van de glazuren worden verkregen door kleurende metaaloxiden toe te voegen:

–           koper: groen, turkoois
–           kobalt: blauw, samen met ijzer en koper of mangaan geeft kobalt zwart
–           mangaan: paars en bruin
–           ijzer: bruin, van geelbruin tot roodbruin, samen met antimoon en vanadium geeft ijzer geel
–           chroom met tin: roze en rood
–           cadmium en seleen: oranje en rood

Glazuur kan op de volgende manieren worden aangebracht:

Dompelen
Hierbij pak je het voorwerp bij hals en voet en dompel je het onder in het glazuur. Het nadeel van deze methode is dat je erg veel glazuurvloeistof moet aanmaken

Overgieten
Hierbij zet je voorwerp op een rooster in een bak en giet de glazuurvloeistof er over heen.

Ingieten
Om de binnenkant te glazuren kun je het voorwerp vullen met glazuurvloeistof en het bewegen zoals iemand dat doet die wijn gaat proeven.

Kwasten
Op plaatsen waar je met een van de eerder genoemde methoden niet goed bij kunt, kun je met een kwast de glazuurlaag aanbrengen.

Bespuiten
Machinaal glazuren wordt gedaan door middel van spuiten.

2.5     Kwaliteit

Aan de hand van de vorige pagina’s kun je vaak al een oordeel vellen over de prijs van een stuk keramiek. Is het uniek of een uit een serie? Zijn de grondstoffen duur of juist voordelig? Is er veel handenarbeid voor nodig of is met een machine een hoge productie te halen?

Dit zijn allemaal factoren die je jezelf kunt afvragen. Een speciale, lage prijs wordt vaak gemaakt voor de zogenaamde b-keuze of tweede kwaliteit. Dit zijn producten waar iets aan mankeert, en die tegen een lagere prijs worden aangeboden. Grote partijen met deze eigenschappen vind je vaak terug in de uitverkoop of in de markthandel.

2.6     Pottenbakkerijen

Enkele bekende pottenbakkerijen in Nederland zijn:

Mobach te Utrecht
Zaalberg te Leiderdorp
Ciro te Beesel
Klaas Fenne de Leeuwe
Cor Unum te ’s Hertogenbosch
Ecri te Katwijk

======================================================
Bijlage

Aardewerk is een van de meest gebruikte materialen binnen ons vak. Hieronder staat schematisch weer gegeven hoe de belangrijkste producten worden gemaakt:

AARDWERK (Keramiek) samenvatting van de bereiding

KLEI
–

walken

 

 

= kneden

(lucht eruit)

–

vormen

 

boetseren

draaien

gieten

persen

 

–

1e keer bakken

 

 

 

800 graden

 

 

 

1000 graden

 

 

 

1200 graden

 

 

 

1300 graden

 

–

BISCUIT

–

AARDEWERK

–

STEENGOED

–

PORSELEIN

 

–

(schilderen en)

glazuren

 

 

spuiten

dompelen

 

 

= kleuren en waterdicht maken

 

–

2e keer bakken

 

–

AARDEWERK VOORWERP

KLAAR