Diersporen

In deze opdracht moeten de deelnemers zoveel mogelijk van de aanwezige diersporen determineren en ordenen.

Nodig:
1. Groot aantal diersporen.  
Denk aan:
-braakballen
-botten
-veren
– uitwerpselen
– gedroogde- en opgezette dieren
– eieren
– haren
– voetafdrukken
enz.
Doe kwetsbare producten in en doorzichtig doosje.

2. Kaarten met de namen van diergroepen.
Bijvoorbdeeld:

Leg deze kaarten dusdanig uit op een tafel dat de diersporen erop gelegd kunnen worden.

3. Stickers of post-its met schrijfmaterialen.

4. Determinatiemateriaal als boeken, zoekkaarten of computers.

Werkwijze:
Werk in kleine groepjes.
Elk groepje krijgt een aantal diersporen
Ze determineren hun diersporen en plakken er zo mogelijk een naamaanduiding op.
De benoemde diersporen worden op de kaart van de juiste diergroep geplaatst.

Als de deelnemers klaar zijn wordt het resultaat besproken.

 

 

 

Zintuigen

Voorbeeldproefjes en opdrachten

Er worden een aantal genummerde opstellingen gemaakt.
De kinderen lopen hier, zo mogelijk met begeleider, langs en voeren de opdrachten uit.

suggestie:
Voeg aan elke opstelling een opdracht toe.
Laat de antwoorden invullen op een verzamelformulier met puntentelling.
Na de laatste opdracht vult de begeleider, met behulp van een antwoordmodel, de scores in.
Gebruik de scores om iets extra’s te doen.

1 Wat voel je?
Werkwijze:
– Voorzie de deelnemer van een blinddoek;
– Desoriënteer hem;
– Breng hem naar een boom en laat hem eraan voelen;
– Desoriënteer hem opnieuw;
– Laat aanwijzen aan welke boom hij heeft gevoeld.
Benodigdheden:
– blinddoek;
– bomen met duidelijke schors;
– nummers om aan de bomen te hangen met info op de achterkant (voor de
begeleiders)

Andere suggesties bij voelen:
warm, koud en lauw water.
voeldozen

2 Wat zie je?
Benodigdheden:
– microscoop met mensenhaar;
– binoculair met beestjes en planten;
– loeppotjes met beestjes en planten;
– raadfoto’s zoals eenvoudige afbeeldingen van dieren voor kleine kinderen, objecten
macro-opnames, detailfoto’s en gezichtsbedrog bijv. met lijnen
Antwoorden op de achterkant vermelden

Andere suggesties bij kijken:
spiegel, lepel, verrekijker, telescoop, kijkbuis

3 Wat ruik je?
Benodigdheden:
– geurdoosjes met bekende geuren:
vies, lekker, sterk enz. bijvoorbeeld azijn, kamille, citroen, sinaasappel, knoflook,
ui, deodorant.
antwoord onder op de potjes schrijven  

4 Wat proef je?
Benodigdheden:
– diverse heldere vloeistoffen in ondoorzichtige, afgedekte bekertjes met een rietje:
zout, zoet, bitter, zuur;
– neusklem;
– blinddoek.

5 Wat hoor je?
– Vraag om stilte;
– Laat het kind een natuurgeluid noemen dat hij hoort.

aalschover

6 Wat is dit?
Toon een aantal detailfoto’s en laat raden wat dit is.

 

 

 

7 Gezichtbedrog

Maak het verschil tussen kijken en zien duidelijk met een aantal voorbeelden van gezichtsbedrog. Deze zijn op internet te vinden.

 

 

 


Andere suggesties bij horen:
– laat een natuurgeluid geluidsopname horen via een koptelefoon en vraag om herkenning.
– Laat een boodschap aan elkaar doorgeven.
Vergelijk het eindresultaat met boodschap.

 

Suggestie ter afsluiting
6 opdracht over zintuigen

De deelnemers krijgen 10 bordjes die ze bij de bijbehorende opstellingen moeten leggen: 2 bordjes per opstelling

A kijken
B ruiken
C proeven
D Voelen
E  Luisteren

F ogen
G neus
H tong
I huid
J oren

 

 

 

 

Vogelherkenspel

Inleiding
Goed kijken is moeilijker dan we denken.
We herkennen het wel. Als we een veer van een bekende vogel vinden weten we niet waar deze bij hoor.

Dit vogelspel werkt met geplastificeerde kaarten.
Van elke vogel heeft men 3 foto’s:
– een foto van een detail als een veer
– een foto van een silhouet
– een foto van de hele vogel

In eerste instantie worden de foto’s van de details en de silhouetten over de deelnemers verdeeld.
Deze moeten ze 2 aan 2 ordenen.
Vervolgens worden de foto’s van de hele vogel uitgedeeld om op het juiste stapeltje te leggen.

Tot slot wordt het nabesproken

Log in om meer te lezen

Dieren en dierbenodigheden

Inleiding
Alle grotere tuincentra hebben een afdeling met dierbenodigdheden. Vaak worden er ook kleinere huisdieren verkocht. Vaak wordt de afdeling dierbenodigdheden bemenst door medewerkers met een opleiding dierhouderij of veel ervaring. Soms moeten ook andere medewerkers bijspringen.

1 DIEREN
De tijd dat dieren in een tuincentrum zijn, moet zo kort mogelijk zijn. Het is vanzelfsprekend dat je goed voor de dieren moet zorgen en dat je klanten goed moet adviseren. Hierna komen verschillende dieren aan bod en hoe je ze het beste kunt behandelen. Hierbij een aantal dierbenodigdheden besproken die in tuincentra verkocht worden.

Honden en katten
Honden en katten worden niet op het tuincentrum verkocht. Ze zijn te koop in dierenspeciaalzaken of kennels. Wel zal het voorkomen dat klanten vragen stellen. Hierbij zal het voornamelijk gaan om dierbenodigdheden die wel verkocht worden.

Vogels
Bij de handel in vogels is het gebruikelijk dat er geen garantie wordt gegeven op de levensduur. Je moet dus extra goed letten op vitaliteit en lichamelijke gebreken bij de inkoop. Een vogel die ouder is dan twee jaar, moet je niet meer inkopen. Als je twijfelt over het geslacht, dan moet je goede afspraken maken met de klant over ruil.

Bij de verkoop of bij het overplaatsen van een vogel moet je deze vangen. Let daarbij op de volgende punten:

  • Zorg dat het doosje voor vervoer vlakbij staat.
  • Zorg ervoor dat ramen en deuren zijn gesloten.
  • Verwijder obstakels in de kooi.
  • Pak een vogel zo snel mogelijk.
  • Denk bij sommige vogels (zoals kromsnavels) aan je vingers.
  • Pak kromsnavels met duim en wijsvinger aan weerszijde van de kaken zo stevig vast dat ze niet meer in je vingers kunnen bijten.
  • Let ook op de nagels van de vogels. Deze kunnen scherp zijn.
  • Gebruik als het kan een net. Er is dan veel minder kans dat de vogel gewond raakt.
  • Vang duifjes en kwartels vanwege verenverlies altijd met een net.
  • Vang de vogel met de vliegrichting mee.
  • Houd de vogel niet gespannen vast. Je hand kan dan gaan transpireren, waardoor er veren blijven plakken.
  • Probeer de vogel dwars in de hand op de rug te leggen.
  • Houd de vogel tegen je aan, daar wordt hij rustiger van.
  • Houd de vogel niet langer vast dan beslist noodzakelijk.
  • Doe de vogel in een doosje dat niet te groot is. Het moet ventilatieopeningen hebben en glad zijn van binnen, zodat beschadigingen tot een minimum blijven beperkt. Denk eraan dat parkieten en dwergpagaaien vrij snel een gat in een doos bijten.

Een goed vangnet is ongeveer 50 cm diep en heeft een doorsnede van 20-30 cm. Kijk uit dat je een vogel geen klap geeft met de harde rand van het net. Breng bij voorkeur alle vogels van gelijke grootte en dezelfde leefgewoonte onder in dezelfde ruimte. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen kunnen zich altijd ongewenste situaties voordoen tussen de vogels onderling. Het is daarom zeer raadzaam om dit iedere dag goed te controleren.

Knaagdieren
Knaagdieren zijn prooidieren en zullen bang zijn om te worden opgepakt. Een rustige benadering is dus bij deze dieren belangrijk.

Hamsters
Bij hamsters moet je nog voorzichtiger zijn, want dat zijn nachtdieren. Laat ze eerst rustig wakker worden, voordat je ze beetpakt. Controleer de dieren dagelijks op afwijkingen en let op dat je de hokken goed afsluit.

Cavia’s
Een cavia kun je het beste in het nekvel oppakken direct achter de oren en dan op je platte hand plaatsen. Cavia’s moet je niet alleen in een kooi plaatsen, omdat het gezelschapsdieren zijn. Cavia’s kunnen ook samen met dwergkonijnen in een hok. De zeugjes kunnen goed bij elkaar, maar meerdere beertjes in een hok kan problemen geven.

Chinchilla’s
Een chinchilla kun je in het nekvel oppakken. Er kunnen twee vrouwtjes in een kooi, maar twee mannetjes kan niet. Gun ze overdag rust.

Muizen
Een muis kun je het beste vastpakken bij de staartinplant. Zet na het oppakken het dier op je hand zetten. Je kunt  muizen  ook  in  het  nekvel  pakken.  Als  je  nieuwe  muizen  bij  andere  muizen  plaatst,  ontstaan  er  vaak gevechten. Nieuwkomers worden vaak zo verwond dat ze sterven.

Ratten
Een tamme rat die gewend is om te worden opgepakt, kun je met de volle hand pakken, maar het kan ook bij de staartinplant of in het nekvel. Houd de rat niet te lang aan staart vast, omdat hij best zwaar is.

Konijnen
Een konijn kun je het beste in het nekvel oppakken, direct achter de oren. Jonge dieren kunnen bij elkaar, volwassen dieren kunnen gaan vechten.

2     De verzorging van dieren
De dieren die in een tuincentrum aanwezig zijn moeten goed verzorgd worden en klanten moet het juiste advies krijgen. Daarom is de dierenafdeling een van de moeilijkste afdeling om te werken.
In een tuincentrum zijn naast dieren, ook allerlei benodigdheden voor dieren te koop. Niet alleen voor de dieren die het tuincentrum verkoopt, maar ook voor honden en katten. Hierna wordt besproken hoe je met de verschillende benodigdheden omgaat.

Honden
Voor een buitens van een hond is een hogedrukspuit ideaal, maar ook een flinke schrobbeurt met zeep voldoet prima. De mand van de hond moet elke week worden uitgezogen. Het kussen of deken moet regelmatig worden gewassen en voorzien van middel tegen vlooien.
De verzorging van de huid en de vacht van de hond is erg belangrijk. Bij het verzorgen moet je de vacht goed nakijken. Door dit verzorgen krijg je een betere band met de hond. De vacht dient voor het voorkomen van beschadigingen en temperatuurschommelingen. Vandaar dat de vacht ook een beetje vettig moet zijn. Er zijn honden met verschillende soorten vachten. Er zijn twee haarsoorten. de zware vaak stugge dekharen en de fijne dunne onderharen. Een hond mag worden gewassen. De vacht krijgt daarna weer wat vet met babyolie.

Katten
De kattenbak moet minimaal een keer per week worden verschoond. De mand kan elke week worden uitgezogen. Daarnaast is het nodig om af en toe het kussen te wassen.
Een  kat  moet  een  keer  per  dag  worden  gevoerd  op  hetzelfde  tijdstip.  Er  moet  altijd  vers  drinkwater  staan. Kammen is vooral in het voor- en najaar bij langharige rassen gewenst. De klant moet regelmatig controleren of de kat geen vlooien heeft

Vogel
Minimaal een keer per week moet de bodemvulling worden ververst en moeten de zijstukken en de voer- en waterbakjes regelmatig worden gereinigd. Haal veren en ander ongerief uit de kooi.
Bij veel vogels moeten de nagels worden geknipt. Bij lichtgekleurde nagels is dit gemakkelijk, als je deze in het licht houd zie je een rode streep. Daar mag je niet knippen, want dat voelt de vogel. Bij donkere nagels moet je op de gok knippen. Je kunt ze dan beter wat langer laten zodat je de vogel niet zeer doet. Er zijn speciale schaartjes voor het knippen van nagels, een gewone schaar is hiervoor niet zo geschikt.

Knaagdieren
Van alle knaagdieren moet minimaal een keer per week de bodembedekking worden verschoond en de drinkfles en de voerbak worden gereinigd. Een keer per maand moet de kooi helemaal met een sopje worden gereinigd, eventueel voorzien van een des-infecteringsmiddel. Verwijder voederresten consequent.

Voor knaagdieren gelden een aantal tips:

  • Gun de dieren hun rust.
  • Geef ze de juiste voeding en juiste hoeveelheid.
  • Zorg altijd voor voldoende drinkwater.
  • Controleer elke dag hun conditie.
  • Geef ze de juiste huisvesting.

Knaagdieren zijn nogal stressgevoelig.
Daarom volgen hieronder een aantal tips  voor het uitpakken en controleren van deze dieren:

1     Kort handelskanaal
Knaagdieren en konijnen koop je meestal direct van een fokker. De handelsweg is kort. Toch moet je ook deze dieren bij aankomst goed bekijken en snel in hun huisvesting plaatsen om stress te voorkomen.

2     Transportkooien
Als je gebruikmaakt van eigen transportkooien, moet je die altijd voor en na het gebruik reinigen en ontsmetten. Dieren die je gezond aankoopt, kunnen via een besmette transportkist besmet raken met verschillende dierziekten.

3     Transport
Tijdens een transport worden de dieren gevangen, gefixeerd en dicht opeen gepakt. Dit zijn onnatuurlijke toestanden. Het roept stress op. Om deze stress te verminderen moet het totale transport snel gebeuren. Geef de dieren in hun definitieve huisvesting extra schuilgelegenheid, zodat ze sneller kunnen wennen.

4 Nieuwe knaagdieren
Knaagdieren kun je niet zonder meer bij elkaar plaatsen. De aanwezige dieren zien de huisvesting als hun territorium en zullen dit territorium verdedigen. Geur is hun herkenningsteken. Zet daarom alle dieren in een schone huisvesting. Druppel vooraf elk dier in met een sterk parfum. Voorzien van dezelfde geur zullen ze elkaar accepteren en kun je ze in hun huisvesting plaatsen. Vooral bij gerbils en hamsters is deze handeling noodzakelijk.