Aardewerk

Aardewerk

Inhoud

Inleiding………………………………………………………………………………………………………………. 56
1      Ondergronden………………………………………………………………………………………………… 56
2      Keramiek……………………………………………………………………………………………………….. 56
2.1      Klei………………………………………………………………………………………………………………. 57
2.2       Indeling………………………………………………………………………………………………………. 59
2.2.1       Biscuit……………………………………………………………………………………………………… 59
2.2.3       Steengoed of Gres…………………………………………………………………………………….. 60
2.2.4       Porselein………………………………………………………………………………………………….. 60
2.3       Vormgeving:……………………………………………………………………………………………….. 61
2.3.1       Handmatig vormen…………………………………………………………………………………… 62
2.3.2       Machinaal vormen……………………………………………………………………………………. 64
2.4       Glazuren…………………………………………………………………………………………………….. 65
2.5       Kwaliteit…………………………………………………………………………………………………….. 67
2.6       Pottenbakkerijen…………………………………………………………………………………………. 67

 

Inleiding

Als je in tuincentra en bloemenwinkels rondkijkt, zie je niet alleen een grote hoeveelheid levend materiaal als bloemen en planten, maar ook de ondergronden waar we die bloemen en planten in verwerken. Denk bijvoorbeeld aan een mooie vaas voor een boeket, een trendy pot voor een kamerplant, of een wintervaste balkonbak voor buitenplanten.

In deze ondergronden zitten grote prijs- en kwaliteitsverschillen. Het is van belang dat je weet wat de oorzaken van deze verschillen zijn, zodat je een klant goed kunt adviseren bij zijn of haar keuze. Dit bereik je door je te verdiepen in de achtergronden en de fabricage van deze ondergronden.

1        Ondergronden

Voor het maken van bloemwerk gebruiken we vele soorten ondergronden gemaakt van verschillende materiaalsoorten. Om een keuze te kunnen maken welke ondergrond we kiezen voor b.v. bloemwerk, moeten we de mogelijkheden en eigenschappen kennen van de diverse ondergronden.
In de volgende pagina’s vind je een informatie overzicht van de verschillende ondergronden gemaakt uit aardewerk. Het betreft de eigenschappen en productieprocessen. Een ander woord voor aardewerk is keramiek.

2        Keramiek

De grondstof voor het maken van keramiek is klei. Klei is een materiaal dat overal op de wereld te vinden is. In Nederland komt het vooral voor langs de grote rivieren.

Het bijzondere ervan is de kneedbaarheid, de plasticiteit. Dit wil zeggen dat, wanneer je in een stuk klei knijpt, de afdruk van je hand erin blijft staan. Als je er een figuurtje van maakt of er een kom van kneedt, dan houdt de klei zijn vorm. Deze eigenschap van klei is al heel lang door mensen benut. Klei werd gebruikt om potten, kommen en urnen te maken en ook kralen en beeldjes. Tevens werd klei gebruikt om hutten dicht te smeren. Heel belangrijk was de uitvinding van het bakken. Toen de mens het vuur had ontdekt, bleek dat voorwerpen van klei in dat vuur hard en sterk werden; en dat ze na het bakken niet opnieuw weer zacht werden in water.

Vondsten van dit primitieve pottenbakkerswerk zijn vaak de oudste overblijfselen van vroegere beschavingen. De oudste dateren van ongeveer 10.000 v. Chr. Bij verhitting verandert klei dus in steen. Alles wat uit klei wordt gebakken noemen we keramiek.

2.1     Klei

De klei die we in de grond vinden is ontstaan door verwering van verschillende gesteenten. Er is daardoor ook een groot verschil in de samenstelling van verschillende kleisoorten.

Het meest wordt zgn. steengoedklei gebruikt in de pottenbakkerij.

Klei voor fijn keramiek wordt uit Duitsland en Engeland geïmporteerd. Nederlandse klei wordt voor grof aardewerk gebruikt, zoals rode bloempotten.

Klei bevat hele kleine deeltjes die de vorm hebben van uiterst dunne plaatjes  (± 2 micron). Deze plaatjes kleven door het in de klei aanwezig water aan elkaar. Hierop berust de plasticiteit van de klei.

Aan klei wordt kwarts (zand) en krijt toegevoegd. Kwarts maakt klei beter vormbaar en krijt zorgt er voor dat de klei sterker en minder poreus wordt. Wanneer er bij temperaturen boven de 1200 graden wordt gebakken dan gebruikt men veldspaat. (dit zorgt voor een goede waterdichtheid).

De kleur van de gebakken klei wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van ijzer:

Wit of lichtgrijs bakkende klei bevat vrijwel geen ijzer;

Geel en roodbakkende klei: 2-6 % ijzer;

zwartbakkende ook een beetje mangaan.

Vaak wordt aan klei chamotte toegevoegd. Dit is klei die al gebakken is en in gemalen vorm door de klei wordt gemengd. De Korreltjes chamotte zijn vaak te zien aan het oppervlak van producten, dat dan ruw is. Klei bevat ongeveer 30 % water, dat tijdens het drogen en bakken verdampt. Dit veroorzaakt het krimpen. Deze krimp bedraagt 10 – 15 %.

Als het krimpen onregelmatig verloopt, geeft dit scheuren.

Het drogen van vooral grote producten moet daarom langzaam (2 – 6 weken) gebeuren. Ook de toevoeging van chamotte, die geen water meer opneemt voorkomt droog- en bakproblemen.

2.2     Indeling

Wanneer klei gebakken wordt bij verschillende temperaturen hebben we ook te maken met verschillende benamingen:

2.2.1  Biscuit

Dit is klei die nog maar eenmaal gebakken is bij een temperatuur van 800 graden Celsius. Het product is nog vrij zacht en poreus. Na deze eerste ovenbehandeling wordt op het aardewerk glazuur aangebracht. Glazuur maakt dan bij de tweede maal bakken het voorwerp waterdicht.

2.2.2  Roodstenen aardewerk

Het bekendste roodstenen aardewerk is de roodstenen bloempot.  In bloemenwinkel of tuincentrum verkoop je deze potten voor twee verschillende doeleinden;

–        Als binnenpot om een kamerplant in te poten. Deze potten zijn gebakken bij een temperatuur van 1000 graden Celsius en zijn poreus.

–        Als ompot voor in de tuin. De modellen zijn verschillend van vorm en soms zeer fantasierijk. De meeste van deze potten kun je in de winter niet buiten laten staan, omdat ze dan kapot vriezen. Deze zijn van klei gebakken bij een temperatuur van ongeveer 1000 graden Celsius. Er zijn ook roodstenen potten die wel winterhard zijn, die potten worden bij minimaal 1200 graden Celsius gebakken.

2.2.3  Steengoed of Gres

Dit is klei gebakken bij een temperatuur van ongeveer 1150 tot 1350 graden Celsius. Het voorwerp is dan soms nog poreus en meestal gesinterd. (bij sinteren gaan enkele bestanddelen smelten waardoor de poriën dicht gaan).

2.2.4  Porselein

Klei gebakken bij een temperatuur van 1300 graden Celsius. Gesinterd, verglaasd, transparant en bijna altijd wit. Het is als het ware gesmolten en weer gestold.

Van klei kunnen allerlei producten worden gemaakt. We kunnen deze indelen in:

–        Grof keramiek; hiertoe rekent men stenen, dakpannen, gresbuizen e.a.
–        Technisch keramiek; hiertoe behoren isolatieporselein en materialen voor de ruimtevaart.
–        Fijn keramiek; hiertoe rekent men
a) industrieel: sanitair b.v. wasbakken, en huishoudelijk: b.v. serviezen)
b) ambachtelijk pottenbakkerswerk: potten, schalen, vazen, serviezen e.d.)

2.3     Vormgeving:

Voordat men de klei gaat vormen zal deze eerst voorbewerkt moeten worden. We noemen dit proces “walken”(=kneden). Door deze bewerking wordt de nog aanwezige lucht uit de klei verwijderd.

Er zijn veel manieren om de gewenste vorm te krijgen. De belangrijkste vormgevingstechnieken kun je verdelen in handwerk en machinaal vormen. De volgende schema’s geven een overzicht:

2.3.1  Handmatig vormen

Handvormen (boetseren)
De oudste en meest “voor de hand” liggende manier van vormgeven is: uit een stuk klei een hol of massief voorwerp kneden. Het is ook mogelijk uit plakken of rollen klei een vorm op te bouwen. Deze techniek wordt nog veel gebruikt voor het maken van niet ronde, grote en aparte werkstukken.

Handdraaien
Een belangrijke stap vooruit in mogelijkheden van vormgeving was de uitvinding van de draaischijf (+/- 3000 v.Chr.). De eerste was waarschijnlijk een platte steen met een holte aan de onderkant, gebruikt door primitieve volken en in geperfectioneerde vorm in India. Uit deze schijf ontwikkelde zich via vele tussenstadia de huidige met de voet aangedreven draaischijf en de machinale schijf.

Werkwijze van het handdraaien:

Bij het draaien wordt een stuk klei op de schijf geplaatst. Met natte handen wordt, terwijl de schijf draait, dit stuk klei in het midden geplaatst (centreren). Doordat het stuk klei tussen de handen wordt gehouden neemt het tevens een ronde vorm aan. Als dit gelukt is, wordt met de duimen een gat gemaakt tot op de bodem van de pot of vaas in wording.

Nog steeds ronddraaiend wordt nu de wand van de pot met de handen (één binnen en één buiten) omhoog gewerkt (= optrekken), tot de pot (vaas of schaal) geworden is tot wat de draaier voor ogen had.

Daarna kan het gemaakte voorwerp van de schijf worden afgesneden met behulp van een snijdraad. Het product heeft nu wat tijd nodig om te drogen. Wanneer het voorwerp nog niet helemaal droog is, kan het worden afgewerkt en eventueel van oren e.d. worden voorzien. De klei is dan op dat moment “leerhard”.

Gieten in mallen /handmatig

Bij het gieten wordt de klei vloeibaar gemaakt, door toevoeging van elektrolyten en alkaliën, zoals soda of waterglas. De klei wordt gegoten in gipsmallen. Deze mallen uit gips zijn zeer poreus, en zuigen het water uit de klei. Na een paar uur is zo tegen de binnenkant van de gipsmal een wand van stevige klei ontstaan. De nog vloeibare klei in het binnenste deel wordt uitgegoten en de zo ontstane vaas kan uit de demonteerbare mal genomen worden.

Het gietproces wordt in de keramiek erg veel toegepast. Het is mogelijk alle ronde en onregelmatige modellen te gieten. Deze methode wordt ook veel toegepast bij plastieken.

2.3.2  Machinaal vormen

Machinaal gieten
Er zijn tegenwoordig ook installaties die massafabricage van gietwerk maken.
Ook in deze geautomatiseerde vorm is dit proces nog erg arbeidsintensief, omdat een aantal onderdelen toch handwerk blijft. Denk maar eens aan het openen van de mallen en het weghalen van de gietnaden.

Machinaal draaien

Voor massaproductie zijn technieken ontwikkeld die het mogelijk maken grote aantallen van een model in een vaste maat maken. Meestal wordt hierbij gebruik gemaakt van een ronddraaiende buiten- of ondermal van gips, waarin of waarop een metalen arm de klei in de gewenste vorm drukt. Na enige droogtijd “lost” het gedraaide voorwerp van het gips en kan dan afgedraaid worden. Deze manier van werken is zeer geschikt voor vlakke schalen en kommen en voor vazen van een niet te nauw model.

Machinaal persen

Bij het persen wordt gebruikt gemaakt van een zeer stijve tot bijna droge klei. In mallen van metaal, gips, rubber of kunststof wordt deze onder zeer hoge druk in gewenste vorm geperst. De machines zijn vaak zeer gecompliceerd. Bij grote aantallen is het een goedkope manier van werken. Vooral bloempotten van een conisch model worden zo veel gemaakt maar ook veel keramiek voor de elektrotechniek.

2.4     Glazuren

Glazuur is een glasachtig materiaal dat het aardewerk sterker maakt, een glanzend uiterlijk en eventueel een kleur geeft, en waterdicht maakt. Je lost de grondstoffen op in water. Eenmaal op het aardewerk zal het biscuit of de leerdroge klei het water onttrekken aan het glazuur. In de oven verdampt het water vervolgens en wordt de glazuurlaag hard.

Glazuur bestaat meestal uit:
–        Klei
–        Kwarts  (=uit kiezelzuur bestaande delfstof, soms waterhelder, wit of gekleurd) o.a. Agaat, Amethist en chalcedon)
–        Veldspaat         (=een rood of witachtig gesteente. Hoofdbestanddeel van graniet)
–        Metaaloxiden   (werkt als smelt- en kleurmiddel)

Glazuur heeft een samenstelling die overeenkomt met die van klei, afgezien van de smeltmiddelen. Hierdoor wordt verklaard dat glazuur zich tijdens het bakken hecht aan de steen (de scherf). De eigenschappen van verschillende glazuren zijn:

–         Transparant glazuur
–         Dekkende glazuur
–         Matte glazuur
–         Craquelé (als decoratie bewust toegepast haarscheuren)
–         Kristal glazuu
–         Zout glazuur

De kleuren van de glazuren worden verkregen door kleurende metaaloxiden toe te voegen:

–           koper: groen, turkoois
–           kobalt: blauw, samen met ijzer en koper of mangaan geeft kobalt zwart
–           mangaan: paars en bruin
–           ijzer: bruin, van geelbruin tot roodbruin, samen met antimoon en vanadium geeft ijzer geel
–           chroom met tin: roze en rood
–           cadmium en seleen: oranje en rood

Glazuur kan op de volgende manieren worden aangebracht:

Dompelen
Hierbij pak je het voorwerp bij hals en voet en dompel je het onder in het glazuur. Het nadeel van deze methode is dat je erg veel glazuurvloeistof moet aanmaken

Overgieten
Hierbij zet je voorwerp op een rooster in een bak en giet de glazuurvloeistof er over heen.

Ingieten
Om de binnenkant te glazuren kun je het voorwerp vullen met glazuurvloeistof en het bewegen zoals iemand dat doet die wijn gaat proeven.

Kwasten
Op plaatsen waar je met een van de eerder genoemde methoden niet goed bij kunt, kun je met een kwast de glazuurlaag aanbrengen.

Bespuiten
Machinaal glazuren wordt gedaan door middel van spuiten.

2.5     Kwaliteit

Aan de hand van de vorige pagina’s kun je vaak al een oordeel vellen over de prijs van een stuk keramiek. Is het uniek of een uit een serie? Zijn de grondstoffen duur of juist voordelig? Is er veel handenarbeid voor nodig of is met een machine een hoge productie te halen?

Dit zijn allemaal factoren die je jezelf kunt afvragen. Een speciale, lage prijs wordt vaak gemaakt voor de zogenaamde b-keuze of tweede kwaliteit. Dit zijn producten waar iets aan mankeert, en die tegen een lagere prijs worden aangeboden. Grote partijen met deze eigenschappen vind je vaak terug in de uitverkoop of in de markthandel.

2.6     Pottenbakkerijen

Enkele bekende pottenbakkerijen in Nederland zijn:

Mobach te Utrecht
Zaalberg te Leiderdorp
Ciro te Beesel
Klaas Fenne de Leeuwe
Cor Unum te ’s Hertogenbosch
Ecri te Katwijk

======================================================
Bijlage

Aardewerk is een van de meest gebruikte materialen binnen ons vak. Hieronder staat schematisch weer gegeven hoe de belangrijkste producten worden gemaakt:

AARDWERK (Keramiek) samenvatting van de bereiding

KLEI
–

walken

 

 

= kneden

(lucht eruit)

–

vormen

 

boetseren

draaien

gieten

persen

 

–

1e keer bakken

 

 

 

800 graden

 

 

 

1000 graden

 

 

 

1200 graden

 

 

 

1300 graden

 

–

BISCUIT

–

AARDEWERK

–

STEENGOED

–

PORSELEIN

 

–

(schilderen en)

glazuren

 

 

spuiten

dompelen

 

 

= kleuren en waterdicht maken

 

–

2e keer bakken

 

–

AARDEWERK VOORWERP

KLAAR

 

 

 

1 gedachte over “Aardewerk”

Plaats een reactie