Bomen en struiken

Bomen en struiken

Inleiding

Bomen, struiken en klimplanten zijn houtachtige gewassen. Ze hebben een stam en takken van hout. Daardoor zijn ze steviger dan kruidachtige gewassen, zoals een brandnetel of een dahlia. Houtachtige gewassen worden vaak groter en ouder dan kruidachtige gewassen.
Bij volgroeide bomen beginnen de takken op enkele meters boven de grond uit de stam. Bij struiken beginnen de takken veel lager, bijna op de grond. Meestal zijn deze takken dunner dan de takken van bomen. Soms zijn ze ook minder houtachtig en dus veel buigzamer.
Bomen hebben een centrale hoofdstam of hoofdtak. Opvallend is als we naar de kroon van een boom kijken deze meestal een herkenbare hoofdtak en ook zijtakken heeft.
Veel loofbomen verliezen in het Nederlandse klimaat hun blad in het najaar en zijn in de winter dus kaal. Ook een kale boom heeft in de tuin of in een park een bepaalde esthetische kwaliteit. Soms ook is een fraaie bast een goede reden voor aanplant.
Sommige coniferen verliezen naalden in de winter terwijl andere groen blijven. Coniferen bezitten geen loofblad, maar naalden of schubben.

Indeling

Bij het indelen van bomen kun je diverse criteria hanteren.

Voorbeelden zijn:

A Indeling naar bladvorm:
– loofbomen
– naaldbomen

B Indeling naar gebruik:
– bosboom
– laanboom
– plantsoenboom of parkboo
– solitairboom
– straatboom voor brede straten
– straatboom voor smalle straten
– tuinboom

C Indeling naar groeiwijze
– snel groeiend
– langzaam groeiend
– bodembedekkend (bij coniferen
– geschikt als haag (vooral bij coniferen)

D Indeling naar de vorm van de kruin:
– zuilvormig
– piramidaal-ovaal
– rond
– breed
– overhangend

E Indeling naar groeihoogte:
– hoger dan 15 meter zijn bomen van de eerste grootte
– van 10 tot 15 meter zijn bomen van tweede grootte
– van 6 tot 10 meter zijn bomen van derde grootte
– van 1 tot 6 meter (vooral bij coniferen)

Toepassing
Bomen worden toegepast al naar de omstandigheden zoals de beschikbare ruimte. Ook is het belangrijk rekening te houden met het bestand zijn tegen zeewind, wind, droogte, vervuiling, grondsoort en dergelijke. Ook de bloei, vruchten, bladvorm en bladkleur zijn van belang bij de keuze.
Voor de bloemsierkunst zijn van vele boomsoorten takken met of zonder blad bruikbaar. Ook de bast is soms erg fraai. De bloeiwijze is ook soms geschikt, denk aan de kastanje en natuurlijk de vruchten van sommige soorten zoals plataan en kastanje.
Grote bomen kunnen in een kleine tuin met hun vele wortels soms veel water en voedsel uit de grond halen. Ook kan door de schaduw uw assortiment tuinplanten beperkt worden.

Geschikte standplaatsen
Niet elke boom of struik voelt zich lekker op dezelfde plek. De ene struik houdt van een open, zonnige plek, terwijl een andere soort weer graag op een natte, beschutte plaats groeit. Kortom: elke soort heeft zijn eigen favoriete standplaats.
Schaduwsoorten groeien het best als ze niet te veel licht krijgen. Bijvoorbeeld midden in een dichtbegroeid bos. In de felle zon zouden ze uitdrogen. De lichtsoorten hebben daar minder last van. Zij houden van felle zon en groeien door die zon sneller dan schaduwplanten.
Ook op het gebied van de bodem hebben planten voorkeuren. Er zijn planten die het goed doen op zandgrond of juist op klei. Dat heeft te maken met de voedingsstoffen die in de bodem zitten. Maar ook met de vochtigheid van de bodem. Veen is erg vochtig, zand juist erg droog. Planten groeien het snelst op hun favoriete bodem. Ook krijgen ze daar minder snel last van ziekten en plagen.

Verzorging
Voor de verzorging is vooral van belang om na te gaan of de boomsoort het zal doen in de omgeving waar u woont. Bij de meeste soorten is snoeien niet nodig, maar als in een beperkte tuin ze te groot worden is snoeien een goede oplossing. Het beste is jong te beginnen om het model mooi te houden. Zeewind is voor sommige bomen niet goed.
Als u takken van bomen in bloemwerk gebruikt, knip ze dan af en zet ze op water met daarin een heesterchrysal. Na enkele uren kunt u de takken in het bloemwerk gebruiken.

Houtachtige beplantingen
Overal waar je kijkt, zie je bomen en struiken. In het bos natuurlijk, maar ook rondom het schoolplein en in de straat waarin je woont. Soms zijn die struiken en bomen daar toevallig als zaadje terechtgekomen. Maar vaker nog zijn ze aangeplant door mensen. Omdat ze mooi zijn om naar te kijken bijvoorbeeld. Of om te voorkomen dat iedereen zomaar bij je naar binnen kan kijken! Beplantingstypen kunnen heel verschillende functies hebben.

Beplantingstypen
Je kunt houtachtige gewassen op verschillende manieren aanplanten. De manier waarop bomen of struiken bij elkaar staan, noem je het beplantingstype. In de volgende figuren staan de belangrijkste beplantingstypen.

Beplantingstypen met bomen:

Beplantingstypen met struiken:

Beplantingstypen met bomen en struiken

Bijzondere beplantingstypen:

Functies van beplantingstypen

Hoe je bomen of struiken aanplant, hangt af van de functie van de beplanting. Wil je de wind uit je tuin houden, dan plant je een coniferenhaag aan. Wil je een oude boerderij extra sfeer geven of een ongewenst uitzicht afschermen, dan plant je leibomen aan. Ook het aangeplante groen op het platteland heeft een functie. Vroeger werden knotwilgen bijvoorbeeld aangeplant om manden en bezems van de takken te maken. Een ander voorbeeld van een groenfunctie is veekering: rijen (doorn)struiken die weiden van elkaar scheiden. Soms worden er houtwallen gemaakt om het vee te keren

Veelvoorkomende beplantingstypen in woonwijken:

Als er groen wordt aangeplant, is dat vaak voor de dieren. Die vinden er beschutting en voedsel. Zo kunnen er bijvoorbeeld vogels nestelen en bunzingen een hol maken. Soms worden er kleine bosjes voor de dieren aangeplant, maar er worden ook stukken natuur aangelegd die grote natuurgebieden met elkaar verbinden. Dit noem je ecologische verbindingszones.

Bomen op een tuincentrum
Bomen worden ingekocht op de Nederlandse of buitenlandse markt. Doordat het klimaat steeds milder wordt gaan tuincentra steeds meer buitenlandse soorten verkopen. Soms halen ze deze zelf uit het buitenland. Vooral Italië is erg populair. Als maataanduiding hanteert men de omtrek van de stam op 1 m boven de wortelhals.
Bomen kunnen erg arbeidsintensief zijn. Vooral als ze niet snel verkocht worden. Vaak staan ze buiten, in containers op worteldoek. Ze moeten dan beschermd worden tegen omwaaien en beschadigen. Soms blijft een boom langer dan een jaar staan. Gedurende deze tijd moet de boom verzorgd en ingeboet worden. Ingekuilde bomen zijn het minst kwetsbaar maar leveren extra werk op bij het verkopen en verzorgen.

Bomen in de tuin
In het tuincentrum zul je vooral vragen krijgen over de standplaats, de grootte en het snoeien.
Bomen worden afgeleverd in containers of met (ingegaasde) kluit. De maat van containers wordt aangegeven met een C-maat. C80 betekent dat de container een inhoud heeft van 80 liter. Als bomen geplant worden komen ze even diep als ze op de kwekerij gestaan hebben. De eerst periode worden bomen gesteund met een boompaal. Deze beschermd de boom tegen harde wind. Hij wordt daarom meestal aan de westzijde geplaatst. Soms kan het nodig zijn om meerdere palen te plaatsen. Bomen worden aan de boompaal vastgezet met een boomband.
Door de containerteelt kun je bomen het hele jaar planten. Voor losse bomen geldt: Blad houdende heesters worden, in verband met de verdamping, in een koele periode geplant. Meestal in de winter bij vorstvrij weer. Bladverliezende heesters plant men van oktober tot april. Bomen met kruidachtige wortels plant men bij voorkeur in het voorjaar omdat beschadigde wortels kunnen bevriezen.

Bomen worden om de volgende redenen gesnoeid:
– Storende takken verwijderen
– Klein houden
– Vorm behoud
– Veiligheid

Het beste moment van snoeien is vaak de zomer. Wonden genezen dan snel en de boom groeit er snel over heen waardoor je er niets meer van ziet. Je mag maximaal 20% van de bladmassa verwijderen. Vaak wordt tijdens de winter gesnoeid, als het niet vriest. Mensen hebben dan veel tijd en je kunt goed zien wat je doet.
Vaak zie je dat takken niet tot aan de stam worden weggesnoeid. Er ontstaan dan z.g. kapstokken. Deze zien er lelijk uit.

kapstokken

Veel bomen verliezen voor de winter hun bladeren. Dit beschermt de plant tegen uitdrogen. De opname van water neemt door de dalende temperatuur namelijk af. Zou de verdamping niet afnemen dan zou de boom verdrogen. Bomen als beuk houden hun blad lang vast. Dit beschermt de bast tegen zonnebrand.

Omdat afgevallen blad er slordig uitziet wordt dit meestal opgeruimd. Voor de plant is het vaak beter om dit niet te doen. Blad beschermt de wortel en levert voedsel als het verteert. Voor het opruimen van afgevallen bladeren zijn bladblazers in de handel.

beste beschrijving van het begrip ‘standplaats’?

  • De plaats waar een boom of struik staat.
  • De plaats waar een boom of struik het best gedijt.
  • De samenstelling van de bodem op de plaats waar een boom of struik staat.

 

 

2 gedachten over “Bomen en struiken”

  1. Pingback: Flora – Groen

Een reactie plaatsen