Eetbare tuin

Eetbare tuin

Bij eetbare producten kun je denken groenten en fruit uit de moestuin, maar ook aan wilde planten en producten uit voedselbossen. Het zelf kweken van eetbare producten kent veel aspecten. Zo is het bijvoorbeeld gezond, leuk, milieuvriendelijk en ontspannend. Mede onder invloed van de milieubeweging besteden de media en scholen steeds meer aandacht aan het zelf kweken van eetbare producten. Mensen kweken voedsel in hun achtertuin en in volkstuincomplexen. Op kleine schaal kan het zelfs op het balkon.

Kopen of zelf kweken?
Steeds minder mensen beschikken over een moestuin bij hun huis. Het is daardoor vanzelfsprekend geworden om voedsel te kopen. Oorzaken daarvoor zijn:
– Door verstedelijking zijn de tuinen steeds kleiner geworden of hebben mensen geen tuin meer.
– Tuinen worden ingericht als siertuin.
– Mensen zijn druk en kiezen voor een onderhoudsarme siertuin.
– We leven in een welvaartsmaatschappij waarin alles te koop is.
– Mensen zijn vervreemd van het buitenleven.

Als je zelf gekweekte producten vergelijkt met gekocht producten dan hebben beiden voor- en nadelen.
Hieronder staan een aantal criteria die je met elkaar zou kunnen vergelijken.

Gekochte producten Zelf gekweekte producten
sortiment groot, jaarrond beperkt, seizoensgebonden
kwaliteit goed, homogeen variabel
verwervingstijd kort lang
bereidingstijd kort lang
energiebehoefte groot klein
verpakkingsmateriaal veel geen
toevoegingen en residu wisselend geen
smaak wisselend goed

Permacultuur
Permacultuur is een duurzame vorm van van kweken waarbij regelmatig wordt afgeweken van traditionele werkwijzen. Complexe ecosystemen in de natuur dienen hierbij als voorbeeld.

1 Wilde planten
De natuur biedt veel eetbare planten. Helaas is veel kennis hierover verloren gegaan.
Bekend is dat vooral jonge plantjes voedselrijk, gezond en geneeskrachtig zijn. Daarom is het vroege voorjaar erg geschikt om plantjes uit de natuur te consumeren. Je kunt ze aan diverse gerechten toevoegen of verwerken
Voorbeelden van gezonde wilde planten zijn: zevenblad, brandnetel, paarse dove netel, speenkruid, hondsdraf, winterpostelein, veldkers, kleefkruid, paardenbloem, weegbree, look zonder look, zuring, vogelmuur, daslook en madeliefje.
Herboristen zijn mensen die zich verdiept hebben in de waarde van wilde planten voor onze voeding en gezondheid.

2 Kiemgroente ( kersgroente, microgroente of spruitgroente)
De eigenschap dat jonge plantjes smaakvol en gezond zijn wordt toegepast bij het gebruik van kiemgroenten.
Kiemgroenten bevatten veel vitaminen, zijn erg smaakvol en kun je enkele dagen na het zaaien al oogsten. Ze worden kleinschalig gekweekt op schalen in kweekbakjes. Dit kan het hele jaar door.

De bekendste soort is tuinkers. Andere soorten zijn broccolikersfenegriekkersrode koolkers, rucolakers, radijskers, mosterdkers en Chinese bieslookkers. Ook de kiemen van sommige bloemen zoals de zonnebloem kunnen geconsumeerd worden. Kiemgroenten bevatten veel vitaminenen mineralen. Ook bevatten de kiemplantjes veel anti-oxidanten. Er wordt wel onderscheid gemaakt tussen kiemgroenten en spruitgroenten, waarbij kiemgroente in het licht wordt geteeld, in tegenstelling tot spruitgroente, zoals taugé en alfalfa, die door teelt in de duisternis wit blijft. Kiemgroenten zijn culinair interessant door de veelal krachtige kruidige smaak.

3 Groenten en kruiden

Inleiding
Er is veel veranderd in het leefpatroon van mensen. Zo heeft het kweken van groenten en kruiden de laatste 50 jaar een totaal nieuwe functie gekregen. In het verleden kweekten men deze producten, in de achtertuin, om in de behoeften aan verse producten te kunnen voorzien. Met de opkomst van de supermarkten is deze noodzaak verdwenen. De tuinen zijn kleiner geworden en voornamelijk ingericht als siertuin. Het kweken van groente en kruiden is een hobby geworden die in veel gevallen verbannen is naar de volkstuin ergens buitenaf.

Zaaizaad en pootgoed
Bij het kweken van groenten en kruiden kun je als uitgangsmateriaal zaden, planten of bollen gebruiken.
Tuincentra maken het voor de doorsnee hobbykweker steeds gemakkelijker om aan deze producten te komen. Elk tuincentra heeft wel een of meer rekken staan met zaaizaad en pootgoed. Ook hebben ze altijd wel een voorraad staan aan voor gekweekte planten.
Het sortiment is gigantisch. Dit geldt voor de breedte en de diepte. Omdat de volkstuider in het algemeen erg milieubewust is verkopen tuincentra milieuvriendelijk gekweekte producten. Deze zijn voorzien een keurmerk.

Zaaien
Tussen hobbykwekers heerst meestal een informele competitie om zo vroeg mogelijk de beste producten te oogsten. Deze wedstrijd wordt versterkt door de volkstuincomplexen waarbinnen volkstuinen zich vaak bevinden.
Veel hobbykwekers beschikken over een verwarmde of onverwarmde hobby-kas om plantgoed of eindproducten op te kweken.
In boeken en op internet kom je diverse zaaikalenders tegen. Deze geven veel informatie en leveren ideeën op voor je productkeuze.

zaaikalender

Groenten zijn vaak seizoensgevoelig zijn. Daarom zul je in het voorjaar vaak voor andere rassen moeten kiezen dan in het najaar. Kies je verkeerd dan zal het gewas zich anders ontwikkelen dan gewenst is. Veel gewassen zullen bijvoorbeeld ongewenst gaan bloeien en zaad vormen in plaats van uitgroeien tot een oogstbaar product. Bonen zullen aangetast worden door kiemschimmels als de bodemtemperatuur te laag is. Daarom kun je niet zaaien voor half mei. Het is verstandig om, bij onzekerheid, eerst de gebruiksaanwijzing te lezen.
Kenmerkend voor volkstuinders is dat ze erg vindingrijk zijn in het bedenken van zaaimethoden.  Er wordt gezaaid in de volle grond maar ook in allerlei bakjes, kistjes en potjes. Soms wordt er tussendoor meerdere malen verspeend. Op deze wijze opgekweekte planten worden later uitgeplant. Tussen volkstuinkwekers zie je vaak een levendige ruilhandel in zelf opgekweekt plantmateriaal.
Bij het ter plaatsen zaaien wordt er op rijen of bedjes gezaaid.

Pillenzaad is omgeven door een laagje kalk waardoor het gemakkelijk is om de zaden voldoende ver uit elkaar te zaaien. Ook kom je zaai matjes tegen.

Planten en poten
Als je bollen, knollen of planten in de grond zet spreek je over planten en poten. Het kan daarbij gaan om, door de volkstuinder zelf opgekweekt plant- en pootgoed of om kant en klaar gekochte  plantmaterialen. Het sortiment is groot. Planten worden aangeboden in perkluiten, multi-platen, los of in poten. Naast traditionele producten als aardappels, uien, koolsoorten, sla, prei, komkommers, tomaten, selderij, bieslook en peterselie is het sortiment de laatste jaren uitgebreid met minder voor de hand liggende producten als artisjok, broccoli en andere groenten en kruiden.

Plantmateriaal wordt  verpakt of los verkocht. Soms is de informatie die via de verpakking wordt verstrekt beperkt. Dat kan vragen opleveren over  zaken als  planttijden, plantdieptes, plantmethoden en plantafstanden. Informatie hierover kun je  opzoeken op internet, in zaadgidsen en op zaadzakjes. In veel gevallen kom je erg ver met logisch nadenken. Als je weet hoe het eindproduct eruit ziet kun je in het algemeen inschatten wat de plantafstand is.
Wat de planttijd betreft kun je ervan uitgaan dat deze correspondeert met het moment waarop het plantgoed wordt aangeboden.
Voor de plantdiepte geldt in het algemeen dat deze overeenkomt met de vorige situatie. Zo ko

mt bij perskluiten de bovenkant van de kluit gelijk met de bovenkant van het plantbed. Bollen en knollen komen zo diep onder de grond als de bol of knol dik is.

Kruiden worden vaak opgekweekt in plantbakken of bloempotten. Deze zijn ook geschikt voor en balkon.
Er bestaan  schema’s met overzichten van plantafstanden en planttijden.

Hulpmiddelen
Voor het planten en poten kun je in het algemeen gebruik maken van het algemene tuingereedschap. Met een schop, spa, hark, schoffel en stuk touw aan twee stokjes kom je een heel eind. Daarnaast zijn er speciale pootlijnen en pootstokken in de handel.
De tuinlijn gebruik je als tijdelijke markering van de rij bij het maken van plantgaten.
Voor het maken van de plantgaten of sleuven kun je gebruik maken van een schoffel, een spa, een poothout of gewoon de bovenkant van de schoppensteel. Soms kun je gewoon je handen gebruiken.
Plantgaten of zaaisleuven kun je dichtmaken met je handen,  voeten of met een hark.
De rij afstanden kun je uitmeten met een maatstokje of gewoon met je voeten.
Om zaaibedden te beschermen tegen vogels kan er gebruik gemaakt worden van een tuinnet.  Dit kun je op hoogte aanbrengen met gebogen elektriciteitsbuizen en vastzetten met stenen.
Om wildvraat tegen te gaan worden volkstuinen omheind met gaas. Deze omheining moet minimaal 1 m hoog zijn. Om konijnen te weren moet het gaas ongeveer 20 cm ingegraven worden.
Tot half mei kan er nachtvorst optreden. Met bloempotjes kun je planten tegen vorst beschermen.
Een aantal gewassen moeten gesteund worden.
Stokbonen worden gesteund met palen, draad en touw of met bonenstaken.
Voor het steunen van doperwten en peulen wordt rijshout of gaas gebruikt.
Tomaten worden gesteund met stokken of een systeem van stokken, draden en touw. Dit kan buiten of in de kas. Komkommers worden voornamelijk in de kas gekweekt. Deze worden dan gesteund met draad en touw.

Verzorging
Als er gezaaid wordt in een bakje of potje gebruikt men speciale zaaigrond. Deze is voedselarm. Zaad heeft namelijk de eerste periode geen voedsel nodig en voedselarme grond heeft weinig last van bodemziektes. Zaad wordt afgedekt met een dun laagje scherp zand. Deze wordt aangeklopt en voorzichtig besproeid met water.
Om uitdrogen van de zaaigrond te voorkomen kun je deze, na het gieten, afdekken met een glasplaat. Er moet natuurlijk wel een luchtlaag overblijven tussen de grondlaag en de glasplaat.  Om te voorkomen dat condensdruppels op de zaaigrond vallen moet de glasplaat dagelijks gedraaid worden. Bij bloempotten gebruikt men ook wel plastic zakjes. De meeste zaden zijn donkerkiemers.  Deze worden afgedekt met papier.
Als er niet wordt afgedekt zul je zo nodig voorzichtig moeten sproeien. Als je een gieter met broes gebruikt zul je buiten het zaaibed moeten beginnen en buiten het zaaibed moeten ophouden met gieten. Als je dit niet doet zullen de dikke druppels kuiltjes veroorzaken.
Als de kiemplantjes zichtbaar zijn moet de glasplaat of het zakje verwijderd worden.
Als de plantjes elkaar gaan hinderen kun ze ruimer gezet worden. Dit heet verspenen.

Buiten zaait men vaak op regels. Na het zaaien kun je de rijen licht aandrukken met een schoffel of met de achterkant van de schoppensteel. Zo blijf je de rijen zien.
Verder geldt voor zaailingen en uitgeplante producten dat  het  een kwestie is van onkruidbestrijding en zo nodig gieten.

Tomaten en komkommers moet je dieven. Dit is het wegnemen van zijscheuten om de planten beheersbaar te houden en om ervoor te zorgen dat er voldoende water en voedsel naar de vruchten gaat.

Ziekte vrij houden is best moeilijk. In de moestuin heb je vooral last van meeldauw, Phytophtora, rupsen, luizen, spint en witte vlieg. Vraag je op de eerste plaats af of bestrijden nodig is. Een paar gaatjes in het koolblad is helemaal niet erg.

Streef altijd naar een milieuvriendelijke bestrijding. Vooral bij eetbare producten is het niet verstandig om giftige middelen te gebruiken. Als mechanisch bestrijden niet lukt beschikken tuincentra over milieuvriendelijke bestrijdingsmiddelen.

Veel volkstuinders werken met wisselteelten. Aardappels mag je maar een keer per 3 jaar op dezelfde grond zetten. Kruiden hebben weinig last van ziekten. In combinatie met groenten kunnen ze de groenten zelfs ziektevrij houden.

Oogsten
Oogsten is het verzamelen van producten. Meestal om te consumeren of te bewaren

Een paar voorbeelden:

Aardappels worden uit de grond gehaald met een riek  en kunnen op een vorstvrije plaats bewaard worden. Als je ze spruitvrij houdt kunnen ze, afhankelijk van het ras, de hele winter bewaard worden. Het spruitvrij houden kan met de handen of met speciaal poeder.

Uien worden uit de grond gehaald als het loof afgestorven is. Het afgestorven loof kan gebruikt worden om de bollen te bossen en gebost te drogen.

Bonen worden verdeeld in stok- en stambonen.
Bonen kunnen op diverse manieren geoogst worden. Meestal worden de onrijpe bonen met schil geoogst en geconsumeerd. Invriezen kan erg goed. Een andere manier van gebruik is het onrijp oogsten van de wat dikkere bonen. De zaden moet je dan uit de vrucht halen. Ze zijn niet houdbaar en moeten daarom ingevroren worden. Een derde manier is het rijp oogsten van bonen. Na het verwijderen van de vruchthuid kunnen de zaden gedroogd bewaard worden.

Erwten worden verdeeld in doperwten en peulen. Bij doperwten consumeert men de zaden; bij peulen de jonge vruchten.

Sluitkoolsoorten en koolrabi zijn lang houdbaar terwijl bijvoorbeeld
spruitkool, bloemkool en broccoli slecht houdbaar zijn.

Rabarber is een vreemd product. Hiervan oogst men de bladsteel.

Kruiden kun je vers consumeren moor ook  invriezen en drogen.

Voorbeelden
Groenten Aardappel 1
aardappel 2 
Artisjok
Asperge
Aubergine 1
Aubergine 2 
Augurk
Bloemkool 1
Bloemkool 2
Boerenkool – krulkool
Bonen (Phaseolus vulgaris)
Broccoli
Chinese kool
Courgette 1
Courgette 2
Kool
Komkommer
Koolrabi
Paprika en pepers
Peulvruchten
Prei
Rabarber
Radijs
Rode biet
Rode kool
Schorseneer
Sla
Spinazie
Spruitkool
Tomaat
Tuinboon
Ui
Venkel
Witlof
Wortel
Kruiden Basilicum
Bieslook
Bonenkruid
Citroenmelisse
Dille
Dragon
Hysop
Kervel
Komkommerkruid
Knoflook
Laurier
Lavas of maggikruid
Peterselie
Rozemarijn
Salie
Selderij
Tijm

 

Voedselbossen
Een voedselbos is een door mensen gecreeëerde plantengemeenschap met  bomen en struiken met een extreem hoog aantal eetbare soorten. In voedselbossen wordt landbouw met natuur gecombineerd voor een duurzame voedselproductie. Voor de belichting is het van belang dat er in lagen wordt geteeld. Een voedselbos is volledig zelfvoorzienend en klimaatbestendig.
Een klein bos wordt Tiny Forest genoemd.

Fruit
Fruit is de verzamelnaam voor eetbare vruchten. Ze worden meestal rauw gegeten en smaken zoet of zuur. Sommige vruchten worden ook tot de groenten gerekend, zoals tomaat, paprika, aubergine en komkommer.

Indeling
In ons land worden maar enkele fruitsoorten gekweekt die je op diverse manieren kunt ordenen.
Bijvoorbeeld:
= Zacht fruit, zoals bessen, aardbeien, frambozen, bessen en druiven.
= Steenvruchten, zoals kersen, pruimen, perziken
= Pitfruit, zoals appels en peren.

Planten
Wortelgoed kun je planten als er geen blad aan zit en het niet vriest. Het voorjaar en het najaar zijn het meest geschikt.
Bepaal de plantafstand door vooruit te kijken. Volwassen planten kunnen elkaar beter niet raken.
Om een (fruit)boompje of struik te planten, graaf je een ruim plantgat en maak de grond rondom goed los. Zorg er ook voor dat je de boom niet dieper plant dan hij bij de kweker stond.
Steun de boom met lage paaltjes.

Appel
Appelbomen houden van volle zon en losse en rijke grond.
Houd de boomspiegel onkruidvrij.  Geef in de herfst kalk en in het voorjaar organische mest.
Een jonge boom snoei je de eerste 5 jaar best elke winter. Knip de hoofdtakken met één derde terug en de zijtakken tot op 2 of 3 knoppen. Takken die elkaar kruisen, te dicht groeien of schuren, haal je helemaal weg.

Peer
Perenbomen zijn ijzersterk en overleven probleemloos onze winters, maar ze houden niet van natte voeten of een harde bodem. Plant ze op humusrijke, goed bemeste, neutrale grond. Hoe meer zon, hoe meer peren.
Hou bij jonge bomen de boomspiegel onkruidvrij. Strooi in het voorjaar organische mest.
Snoei de eerste 5 jaar, bij voorkeur in maart. Knip de hoofdtakken met één derde terug en de zijtakken tot op 2 of 3 knoppen.

Pruim
Pruimen groeien het best op rijke grond zoals klei en leem maar hebben een hekel aan natte voeten in de winter. Geef ze geen plek in volle (noorden)wind, daar kwijnen hun vroege lentebloesems weg. Hoe meer zon, des te zoeter. De meeste pruimen zijn zelfbestuivend maar met twee bomen in je tuin is de oogst beduidend groter.
Pruimenbomen hebben graag elk jaar een flinke portie organische mest, in april of mei. Soms nestelen zich larven van de pruimenmot in rijpe vruchten; je kunt de motten vangen een met biologische val.
Pruimen snoei je in de lente of de zomer, tussen half april en eind september.

Kers
Kersen geef je een plek in volle zon. Een kersenboom kan perfect in de siertuin: met z’n vroege lentebloesems, mooie bolvorm en geeloranje herfstkleur is hij meer dan decoratief. Plant hem niet op een natte plek. Van oude rassen plant je er best twee, voor de bestuiving; moderne kersen zelfbestuivend.
Geef niet te veel of zelfs helemaal geen mest. Kersen moeten amper gesnoeid worden.

Aardbei
Aardbeien vormen na de oogst uitlopers. Die kunnen er in de nazomer worden afgehaald om uit te planten. Het werkt goed om naast elkaar overjarige en eenjarige planten aan te houden.
Globaal kun je ze indelen in door-dragers en eenmaal dragende rassen.
Aardbeien geven de voorkeur aan een zonnige goed ontwaterde standplaats met voldoende ventilatie.  Om schimmelziektes te voorkomen is het goed om bij nat weer de grond rond de planten af te dekken met stro.
De grond moet vruchtbaar en humusrijk zijn

Druif
Door klimaatverandering is het kweken van druiven vereenvoudigd. Je kunt ze gebruiken als leiplant of steunen met palen met draad.
Om bloeden te voorkomen moet je voor de lente snoeien.  Je laat daarbij enkel de dikke hoofdtakken staan. De zijscheuten die hieruit groeien, kun je nu aanbinden.
Lees hier hoe je druiven in de zomer snoeit.

Bessen
Bessen rekent men tot het klein-fruit. Het meest bekend zijn aalbessen, rode bessen, witte bessen, blauwe bessen en zwarte bessen.
Rode bes
Deze soort houdt van lichte, humusrijke grond die wat kalk mag bevatten.
Alle rassen zijn zelfbestuivend.
Ze bloeien in april-mei. De oogsttijd van de trossen rode bessen valt in juni-juli en verschilt per ras.
De struiken moeten goed worden gesnoeid. Ze dragen vrucht aan korte zijtakjes aan de twijgen en takken, het zogenaamde vruchthout.

Zwarte bes
Dit is een duidelijk andere soort dan de witte en de rode aalbes. De zwarte bes groeit graag in wat zwaardere grond. De struiken bloeien in april-mei en geven forse trossen donker gekleurde vruchten aan het een- en tweejarige hout. De struiken moeten anders worden gesnoeid dan de rode en witte bes. Oudere takken worden ieder jaar weggenomen.
Kruisbessen
Kruisbessen groeien graag in voedzame, humusrijke grond. Ze mogen wat koeler staan en verdragen lichte schaduw. Kies zoveel mogelijk rassen die niet of weinig gevoelig zijn voor meeldauw (de grote plaag bij kruisbessen). Er zijn rassen met groene (witte) en rode vruchten. Des of Blueberry)
Deze soort houdt van zure grond. Het zijn struiken met een schitterende herfstkleur.
De planten vormen bosbes-achtige bessen, maar wel drie keer zo groot als die van onze inheemse bosbes. De struiken kunnen bij sommige rassen wel twee meter hoog worden. De bloei valt in mei-juni; de oogst oogst in juli-augustus-september.
Het zijn zelfbestuivers.
Rode bosbes/Vossenbes
Deze bosbesachtige plant is inheems in Noordwest-Europa en groeit in zure grond. De struikjes zijn wintergroen. De rode bessen zitten van september tot november aan de planten. De vrij onopvallende bloei valt in mei. De bessen worden wel tot jam en gelei verwerkt.
Bramen
Bramen groeien goed in iedere normale tuingrond. Er zijn doornloze en sterk gestekelde rassen. De takken en twijgen moeten worden geleid. De bloei valt van mei-juni tot juli-augustus. Ook de oogsttijden van de vruchten variëren. ‘Black Satin’ is een vroege bloeier die van juli tot oktober vruchten geeft. De opbrengst is heel behoorlijk. ‘Himalaya’ groeit zeer sterk en geeft ook van juli tot september lekkere vruchten. Van de stekelloze ‘Thornless Evergreen’ kunnen vanaf augustus grote vruchten worden geplukt. ‘Thornfree’ is een laat ras (oogstbaar in september-oktober) waarvan de takken vrij breekbaar zijn.
Frambozen
Dit is een inheemse soort die al vele eeuwen wordt geteeld. De planten worden meestal tegen draden geleid waar de scheuten tegenaan worden gebonden. Ieder jaar verschijnen nieuwe vruchtdragende scheuten uit de grond. De oude scheuten worden jaarlijks weggesnoeid. De planten kunnen vanuit de wortels ver ‘weglopen’. De bloei van zomerframbozen valt in mei-juni, die van herfstframbozen in juli. Goede rassen zijn de vroege ‘Glen Clova’ (oogst in juli-augustus), de middentijdse ‘Jochems Roem’ (augustus-september) en de iets latere ‘Schönemann’ (eind augustus-september. Er zijn ook rassen met andere vruchtkleuren, zoals de gele ‘Fall Gold’ waarvan de grote vruchten in augustus oogstbaar zijn. Een goed herfstras is ‘Heritage’ (oogst in september-oktober), maar ook de herfstrassen ‘Zeva Herbsternte’ en ‘Baron de Wavre’ worden veel geteeld.

==========================================================

BRONNEN

Groenteninfo 1
Hobbytuinders

Groenten en kruiden
Groenten op zijn best
Groenten info 2
De moestuin
Teeltschema
Hofmeesters
SZ-zaden
Tuinkriebels
Zaaien en planten
De vrolijke tuinier
Tuinadvies.nl

1 gedachte over “Eetbare tuin”

Plaats een reactie