Snoeien

Snoeien

Inhoud
1      Vormen van snoeien
1.1       Zomersnoei
1.2       Wintersnoei
2      Doelen
2.1       Opsnoeien en opkronen
2.2       Vormsnoei
2.3       Verjonging
2.4       Knopsnoei
2.5       Onderhoud van bomen en planten
2.6       Begeleidingssnoei
2.7       Probleemtakken snoeien
3      Werkvolgorde bij het snoeien van heesters
4      Gereedschappen bij snoeien
Snoeigereedschap onderhouden
5      Afvoer en verwerking

BRONNEN

1      Vormen van snoeien
Snoeien is een van de onderhoudswerkzaamheden in het groen. Je kunt verschillende doelen hebben met het snoeien. Afhankelijk van wat voor soort begroeiing je wilt hebben of de functie van de begroeiing, voer je verschillende soorten snoei uit.
1.1   Zomersnoei
Je kunt op verschillende tijdstippen snoeien. Snoei in het voorjaar of in de zomer noem je zomersnoei. De bladeren zitten dan al aan de twijgen. Zomersnoei zorgt ervoor dat de struiken of bomen tijdens het groeiseizoen gaan vertakken.
1.2   Wintersnoei
Wintersnoei gebeurt in de herfst of de winter als te takken kaal zijn. In die periode kun je de boom- of struikvorm goed bekijken. Sommige planten kun je alleen dan snoeien. In het voorjaar of de zomer groeien ze te hard. Als je ze dan zou snoeien, zouden ze als het ware doodbloeden’. Voorbeeld van bomen die doodbloeden zijn berk en esdoorn.

2      Doelen
Stelregel bij het snoeien is: goede snoei geeft goede groei. Doordat je een deel van de plant wegsnoeit, gaan andere knoppen uitlopen die anders in rust bleven. Hierdoor krijg je nieuwe (jonge) delen. Snoei kan verschillenden doelen hebben. Je kunt snoeien om:

  • •     een mooie vorm te maken (haag);
    •     op te kronen (straatbomen);
    •     te verjongen (groenstrookstruiken);
    •     knoppen te verwijderen (knopsnoei, bij bes- en vruchtbomen);
    •     probleembomen- of takken te verwijderen (af te zagen);
    .     Overtollige wortels te verwijderen.
    (Wortelsnoei gebeurt bij het opkuilen op het wachtbed, voor het verkopen of voor het planten)
    –     Verdamping te verminderen

Vaak is het snoeien een combinatie van een aantal van deze doelen.

  • 2.1   Opsnoeien en opkronen
    Bij opsnoeien en opkronen verwijder je de onderste takken langs de stam. Hierdoor ontstaat een kale stam en een boomvorm daarboven. Die boomvorm daarboven noem je de kroon. Opsnoeien of opkronen doe je vooral bij park- en straatbomen. Houd rekening met het volgende:
  • voer alleen wintersnoei uit: zomersnoei zorgt voor een te grote schok voor de boom;
  • snoei takken zonder vork af, kaal langs de stam;
  • beschadig de bast van de stam niet;
  • insmeren met wondmiddel hoeft niet (slechts in enkele gevallen helpt het);
  • soms moet je ook takken in de kroon snoeien.
Het  afzagen  van  een  dikke  tak.  Zaag  de  tak  eerst  op  stomp  om  inscheuren  te  voorkomen.  Zaag  hem daarna vlak bij de boom af.

2.2   Vormsnoei
Als je een vorm wilt maken, houd dan met het volgende rekening:
•     snoei de boom of struik zo, dat de zon alle kanten kan bereiken (piramide, rond);
•     snoei geen kaal hout bij coniferen;
•     snoei loofbomen op de stam terug;
•     voer de wintersnoei vroeg in het voorjaar uit;
•     voer de zomersnoei voor half juli uit; de plant kan dan nog knoppen maken voor de winter.

Vormsnoei gebeurt vooral bij bladverliezende struiken of kleine bomen. Doordat je takken wegsnoeit of juist laat zitten, ontstaat een bepaalde vorm.
Sommige struiken bloeien op de takken die hetzelfde jaar zijn gegroeid. De meeste soorten bloeien juist op het hout van het vorige jaar of van nog oudere takken. Snoei dus niet te snel de jonge takken weg, want dan heb je minder kans op bloei.
Soorten die bloeien op eenjarig hout zijn bijvoorbeeld spirea, vlinderstruik, blazenstruik, pruikenboom, hertshooi, lavendel, braam en vlier. Soorten die bloeien op meerjarig hout zijn forsythia, sering, weigelia en mahonia.

Boomvormsnoei voer je als volgt uit:
•     bepaal of de soort bloeit op eenjarig hout of op ouder hout (dat hout moet je dus níet weghalen);
•     zorg voor voldoende licht in het hart van de struik;
•     snoei zieke takken weg;
•     houd ongeveer vijf tot zeven hoofdtakken aan;
•       snoei eens in de vijf jaar de takken op 20 cm boven de grond (of stam) af voor verjonging.

Knotwilgen, leilinden of platanen worden vaak teruggesnoeid. Op de stronk lopen de bomen dan weer uit.

2.3   Verjonging

Verjongingssnoei van heesters op 20 cm boven de grond

Bij struiken kun je eens in de zoveel jaar alle takken op 20 cm boven de grond afsnoeien. De struik moet daarna weer helemaal uitgroeien. Zo verjongt de hele plant zich.

 

 

2.4   Knopsnoei
Bij knopsnoei snoei je de takken zo, dat er bloemknoppen ontstaan. Dit gebeurt vooral bij fruitbomen. De twijgen die recht omhoog groeien, snoei je weg. De takken die horizontaal groeien, laat je zitten. Ook kun je takken buigen, zodat ze horizontaal gaan groeien.

2.5   Onderhoud van bomen en planten
Bomen en planten moet je onderhouden om ze mooi en gezond te houden. Je zult ze dus regelmatig moeten dunnen, snoeien of knippen. Elke soort krijgt daarbij zijn eigen, speciale behandeling. Zo snoei je een laanboom op een heel andere manier dan een sierheester.
Snoeien is belangrijk bij het onderhoud van bomen en struiken. Door te snoeien, houd je de plant gezond en zorg je ervoor dat hij in een mooie vorm groeit. Hiervoor haal je te lage, te dikke, overbodige, beschadigde of zieke takken weg.
Je moet niet te lang wachten met snoeien. Als je te laat begint met het snoeien van een boom of struik, moet je  te  veel  of  te  dikke  takken  weghalen.  Daardoor  ontstaan  te  veel  of  te  grote  wonden,  waardoor  ziekten gemakkelijk de boom of struik binnen kunnen dringen. Bovendien verliest de boom of struik dan zijn natuurlijke vorm. Een vuistregel bij snoeien is dat je nooit meer dan 20% van de takken weghaalt.
Bij struiken zaag je de takken maximaal 10 cm boven de grond af. Anders krijg je struiken die eruitzien als een mini-knotwilg.
Bij het snoeien zaag of kap je een tak altijd zo recht mogelijk af. Als je een tak namelijk schuin afzaagt, wordt de wond groter. Als je een stokzaag gebruikt, moet je dicht bij de stam van de boom gaan staan. 

Goed en verkeerd snoeien met de stokzaag
De driesnedenmethode

Om te voorkomen dat door het gewicht van de tak de bast mee scheurt, gebruik je de driesnedenmethode.
Hierbij volg je drie stappen:
•     Zaag de tak halverwege aan de onderkant een stukje in.
•     Zaag de tak op ruime afstand van de stam af.
•     Maak de definitieve zaagsnede dichtbij de stam.

Voor je gaat snoeien, moet je weten met welke bomen- of struikensoort je te maken hebt. Zo snoei je een scheutbloeier, zoals lavendel, na de bloei tot vlak boven de grond. Maar een bladheester, zoals de laurierkers, snoei je bijna nooit. Je zou dan de mooie bladeren weghalen en dat is niet de bedoeling. Je kunt in plantenboeken opzoeken hoe je een boom of struik moet snoeien.

2.6   Begeleidingssnoei
Een boom die je niet snoeit, krijgt veel lage zijtakken. Die takken kunnen hinderlijk zijn voor het verkeer. Daarom moet je de boom regelmatig snoeien. Je haalt de onderste takken weg, zodat de boom een lange, takvrije stam krijgt. Deze vorm van snoeien noem je begeleidingssnoei.

De hoogte tot waar je de takken weghaalt, heet de opkroonhoogte. De opkroonhoogte verschilt per plaats. Een boom die langs een autoweg staat, moet je hoger opkronen dan een boom die langs een voetpad in het park staat.

Bij begeleidingssnoei snoei je alleen de hele takken uit de tijdelijke kroon. Dit zijn de takken die lager groeien dan de uiteindelijke hoogte van de takvrije stam. De takken die hoger groeien, vormen de blijvende kroon.

Je kunt drie jaar na aanplant al voorzichtig wat takken wegsnoeien. Daarna kom je elke drie jaar terug om te snoeien.

2.7   Probleemtakken snoeien
Een andere reden om te snoeien, zijn probleemtakken. Dit zijn takken die er niet mooi uitzien of slecht zijn voor de boom. De belangrijkste probleemtakken zijn:
•     dikke takken;
•     dubbele toppen;
•     zuigers
•     takkransen.

Met het snoeien van dikke takken moet je niet te lang wachten. Hoe dikker de tak is die je weghaalt, hoe groter de wond. Bomen horen maar één top te hebben, maar soms hebben ze er twee: een dubbele top. Eén van de toppen heeft altijd een betere vorm dan de andere of is langer dan de andere. Deze top laat je zitten, de andere haal je weg.

Een boom met een zuiger

Een zuiger is een zijtak die sterk omhoog groeit. Als de zuiger groot wordt, krijgt de boom een dubbele top. Daarom moet je de zuiger altijd op tijd weghalen.

Bij een takkrans zitten een paar takken als een krans bij elkaar rond de stam. De takken van zo’n takkrans moet je niet allemaal tegelijk weghalen. Want dan krijg je te veel wonden op dezelfde hoogte. Je haalt eerst de dikke takken uit de krans weg en bij de volgende snoeibeurt doe je er nog een paar. De keer daarop haal je de rest weg.

Een boom met een takkrans

 

3      Werkvolgorde bij het snoeien van heesters

Beoordeel de snoeitijd, de snoeivorm en de bloei- en groeiwijze.

Snoei uitgebloeide bloemen en wildgroei weg.

Snoei afhankelijk van de soort op een-, twee- of meerjarig hout

Probeer tijdens de snoei de natuurlijke vorm zoveel mogelijk te handhaven

Snoei beschadigde, zieke en concurrerende takken weg

Een snoeizaag, twee beugelzagen en een jirizaag

4      Gereedschappen bij snoeien
Voor het snoeien van twijgen kun je een snoeischaar gebruiken.
Dikkere takken uit bomen en struiken snoei je met een snoeizaag. Voor het omzagen van bomen of struiken is een jirizaag het best geschikt. Ook kun je een beugelzaag gebruiken bij de snoei. Bij deze zaag span je het zaagje tussen de uiteinden van de beugel. De vorm van het zaagblad is aangepast aan het werk wat je ermee doet. Net als de vorm van de zaagtanden.

Als je bij het zagen de zaag naar je toehaalt, staat de zaag op trek. Als je de zaag van je af beweegt, staat hij op stoot.

Zaag op trek en op stoot

Voor  het  snoeien  of  omzagen  van  grotere  takken  of  stammen,  gebruik  je  een  motorzaag.  Voor  je  met  een motorzaag  mag  werken,  moet  je  achttien  jaar  zijn  en  een  speciale  opleiding  gevolgd  hebben.  Tijdens  die opleiding leer je hoe je een motorzaag veilig gebruikt. Belangrijk onderdeel van die veiligheid is het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen: een helm, oordoppen, een zaagbroek, gelaatsscherm, veiligheids- schoenen en handschoenen. Deze dingen zijn verplicht!

Beschermende kleding bij het gebruik van de motorzaag

Een andere machine die je bij het onderhoud gebruikt, is de bosmaaier. Hiermee zet je struiken af. Ook voor het werken met de bosmaaier moet je achttien zijn en gelden er veiligheidsvoorschriften.

 

Als  je  gaat  dunnen,  kun  je  bomen  en  struiken  omhakken  met  een  bijl.  Als  je  met  een  bijl  werkt,  moet  je natuurlijk weer goed op de veiligheid letten. Zo bepaal je van tevoren zorgvuldig hoe groot een boom is en welke kant hij op gaat vallen. Bij het verwerken van het hout, gebruik je een kloofbijl. Hiermee kloof je blokken hout.

Snoeigereedschap onderhouden

Goed onderhouden gereedschap gaat langer mee. Bovendien is het veiliger. Met een botte zaag schiet je bij- voorbeeld sneller uit dan met een scherpe zaag. En een botte snoeischaar beschadigt de struik meer.

Snoeischaren en -zagen worden bij gebruik op den duur bot. Vooral als er zand op de tanden komt. Daarom moeten ze regelmatig geslepen worden.

Snoeigereedschap slijpen is niet gemakkelijk. Je moet goed weten welk onderhoudsgereedschap je ervoor gebruikt. Zo hebben zagen verschillende typen tanden. Bij elk type tand hoort een eigen vijl.

De vorm van een zaagtand

Bijlen slijp je een beetje rond. Je kunt de ronding controleren met een bijlmal: een ijzeren vorm met daarin drie uitsparingen.

5      Afvoer en verwerking

Snoeihout moet je afvoeren en verwerken. Als je het tussen de struiken laat liggen, gaat het rotten. De schimmels en bacteriën die daar welig tieren, kunnen dan ook de gezonde struiken aantasten. De milieuwetgeving verbiedt het storten van snoeiafval, ook op je eigen perceel.
Snoeihout kun je ook versnipperen. Bij het versnipperen worden de twijgen zó klein gemaakt, dat ze makkelijk drogen. In de droge houtsnippers kunnen schimmels en bacteriën niet makkelijk groeien. Als je de snippers vervolgens weer verspreidt, houd je veel onkruiden tegen. Het enige onkruid dat er wel goed op gedijt, zijn de brandnetels.
De snippers verteren door de activiteiten in de bodem. Bij de vertering van de snippers wordt nitraat (stikstof) gebruikt. Hierdoor is er minder nitraat beschikbaar voor de planten. Als je de snippers teruggeeft, moet je er dus rekening mee houden dat je moet bijmesten.

BRONNEN
Wiarda snoeien
Gamma snoeitips
Baaij onderhoudssnoei
Postema tuinen
Bomen en heesters snoeien lesbrief
Neerlands Tuin  

1 gedachte over “Snoeien”

Plaats een reactie