Vijver- en aquariumwater

Vijver- en aquariumwater

Waterkwaliteit
Vissen en andere waterdieren moet je makkelijk kunnen zien op enige afstand van de vijver. Daarvoor moet het water helder zijn. Vaak is dat echter een probleem. Algen maken van helder water vaak een troebele groene massa. Water kan pas helder worden als er in de vijver een natuurlijk evenwicht is ontstaan. Daarbij spelen veel organismen en niet te vergeten de waterwaarden een belangrijke rol.

Waterchemie
In water zit een groot aantal opgeloste stoffen, zoals calcium (kalk), fosfaat, stikstofverbindingen, koolzuur en zuurstof. Verder is de zuurgraad van het water belangrijk. De  hoeveelheid  calciumcarbonaat  en magnesiumcarbonaat  in  het  water  bepalen  de  zogenaamde  hardheid  van  het  water.  We  maken  hierbij onderscheid tussen de carbonaathardheid en de gezamenlijke hardheid.

Carbonaathardheid (KH)
De carbonaathardheid wordt ook wel het zuurbindend vermogen genoemd en staat voor de concentratie van bicarbonaten in het vijverwater. Deze bicarbonaten zijn in staat waterstofionen op te nemen en af te staan en daarmee te zorgen voor een stabilisatie van de pH waarde. De carbonaathardheid moet liggen tussen 5-15. Ook deze waarde moet zeker 4 keer per jaar gecontroleerd worden.

Gezamenlijke hardheid
De gezamenlijke hardheid (GH-waarde) geeft de hoeveelheid opgelost calcium (kalk) en magnesium weer. De ideale GH-waarde ligt tussen de 8 en de 12. Deze waterwaarden kun je eenvoudig meten met speciaal daarvoor bestemde testsetjes.

Zuurgraad
De pH of zuurgraad is een maat voor de hoeveelheid opgeloste zuur- of alkalisch reagerende stoffen en is de belangrijkste factor voor het goed functioneren van alle levende organismen in het vijverwater. Onder de 7 wordt zuur genoemd, 7 is neutraal, daarboven wordt het water basisch of alkalisch genoemd. De pH-waarde van het vijverwater mag maximaal schommelen tussen 6 en 8 om een goed biologisch evenwicht te kunnen behouden.
Planten en vissen reageren verschillend op veranderingen in de pH-waarde:
pH<5:
Door gistingsprocessen van bijvoorbeeld bladafval kan de pH plotseling sterk dalen. Er moet dan overgegaan worden tot drastische maatregelen: de vijver ontdoen van bladafval en een deel van het vijverwater vervangen door leidingwater tot de juiste pH-waarde is bereikt. Dit moet wel langzaam gebeuren, om plotselinge temperatuurwisselingen te voorkomen. Met  AquaStart kan het water verder gestabiliseerd worden.
pH<6:
Ook water dat iets te zuur is, kan vissen opzadelen met schade aan huid en kieuwen. Met AquaStart moet het water gestabiliseerd worden.
pH>8
Bij te alkalisch water worden er teveel algen gevormd. De oplossing voor dit probleem is;
water met Aqua pH-minus stabiliseren
Controleren of KH-waarde te hoog is. Zo ja, dan vers water toevoegen.
pH>9
Bij sterk alkalisch water kan vissterfte voorkomen. Ook hier ligt de oplossing in het stabiliseren van het water met Aqua-pH-minus en eventueel vers water toevoegen.

Chemische processen
In gezond vijverwater zijn miljarden bacteriën aanwezig. Zij zorgen ervoor dat de uitwerpselen van vissen, voedselresten, afgestorven plantendelen, enz. worden afgebroken. Afhankelijk van de zuurgraad van de vijver is het resultaat van de eerste fase van het aërobe afbraakproces (dus het afbraakproces onder invloed van zuurstof) het niet giftige ammonium en het uiterst gevaarlijke ammoniak dat door bacteriën in het minder schadelijke nitriet wordt omgezet. Maar over een langere periode kunnen ook hoge nitrietwaarden voor de vissen dodelijk zijn. Hoge nitrietwaarden worden meestal veroorzaakt doordat het aantal nitrobacter bacterien tekort schieten. Dit wijst erop dat de bacteriehuishouding is verstoord of nog niet op gang is gekomen. Redenen kunnen bijvoorbeeld zijn: teveel visvoer, bladresten, plantenresten en zweefafval.
Bij een verder verloop van het afbraakproces zal het nitriet worden omgezet in nitraat. Nitraat is geen gif maar kunstmest dat door nitrosomas bacterien ontstaat uit nitriet. Nitraat wordt een probleem als er te weinig planten zijn. Deze nemen namelijk nitraat op. Met name algen profiteren van te veel nitraat. Om deze reden is het verstandig het nitraatgehalte laag te houden: de algengroei is dan beperkt.

Biologisch afbraakproces
*Ammoniak (NH4, NH3)
d.m.v. aërobe afbraakprocessen o.i.v. nitrobacter bacterieen:

*Nitriet (NO2)
d.m.v. aërobe afbraakprocessen o.i.v. nitrosomas bacterieen:

*Nitraat (NO3)
(en d.m.v. anaërobe afbraakprocessen: stikstof (NO, N2O en N2)

 Biologisch evenwicht
Alle organismen spelen een belangrijke rol bij het biologische evenwicht in een vijver. In een vijver leven verschillende organismen, zoals bacteriën, algen, waterplanten en waterfauna. Die hebben allemaal een eigen taak in het water.

Bacteriën
Bacteriën zetten organisch materiaal om in bruikbare voedingsstoffen voor de planten. Dit organisch materiaal is afkomstig van afgestorven waterplanten, uitwerpselen van vissen en bladeren uit de tuin.

Waterplanten
Waterplanten  nemen  de  vrijgekomen  voedingsstoffen  uit  het  water  op  om  te  kunnen  groeien.  Zolang  de waterplanten deze voedingsstoffen snel genoeg opnemen, kunnen de algen niet groeien. Maar als er meer voeding in het water is dan de waterplanten kunnen opnemen, gaan de algen snel groeien en geven ze het water een groene kleur. Als vijverwater te sterk verwarmd wordt, neemt de hoeveelheid zuurstof af. Daardoor kunnen met name de vissen sterven. Drijvende waterplanten, zoals de waterlelie, voorkomen dit. Ze bedekken namelijk een deel van het wateroppervlak. Op die plaatsen kan de zon het water niet verwarmen. Onderwaterplanten produceren zuurstof. Die is noodzakelijk voor alle organismen in het water, zowel de planten, de vissen als de bacteriën. Zonder zuurstof is er geen leven mogelijk, ook niet onder water.

Waterfauna
Waterplanten en kleine waterdiertjes, zoals muggenlarven, worden gegeten door de vissen. Dat voorkomt dat er een plaag van deze diertjes kan ontstaan. Je moet er toch niet aan denken dat je op een zomeravond niet lekker buiten op het terras kunt genieten van de vijver omdat de muggen je massaal steken.
Naast voeding geven waterplanten de vissen ook dekking. Tussen de waterplanten kunnen ze zich schuilhouden. Ook kunnen ze hun eieren tussen de planten afzetten, zodat deze niet gezien worden door andere vissen.
Hieruit kun je concluderen dat alle organismen in de vijver van elkaar afhankelijk zijn. Er moet een evenwicht heersen, zodat alle organismen kunnen blijven leven. Bij dit biologische evenwicht spelen de waterwaarden ook een belangrijke rol.
Overmatig voeren van de vissen kan het biologische evenwicht in het water sterk verstoren. De vissen zullen dan niet alles opeten en het overschot moet door de bacteriën worden afgebroken. Als dit onvoldoende gebeurt, ontstaat algengroei en kleurt het water groen.

 

Bronnen:

Vijver- en moerasplanten
Vijver startpagina
Koibonsai   
Koi-info
 
Koi-farm
 
Leven in het water

Vijverhulp voor planten
Stoffen in het water 
Aquarium verzamel pagina

Aquariumwater
Marechal brochure waterplanten
Vijverleven

 

1 gedachte over “Vijver- en aquariumwater”

Plaats een reactie