Waterplanten

Waterplanten

Inleiding
Planten die in het water groeien als moerasplant of onder water in een vijver hebben eigen kenmerken voor de groei en vorm. We onderscheiden globaal:

  • Planten die ondergedoken in het water groeien.
  • Planten die op het water drijven.
  • Planten die in het water op de bodem wortelen, maar boven water groeien.
  • Moerasplanten.
  • Oeverplanten op een vochtige grond.

Kenmerken van waterplanten
Waterplanten groeien niet allemaal op dezelfde plaats aan of in het water. Zo groeit een waterlelie in het water en een lis juist aan de rand van het water.
Ook de groeivorm verschilt sterk. Een waterlelie groeit met zijn hartvormige bladeren plat op het water, terwijl de lis met zijn lange smalle bladeren hoog boven het water uitsteekt. Zo heeft elke plant zijn eigen kenmerken. 

Standplaats
Bij de waterplanten maken we onderscheid tussen oeverplanten, moerasplanten en de echte waterplanten. En bij de echte waterplanten onderscheiden we ondergedoken waterplanten (de zuurstofplanten) en de drijvende planten.

Elke groep heeft zijn eigen functies.
Iedere plant heeft zijn eigen standplaats.

De  oeverplanten  zorgen  voor  een  natuurlijke  overgang  tussen  de  waterwereld  en  het  land.  Ze  bieden  een schuilplaats en nestgelegenheid aan allerlei dieren.

De  moerasplanten  zuiveren  het  water  doordat  ze  het  overschot  aan  voedingsstoffen  opnemen.  Daarnaast vinden vissen en andere waterdieren een schuilplaats en nestgelegenheid tussen de stengels en de bladeren.

De ondergedoken waterplanten nemen net als de moerasplanten het overschot aan voedingsstoffen op uit het water. Verder produceren ze zuurstof die voor de vissen en andere waterdieren erg belangrijk is. Bovendien kunnen dieren tussen de planten schuilen of eieren afzetten.

De drijvende waterplanten bedekken het wateroppervlak, waardoor er minder licht op de bodem kan komen. Daardoor zal de zon het water minder sterk verwarmen. Verder bieden de bladeren een schuilplaats aan alle dieren in en op het water.

Groeivormen
De ondergedoken en drijvende waterplanten en de moerasplanten hebben verschillende groeivormen.
De  zuurstofplanten  groeien  snel  breeduit.  De  bladeren  blijven  meestal  onder  water  en  de  bloemen  steken boven water uit.
De drijvende waterplanten daarentegen drijven (zoals de naam al aangeeft) op het water. Hun bladeren liggen plat op het water en de wortels bevinden zich in de bovenste waterlaag. Ook de bladeren van de breeduit groeiende waterlelie drijven op het water, maar de wortels wortelen in de vijvergrond.
De moerasplanten groeien in allerlei vormen. Je kunt zowel smal opgaande als breeduit groeiende planten tegenkomen. Sommige soorten woekeren erg. Ook de hoogte van de moerasplanten kan sterk variëren.

Sierwaarde
Voor het samenstellen van een goede vijverbeplanting is het belangrijk dat je de sierwaarden van de verschillende waterplanten kent. Deze sierwaarden kunnen erg verschillend zijn.

Een plant kan zijn sierwaarde ontlenen aan:

  • de groeivorm;
    • het blad;
  • de bloem;
  • de bloeitijd;
  • de geur;
  • de vruchten;
  • of zelfs verschillende soorten insecten, die de plant aantrekt.

Waterplanten: plantdiepten en toepassingen
De beplanting van een vijver is onmisbaar: de waterplanten kleden de vijver aan. Bij het samenstellen van de vijverbeplanting moet je goed opletten welke planten naast elkaar kunnen staan. Vooral de sierwaarde van de verschillende waterplanten is erg belangrijk. Het is niet zo eenvoudig om de waterplanten te planten. Behalve de gewenste maat en de kwaliteit van de waterplanten is de waterdiepte een van de belangrijkste aandachtspunten.
waterplanten planten video

Maatvoering en kwaliteit
Waterplanten worden gekweekt in potten. Het lijken net vaste planten, maar ze staan in hun pot in een bak met water. De maatvoering bij waterplanten wordt geregeld door de maat van de pot. Achter de naam staat dan P9 of P11. Dat betekent: een pot van 9 of 11 cm breed.
De kwaliteit van de waterplanten beoordeel je zowel bovengronds als ondergronds (in de pot). Bovengronds moet de plant er gezond uitzien en groot genoeg zijn. Ondergronds moeten de wortels een goede kluit vormen.
De ondergedoken waterplanten kunnen ook als bosje verkocht worden. Deze planten zitten niet in een pot. Let erop dat de bosjes groot genoeg zijn en dat de planten gezond zijn.

De waterdiepte

De waterdiepte bij waterplanten.

Bij het aanplanten van een vijver moet je rekening houden met de waterdiepte waarop je de planten zet. Zo mogen oeverplanten niet in het water staan, maar moerasplanten wel.
De moerasplanten plant je op een waterdiepte van 0 tot 30 cm. Elke soort heeft zijn eigen ideale waterdiepte. Deze kun je aflezen op het etiket bij de plant.
De ondergedoken planten mag je op allerlei diepten planten. Vaak worden deze zuurstofplanten gewoon in het water gelegd en verzwaard met bijvoorbeeld een steentje. Daardoor zakken ze naar beneden. Voor de vijver is het echter beter om de zuurstofplanten op verschillende waterdiepten uit te zetten, ook in de eerste twintig cm. In het voorjaar wordt deze waterlaag namelijk verhit. De zuurstofplanten in die zone kunnen dan meteen gaan groeien door de voedingsstoffen uit het water op te nemen. Liggen de zuurstofplanten dieper in het water, dan zouden ze langer in rust blijven. En dan kunnen de algen in deze verwarmde waterlaag toeslaan.

Plaats een reactie