Hagen

Hagen

Inleiding
Hagen zijn belangrijke elementen in een tuin. Je kunt hagen maken van verschillende soorten planten, zoals bomen (haagbeuk, beuk), struiken (buxus, liguster, meidoorn, veldesdoorn) en coniferen (Chamaecyparis en Taxus). Ook combinaties zijn mogelijk.

 Planttijd en plaats
De planttijd hangt af van de plant:
Bladverliezende soorten plant je van oktober tot april (de rustperiode).
Bladhoudende soorten en coniferen plant je van augustus tot oktober en van april tot eind mei.De plaats van de haag die je gaat planten, zet je uit volgens de tekening. Hierbij heb je piketpaaltjes en een plantlijn nodig. Houd altijd rekening met de toekomstige breedte van de haag. 

Wel of geen plantsleuf?
Je kunt een haag planten zonder plantsleuf en met een plantsleuf. De methode zonder plantsleuf pas je toe als je een haag aanlegt van grote heesters. Meestal maak je echter een plantsleuf. Je graaft de plantsleuf naast de strak gespannen plantlijn. De sleuf moet zo groot zijn dat de wortels van de planten er ruim in passen en de planten net zo diep staan als in de kwekerij.

Het planten
De plantafstand hangt af van de plant:
– loofhoutgewassen drie tot vier per meter;
– coniferen vijf per twee meter.

Verdeel de planten langs de plantsleuf. Zet de eerste plant in de sleuf tegen de rechte kant. Schep losse grond op de wortels, zodat de plant niet verschuift. Herhaal deze handeling voor de overige planten. Vul de sleuf vervolgens met grond. Zet de planten recht en trap de grond aan. 

Hagen knippen
Een  haag  is  een  rij  struiken.  Je  hebt  strakke  hagen  en  losgroeiende  hagen.  Een  strakke  haag  is  in  model geknipt. Bijvoorbeeld recht als een muur of in de vorm van een bol of een dier. Ligusters en haagbeuken zijn hiervoor geschikt.
Een losgroeiende haag wordt niet in model geknipt. Hij houdt zijn eigen, natuurlijke vorm en bloeit daardoor uitbundiger.

Een strakke haag moet je regelmatig knippen om hem vol en in model te houden. Een strakke haag knip je meestal een keer voor de zomer en een keer voor de winter. Piramide-vormig knippen verbetert de belichting en daarmee de groei en kleur.

Het knippen van een strakke haag doe je als volgt.
– Knip de zijkanten. Kijk waar de haag het smalst is. Haal daar met de heggenschaar een heel klein stukje af.
– Knip de rest van de haag zo dat de hele haag zo breed wordt als het smalste stuk. Zorg ervoor dat de haag onderaan breder is dan bovenaan. Zo krijgt de onderkant ook voldoende zon.
– Knip de bovenkant van de haag recht. Gebruik, indien mogelijk, de ramen of goot van een gebouw dat achter de haag staat als ‘meetlijn’. Doe af en toe een stap achteruit om je werk te controleren.
– Ruim het snoeihout op. Hark de twijgen bij elkaar met de bladhark en voer ze af met een kruiwagen.

Bij het knippen van een losgroeiende haag gebruik je een snoeischaar voor de dunne takken en een takkenschaar voor de dikke takken.

 

1 gedachte over “Hagen”

Plaats een reactie