Inleiding
De variatie in een tuin wordt voor een groot deel bepaald door de vorm en groeiplaats van de gebruikte planten. Een groep planten die daarin een belangrijke rol speelt is de groep van klim- en leiplanten. Deze planten kunnen plaatsen bereiken waar andere planten niet komen.

Toepassingsmogelijkheden
Planten worden om diverse redenen in klim en leivormen gekweekt.
Voorbeelden zijn:
De hoogtewerking
Als ze voldoende steun hebben kunnen ze erg hoog klimmen. Sommige, van nature niet klimmende, heesters laten zich, met enige ondersteuning, in de hoogte leiden.
De breedtewerking
Klimplanten zijn in staat om grote oppervlakten te bekleden. Hiervoor zijn ze in staat om lelijke elementen te verstoppen.
Bloemsierkunst
Voor de bloemsierkunst zijn vele soorten aantrekkelijk. Dit kan zijn vanwege de elegante kale ranken. Soms ook vanwege bloemen of bloeiwijzen of vruchten.
– Afscheiding
Klim- en leiplanten kunnen als levende haag gebruikt worden. Tegenwoordig zie je vaak klimop in plantenpakken met betonijzer als haag. Leibomen kunnen een haag op hoogte vormen.
Zon- en windscherm
Leiplanten werden oorspronkelijk op het zuiden geplaatst om de zon tegen te houden of op het Noorden en Oosten om de wind tegen te houden. Deze functies zijn vervangen door decoratieve functies.
Zon vangen
Vooral fruitsoorten die veel zon nodig hebben om te rijpen worden als klim- en leivorm gekweekt om afrijpen te bevorderen. Tegenwoordig past men dit vooral toe in de hobbytuin omdat het erg veel arbeid kost. Ook kom je leifruit vaak tegen in oude kloostertuinen.

Steunmaterialen
Je kunt klim- en leiplanten ondersteunen met bestaande elementen of met speciaal aangebrachte steunmaterialen.  Voorbeelden van steunmaterialen zijn: muren, schuttingen, palen, pergola`s, draad, gaas, betonijzer, latwerken, hekwerken, schuurtjes en muren.

Variatie
Het zijn vooral planten die van nature in het bos of aan de bosrand voorkomen. Meestal zijn het snelle groeiers. Er zijn grote verschillen.
Zo zijn er;
– bloeiende, geurende, besdragende, vruchtdragende en groenblijvende klimmers;
– zon of schaduwplanten;
– planten voor de droge of vochtige grond.
Erg mooi kan het zijn om diverse heesters door elkaar te gebruik

Verschillen tussen klim- en leiplanten
Klimplanten zijn planten die ondersteuning nodig hebben om omhoog te groeien omdat de stengels niet stevig genoeg zijn om de plant zelfstandig te dragen. Als er geen ondersteuning is zullen klimplanten een kruipende groeivorm aannemen totdat ze ondersteuning hebben gevonden.
Leiplanten hebben soepele takken. Daardoor laten ze zich gemakkelijk in de vorm brengen die wij willen. Op de kwekerij worden ze vaak gesteund met bamboestokken. Zo worden ze ook verkocht in het tuincentrum. Dit geldt voor horizontale parasolvormen en verticale vormen.

Klimwijzen
Er zijn verschillende methoden waarmee klimplanten zich een weg omhoog banen:
Kruipen
Deze manier van klimmen komt voor bij planten als marmaladestruik en Solanum crispum.
Haakvormige stekels
Er zijn ook klimplanten die door middel van haakvormige stekels omhoog klimmen zoals bij Bougainvillea en de klimmende vormen van rozen.
Hechtwortels
Klimplanten met hechtwortels kunnen zelfs in de steen van een muur binnendringen.
Klimop, klimhortensia en trompetklimmer klimmen door middel van hechtwortels.
Slingeren
Planten die klimmen door zich rond de steun te slingeren zijn hop, de klimmende soorten uit het geslacht Ipomoea en blauweregen. De richting waarin deze planten slingeren, links- of rechtsoom, is specifiek voor de soort.
Stengelranken
Ampelopsis, Vitis met als bekendste soort de druif en de meeste soorten passiebloemen hechten zich met behulp van stengelranken.
Bladranken
Klokwinde, Lathyrus en Mutisia klimmen met bladranken.
Windende bladstelen
De klimmende soorten uit het geslacht Clematis, Rhodochiton en Tropaeolum klimmen door middel van windende bladstelen.
Hechtvoetjes
Wilde wingerd en Tetrastigma klimmen door middel van hechtvoetjes.

Zelfhechtende klimplanten zoeken zelf hun weg en hoeven dus geen steun. Slingerplanten daarentegen vragen wel om een steunvorm van gaas, een pergola of iets dergelijks. Rankenplanten hebben ook een steunvorm nodig. Een boom of heester of een metalen constructie, een gaas- of een dradenvorm voldoet goed. Boomwurger, Celastris scandens, kan een boom zoals gezegd verstikken.

Planttips
Bij de aanplanting van klim- en leiplanten is het belangrijk (net zoals bij andere planten) om de juiste grondvoorbereidingen te maken, d.w.z. een voldoende groot plantgat met toevoeging van plantcompost dat men ondermengt met de eigen grond.
Voor de meeste klimplanten wordt een plantafstand van 1 per lopende meter gehanteerd. Bij klimop wordt een gemiddelde genomen van 5 per lopende meter.
Klimmers op 40 cm afstand van de muur planten, dichterbij is de aarde te droog.
Leibomen plant men minimaal 1,50 m van het huis i.v.m. het opdrogen van de muur.
Planten net zo diep in de grond zetten als in de pot of bij de kweker. Behalve clematis die nog 15 cm dieper geplant wordt. Bij clematis de wortels beschaduwen met andere planten aan hun voet.
Blauweregen niet om regenpijpen winden, die worden na verloop van tijd stuk geknepen.
Leibomen, bijvoorbeeld leifruit, worden best 3 à 5 m uit elkaar gezet. Dit naargelang de afstand die beplant moet worden. In het midden tussen de bomen komt er telkens een paal te staan.
LET OP: Na de laatste boom komt er nog een paal op 1,5 à 2m. Hierna wordt het latwerk (of spandraad) bevestigd aan de palen.

De hoogte waarop je begint te leiden kies je zelf. Bijvoorbeeld:
– 1,80m: Hierdoor belet je inkijk (vb. van de buren). Je kijkt eigenlijk op de kroon van de boom waardoor het zicht beperkt wordt.
– 2m à 2,20m: Je hebt nog doorkijk. Op deze manier zit je niet ingesloten. (minder privacy)

Verzorging van klimplanten
De verzorging van klimplanten beperkt zich tot wat snoei- en steunwerk.
We houden hierbij rekening met het volgende:

* Er zijn soorten die in de lente of zelfs tot in de zomer bloeien. Ze doen dit aan het oude hout dat het jaar ervoor is gevormd. Snoei ze dus na de bloei.
* Er zijn soorten die aan het jonge hout van dit jaar bloeien. Snoei ze in februari of maart.
* Er zijn soorten die speciaal voor hun fraaie blad in de tuin staan. Snoei ze in februari of maart.
* Bladhoudende soorten snoeit u in de winter of in het voorjaar.
* Bladverliezende soorten snoeit u in de winter.
* Snoei altijd de dode takken weg.
* Snoei planten die te groot worden flink in of snoei ze elk jaar.
* Snoei groene ranken die aan bonte soorten komen altijd weg.
* Houd bij het aanbrengen van steunmaterialen rekening met de natuurlijke groei- en steunwijze. De groeirichting van links- of rechtsom windende klimmers, altijd respecteren.Het leiden van de takken gebeurt om de 40 à 50 cm, deze worden aangebonden met binddraad. Je kan al naargelang (3), 4 of 5 niveaus maken.

Verzorging van leiplanten
Leiplanten zijn meer eisend dan klimplanten.
Enkel de takken de je nodig hebt en die zich het dichtst bij het latwerk (draad) bevinden worden gebruikt om te leiden. Alle andere takken worden weggesnoeid.
Soms kan het zijn dat er op een bepaald niveau geen enkele tak voldoet om te leiden. Maak dan gewoon met een mes een slipje in het hout. Zo wordt de sapstroom onderbroken en stapelt de voeding zich plaatselijk op. Op deze manier wordt de aanmaak van knoppen (en takken) beïnvloed.

Enkele praktische tips voor het gebruik:
Klimop is een goede basis voor klimroos en clematis, die met kleur en bloei het immer groene blad aanvullen. Blauweregen harmonieert met druif.

Sortiment

leilinde

Leibomen:

  •  Tilia europaea ‘Pallida’ (leilinde)
  •  Platanus x acerifolia (plataan)
  • Carpinus betulus (haagbeuk)

Klimmers met blad-, tak- of hechtranken

  • Passiebloem (Passiflora)
  • Clematis
  • Druif (Vitis)
  • Wilde wingerd (Parthenocissus)  

Klimmers met hechtwortels

  • Klimopvormen (Hedera)
  • Trompetklimmer (Campsis)
  • Klimhortensia (Hydrangea anomala subsp. Petiolaris)
Blauwe regen

Slingerende klimmers (links- of rechtsom windend)

  • Boomwurger (Celastrus)
  • Bruidssluier (Fallopia aubertii), groeit snel enorm wild uit
  • Hop (Humulus)
  • Blauweregen (Wisteria)
  • Kamperfoelie (Lonicera)
  • Duitse pijp (Aristolochia durior)

Niet winterharde klimmers (kuipplanten)

  • Sterjasmijn (Trachelospermum jasminoides), witte bloemschermen, sterk geurend
  • Solanum crispum
  • Oxypetalum, blauw
  • Paederia

Vruchtdragende klimmers

  • Kiwi
  • druif
  • Japanse wijnbes (Rubus phoenicolasius)
  • braam
moerbei

 Klimmers die ondersteuning vragen

  • Vuurdoorn (Pyracantha)
  • Japanse sierkwee (Chaenomeles)
  • Rotsmispel (Cotoneaster)
  • Marokkaanse brem (Argyrocytisus)
  • Moerbei (Morus)
  • Leipeer (Pyrus)

Groen blijvende klimplanten
Groen blijvende klimplanten tegen een gaashek of open lattenscherm kunnen een goed alternatief zijn voor te brede hagen. Ze bieden het hele jaar privacy op een klein oppervlak.

 

Bronnen

Bouman klimplanten
Hoogeveen (sortiment)
Baaij Hoveniers
De Wilde
Marechal
Hofmeester/klimplanten
Groenkalender

 

 

 

1 gedachte over “”

Een reactie plaatsen