Gazons

Inleiding
Veel tuinen hebben een gazon. Er zijn grote verschillen in formaat, samenstelling, onderhoud en functie. In veel gevallen wordt gestreefd naar een strak groen grasveld. Dat neemt niet weg dat een gazon met daarin plantjes madeliefjes en ereprijs minderwaardig zijn. Hoe een gazon er uit ziet wordt voor een groot deel bepaald door de aanleg en het onderhoud.

Functies
Argument om in de tuin een gazon op te nemen zijn:
– borders accentueren en onderbreken
– open ruimte creëren
– betreden: spelen en recreëren
– weinig werk
– water bergen

1 Aanleg
1.1 Grond en grondbewerking
Bij grond heb je te maken met chemische-, fysische- en biologische factoren. Grondsoort, organische stof, pH en structuur zijn de basis voor een goede grasmat. Omdat een gazon meerdere jaren meegaat is het van belang om voor de aanleg de grond zo goed mogelijk in orde te maken.
Voor het zaaien moet de grond fijn en vast zijn. Bij een grond vol kluiten komt het zaad te diep te liggen. Een losse grond zakt onregelmatig waardoor het gazon kuilen kan krijgen. Ook droogt een losse grond sneller uit dan een vaste grond.
Afhankelijk van de beginsituatie wordt de grond gespit of gefreesd. Om de grond gelijk te maken (te egaliseren) wordt er vervolgens geharkt. Verdichten kun je doen door de grond regelmatig aan te trappen. Je kunt de grond ook rollen met een zware rol.
Na het verdichten moet je de bovenste twee tot drie centimeter van het zaaibed weer los harken. Zo kan het zaad beter ontkiemen en kunnen de kiemwortels makkelijk de ondergrond in.
Een goede bodem is tevens van belang voor de biomassa. Biomassa is het totaal van bodemfauna. Biomassa en evenwichten in de grond zijn onmisbaar voor een duurzaam ecosysteem. Bacteriën en schimmels zorgen voor vertering van organische stoffen en het uitwisselen van voedingsstoffen met planten. Wormen en andere bodemdieren zorgen voor voorvertering en beluchting.

1.2 Basisbemesting
Omdat een gazon vaak jaren meegaat is het verstandig om, voor het zaaien, een basisbemesting toe te passen.
Je kunt gebruik maken van organische meststoffen of van kunstmest.
Kunstmestkorrels worden over de bewerkte grond gestrooid. Als je zaaibed klein is, doe je dit met de hand. Je moet de mest gelijkmatig verdelen.
Organische meststoffen kun je natuurlijk ook in natuurlijke vorm toepassen. De mest mag dan niet vers zijn.
De kwaliteitsverschillen tussen organische meststoffen zijn groot en in het algemeen terug te zien in de prijs. Compost bevat vaak veel onkruidzaden. Koemest bevat geen voeding maar is wel een eenzijdige bodemverbeteraar.
Klei bevat van nature veel voeding. Zand is voor de buffering van voedingsstoffen afhankelijk van humus. Humus ontstaat door het verteren van organische stof.
Gestreefd wordt naar een pH tussen 5,5 en 6,5. Kalk en magnesium verhogen de pH.
Tuincentra bieden bodemonderzoek aan. Pas op voor overbemesting en bemestingsadviezen van meststof-fabrikanten.  Belang zijn verder de wet van het minimum, het verschil tussen hoofd- en spore-elementen, synergisme en antagonisme. Mulchen kan een goede vorm van bemesting zijn die 1/3 van de totale bemesting uitmaakt.

1.3 Zaadmengsels
Een gazon is een combinatie van diverse grassoorten. Elke soort heeft zijn specifieke eigenschappen.  Daarbij heb je te maken met factoren als schaduwbestendigheid, grondsoort, maaibestendigheid, onderhoud, betreding, dichtheid van de mat, droogte bestendigheid, zouttolerantie, kiemtemperatuur en ziekten gevoeligheid. Door het mengsel te variëren krijg je gazons met diverse gebruiksmogelijkheden. Denk hierbij aan het schaduwgazon, het sportveld en het siergazon. Moderne mengsels bevatten veel zodevormende soorten als Engels Raaigras. Goede mengsels zijn duur.

Voorbeelden van veel gebruikte grassoorten zijn:

  • Struisgras: verdraagt kort maaien (minder dan 1 centimeter).
  • Zwenkgras (gewoon en met korte uitlopers): verdraagt kort maaien redelijk.
  • Zwenkgras (met lange uitlopers): verdraagt kort maaien slecht.
  • Veldbeemd, Engels raaigras en timothee: verdragen kort maaien niet (minimaal 2,5 centimeter).

1.4 Zaaiperiode
Gras kun je het beste zaaien in het voorjaar (half maart tot begin mei) of in de nazomer (begin augustus tot half september). Dan is de temperatuur hoog genoeg om het graszaad te laten kiemen en is er voldoende neerslag. Je moet zowel op de bodemtemperatuur als de buitentemperatuur letten. Je kunt wel in de zomer zaaien, maar de kans dat het mislukt is groter. De buitentemperatuur is dan meestal te hoog. In de winter wordt helemaal niet gezaaid. De bodemtemperatuur is dan te laag. Het graszaad kan niet ontkiemen.

1.5 Zaaien
Als  je  al  het  voorbereidende  werk  gedaan  hebt,  kun  je  zaaien.  Het  zaaien  moet  regelmatig  gebeuren.  Het beste resultaat krijg je als het windstil is. Na het zaaien moet je het graszaad inharken.
Je kunt zaaien met de hand of machinaal. Kleinere oppervlakten zaai je natuurlijk met de hand. Het nadeel van handmatig zaaien is, dat je de zaden moeilijk kunt verdelen. Als de zaden niet goed verdeeld zijn, krijg je kale plekken in het gras. Een zaaimachine kan wel nauwkeurig zaaien. Het is echter vaak niet mogelijk om een zaaimachine in een tuin te gebruiken, omdat die machines veel te groot zijn.

1.6 Graszoden
In plaats van graszaad kun je ook graszoden gebruiken.
Je bewerkt de grond op dezelfde manier als voor het zaaien. De grond moet goed egaal zijn. Je kunt de tuin eventueel aanrollen met een roller. Na het aanrollen leg je de graszoden. Je legt dan de hele graslaag compleet met wortels en grond in één keer aan. Een graszode is vaak 50 cm breed en 2 meter lang, ofwel: precies 1 m 2. Het op maat snijden kan met een scherp (brood)mes.
Het voordeel van graszoden is dat je snel resultaat hebt. Na ongeveer twee weken kun je er al op lopen. Een nadeel is dat het veel duurder is dan zaaien.  

2 Gazononderhoud
Een gazon moet aan de volgende eisen voldoen:

1 Het moet een mooi egaal groene kleur hebben;
2 De grasmat moet vlak zijn;
3 De graszode moet een gesloten zode hebben;
4 De  graszode  mag  geen,  of  zeer  weinig  onkruiden  of mossen bevatten;
5 Het gazon moet duidelijke begrensd zijn met paden en borders.

Om  aan  deze  eisen  te  voldoen  zijn  en na het zaaien een  aantal  onderhoudsmaatregelen  nodig.  Een aantal van deze maatregelen kunnen lange tijd achterwegen gelaten worden terwijl dat met andere handelingen beslist niet kan.

Veel voorkomende onderhoudswerkzaamheden zijn:

– maaien
– randen steken, snijden en knippen
– vegen
– bemesten
– onkruid bestrijden
– verticuteren
– beluchten
– doorzaaien
– gieten

2.1 Maaihoogte en maaifrequentie
Maai minimaal 1 keer per week. Hoe minder je afmaait hoe beter.  De maaihoogte is de hoogte waarop de grasplant afgemaaid wordt, gemeten vanaf de grond. De maaihoogte is afhankelijk van het gebruik van de grasmat, het soort gras, het seizoen en de maaifrequentie. Een  foutieve  maaihoogte,  kan  een  grasveld  totaal  vernielen.
Als er te kort gemaaid wordt, zal de grasplant misschien geen uitlopers meer kunnen vormen, waardoor er geen nieuwe plantjes meer zullen ontstaan.
Wordt er te hoog gemaaid, dan zullen de fijnere grassoorten overwoekerd worden door de grovere soorten. Bovendien zal de grasplant in de zomerperiode kunnen gaan bloeien, zodat deze hierna zal afsterven. Hierdoor ontstaan gaten in de graszode.

– Het gebruik van het gazon bepaalt de maaihoogte. Het siergazon heeft een lagere maaihoogte dan het gebruiksgazon (speelgazon). Dat houdt in dat de maaifrequentie voor een siergazon hoger is. Een siergazon wordt gemaaid op ongeveer twee centimeter lengte, een speelgazon op drie centimeter.

– De gebruikshoogte (speelhoogte) is de ideale graslengte voor het gebruik van het gazon. De maaihoogte ligt altijd lager.

– Sommige grassoorten vormen laag boven de grond knoppen en kunnen na kort maaien weer opnieuw uitlopen.
Andere rassen hebben een stukje hoger van de grond hun knoppen en verdragen het te kort maaien dus niet.

– In het najaar wordt het gras het hoogst gemaaid. De langere grassprieten beschermen de knoppen tegen de winterse koude. Als er te kort gemaaid wordt zouden deze anders kunnen bevriezen. In de zomer wordt de normale maaihoogte aangehouden. In het voorjaar zou de maaihoogte geleidelijk teruggebracht moeten worden tot de zomerhoogte.

– Door regelmatig te maaien zal het gras niet veel hoger worden dan de maaihoogte. Dit heeft veel voordelen. De grasplanten worden geactiveerd nieuwe uitlopers te vormen, zodat de zode gesloten blijft. Het onkruid krijgt geen kans zich te ontwikkelen. De groei van het gras is  echter  niet  constant,  zodat  er  op  de  groeipieken  meerdere  keren  gemaaid  moet  worden.

– Bij vaak maaien is de hoeveelheid maaisel beperkt. Dit hoef je niet te verzamelen en af te voeren. Zo breng je organische stof in de bodem. Minder vaak maaien betekent meer maaisel. In verband met de verstikking van het gras kan dit niet blijven

– Vaak wordt gedacht dat het niet frequent maaien van het gazon kostenbesparend zou zijn, echter het opruimen van het lange maaisel zal meer tijd en moeite kosten dan het maaien zelf. Door gebruik te maken van een maairobot hoeft vaak maaien geen belasting voor de tuinbezitter te zijn.

2.2 Maaimachines
Er zijn vele maaimachines in de handel, zoals kooimaaiers, cirkelmaaiers,  bosmaaiers,  maaibalken, maairobots en cyclomaaiers. Voor gazons worden alleen de messenkooimaaiers, cirkelmaaiers en maairobots  gebruikt. Voor onder andere bermen worden de grofwerkende maaiers gebruikt, zoals de klepelmaaiers en maaibalken. Bij gazononderhoud zijn vooral de messenkooimaaier en de cirkelmaaier van belang.

2.2.1 kooimaaiers
Voor kleine gazons worden vaak handgeduwde kooimaaiers gebruikt. Voor de grotere gazons worden motorische maaiers gebruikt. Dit kunnen zelfrijdende maaiers zijn of maaiers die door een trekker worden getrokken.
Een messenkooi bestaat uit verschillende messen, die als een spiraal aan elkaar bevestigd zijn. Deze kooi draait rond langs een vast ondermes. Het aantal messen op de kooi varieert van vier tot twaalf stuks, afhankelijk van het gebruik van de te maaien grasmat.
De messenkooi kan met wielen of rollen voortbewogen worden. Deze wielen of rollen dienen ook voor de hoogte-instelling
Het gras komt tussen het vaste ondermes en het mes op de kooi en wordt zo afgeknipt. Het is zaak dat het hele ondermes snijdt. Een goede afstelling van messenkooi en ondermes is dan ook erg belangrijk. Het mes moet over de gehele lengte knippen. Het afstellen van de messen op het ondermes moet zeer nauwkeurig gebeuren. Een slechte afstelling geeft een slecht maairesultaat. Het ondermes kan met een stelschroef, aan beide kanten, omhoog of omlaag worden gedraaid. De kooi moet het ondermes over de gehele lengte raken. Het ondermes mag niet te vast op de kooimessen worden gesteld. Je mag de kooi wel horen ratelen, maar deze mag niet direct stil blijven staan als je stopt met lopen. Een juiste afstelling is te meten met een papiertje dat tussen de messenkooi en het ondermes wordt gestoken. Met de hand wordt de messenkooi gedraaid en deze zal bij een goede afstelling het papier snijden. Naast de juiste afstelling van de kooi en het ondermes is de scherpte van de messen belangrijk. De kooi en het ondermes moeten geslepen worden. Het slijpen van de gedraaide messen op de kooi is precies werk, dat aan vakmensen overgelaten moet worden. Regelmatig moet worden gecontroleerd of het ondermes nog recht is.
De maaihoogte van de maaier is in te stellen door de rol te verstellen. Hierbij worden de twee pallen aan de zijkant uitgetrokken, zodat de rol hoger of lager gezet kan worden. Er zijn een aantal ronde uitsparingen waarin de pallen vastgezet kunnen worden. Het is dan wel belangrijk om zowel aan de rechter- als aan de linkerkant dezelfde uitsparing te nemen. De maaier geeft anders een schuin maaibeeld.
De maaihoogte kan met een duimstok worden gecontroleerd. De maaier wordt op een vlakke ondergrond gezet en de duimstok tussen de kooi door naar beneden gestoken. De hoogte is aan de bovenkant van het ondermes af te lezen. Kooimaaiers kunnen geen lang gras maaien. Al het gras moet immers tussen de kooi en het ondermes door. Dit lukt niet als het gras te hoog is. In dat geval moet de maaier in de maximale stand gezet worden, of moet een cirkelmaaier uitkomst bieden.
Het gemaaide gras zal vaak niet opgevangen worden, maar zal over het gazon verspreid worden. Deze spreiding wordt negatief beïnvloed door de graslengte, de vochtigheid en een klein aantal messen op de kooi. Omdat de messen gedraaid op de kooi zitten zal het gras niet recht achteruit verspreid worden, maar een beetje schuin. Bij het maaien moet daarmee rekening gehouden worden, het maaisel mag niet op het te maaien deel vallen.
2.2.2 cirkelmaaiers
Bij de cirkelmaaier is er keuze tussen een elektrische motor of een benzinemotor. Ook zij er hybride maaiers. Deze hebben een accu waarmee men ongeveer 100 m2 snoerloos kan maaien. Handgeduwde exemplaren zijn er niet, omdat het mes een zeer grote snelheid moet kunnen bereiken om te maaien. Ondanks dat cirkelmaaiers een minder mooi maaipatroon geven dan messenkooimaaiers worden ze veel gebruikt. Dit heeft te maken met het gebruiksgemak. Een cirkelmaaier is minder kwetsbaar dan een messenkooimaaier. De machine is ook minder onderhoudsgevoelig, het slijpen van het mes is vrij eenvoudig en de afstelling van twee messen (zoals bij de kooimaaier) is niet nodig. De cirkelmaaiers kunnen makkelijk lang maaien. Ook graskanten kunnen met deze maaiers makkelijk worden gemaaid. Een nadeel van cirkelmaaiers is echter dat bij ongelijk terrein de graszode kapotgeslagen kan worden. Het sneldraaiende mes slingert alle harde voorwerpen die in het gras liggen met hoge snelheid weg. Dit kan gevaar opleveren voor de gebruiker en mensen of objecten die in de nabijheid staan. Een speciale uitvoering van een cirkelmaaier is de luchtkussenmaaier. Door de snelle draaiende beweging van het mes en een ventilator wordt de maaier van de grond getild. Deze maaier wordt zonder wieltjes voortbewogen, het zweeft boven de grond. Een dergelijke machine is erg makkelijk, zonder kracht, te bedienen.Een ideale machine om te maaien op taluds en op pas gekiemd graszaad. De cirkelmaaier slaat het gras af. De topjes van het gras rafelen een beetje. Het maaibeeld is dus een stukje minder mooi dan bij de messenkooimaaier. Tegenwoordig zijn de cirkelmaaiers van zeer goede kwaliteit, zodat het maaibeeld steeds beter wordt.
De messen kunnen verschillende vormen hebben. Het meest gebruikte mes bestaat uit een rechte stalen strip, waarvan de twee uiteinden scherp zijn gemaakt. Bij dit mes wordt het gras dus voornamelijk aan de uiteinden afgeslagen. Daardoor is er minder vermogen nodig om het gras af te slaan. De scherpte van het mes bepaalt ook hier een groot deel van het maairesultaat.
Bij het slijpen van het mes moet aan beide kanten evenveel worden weggeslepen, om het evenwicht op het mes te behouden. Als de beide zijden niet in evenwicht zijn, zal de machine enorm gaan trillen en zodoende de ophanging van het mes beschadigen. Dit is levensgevaarlijk bij het losraken van het mes.
De grasafvoer kan zowel aan de achterzijde als opzij van de machine gebeuren. Bij de afvoer aan de zijkant van de machine moeten de buitenste banen zo gemaaid worden dat het maaisel op het te maaien deel valt en niet in de border.
Een nadeel van cirkelmaaiers is de slechte verspreiding van het maaisel. Dit wordt nog eens versterkt als bij vochtig weer wordt gemaaid. Het maaisel zal dan in grote klonten op het gazon komen te liggen.
Een ander nadeel is dat het gras door de beschermkap van de maaier rondgeslagen wordt en maar aan één zijde  deze  kap  kan  verlaten.  Dit  kan  snel  verstopping  opleveren,  zeker  bij  lang  gras  en  vochtig  weer.  De maaihoogte wordt ingesteld door de wielen hoger of lager te zetten. Dit kan met handels dichtbij de wielen. Er moeten vier wielen worden afgesteld zodat de juiste stand voor alle wielen gebruikt wordt. Er zijn ook typen waarbij de voor- en achterwielen paarsgewijs of alle vier tegelijk te verstellen zijn. Bij een luchtkussenmaaier wordt de maaihoogte ingesteld met stelringen boven het mes.

Maaipatroon
Afhankelijk  van  welk  type  maaier  gebruikt  wordt,  kan  op  verschillende  manieren  gemaaid  worden.
Bij  een messenkooimaaier is de afvoer van het maaisel aan de achterkant of de voorkant van de machine. Bij een achterwaartse afvoer wordt het maaisel afgevoerd naar de kant waar al gemaaid is. Bij voorwaartse afvoer wordt altijd een opvangbak gebruikt. Eerst worden de kopse kanten gemaaid met twee of drie maaibanen, waarna de lange banen om en om worden gemaaid. De kopse kanten maaien is belangrijk om met de maaier te kunnen draaien. Bij een cirkelmaaier is de afvoer van het maaisel vaak aan de zijkant, soms aan de achterkant. Bij de afvoer aan de zijkant van de machine moet rekening worden gehouden met het maaipatroon. Het maaisel mag niet op het nog te maaien deel vallen, maar ook niet in de border. De zijkanten worden eerst gemaaid en wel zo dat de grasafvoer naar het midden van het gazon is gericht. Daarbij zal het gemaaide gras op het nog te maaien deel vallen. Dit is niet zo erg als het gras niet al te hoog is geworden. Het maaisel kan beter op het gras vallen dan in de border, wat weer veel extra werk geeft om het op te ruimen.
Er worden twee of drie banen rondom gemaaid, waarna de lange banen worden gemaaid. Daarbij wordt rekening gehouden met de afvoer van het maaisel.
Als het maaisel wordt opgevangen, kan worden afgeweken van deze maaipatronen. Het is echter wenselijk om het maaisel niet af te voeren, maar op het gazon te laten liggen. Belangrijk is dan dat het maaisel niet te lang is. Regelmatig maaien is dan noodzakelijk.
Bij het maaien, ongeacht met welke maaimachine, wordt het gazon in rechte banen gemaaid. Dit geeft een netter maaibeeld. Om het ontstaan van banen te voorkomen kun je regelmatig het maaipatroon aanpassen.
Bij het maaien moet het maaisel worden afgevoerd aan de achterkant of zijkant van de machine. Vooral bij de afvoer aan de zijkant is de verspreiding van het maaisel slecht, zeker bij het maaien onder natte omstandigheden. Nat gras verspreidt zich slecht en blijft als vlokken op het gazon liggen. Dit ontsiert het gazon sterk. Het maaisel moet afgeharkt en afgevoerd worden. Bij het afharken met een bladhark wordt het maaisel op rillen gelegd en afgevoerd.

2.2.3 bosmaaiers
Een andere uitvoering is de bosmaaier. Aan het uiteinde van een lange hefboom zit een draaiende kop, waarop een  mes bevestigd  wordt.  De  motor laat  het  mes  zeer  snel ronddraaien.  De  grassprieten  worden  rechtop  gezogen  en  door  het  mes  afgeslagen.  Hiervoor  is  een  hoge snelheid van het mes nodig. Bosmaaiers worden gebruikt op plaatsen waar je met een maaimachine moeilijk kunt komen bijv. tussen de beplanting. Particulieren gebruiken meestal wel grastrimmers. Dit zijn een soort bosmaaiers met een nylon draadje. Deze maaiers en de losse draadjes worden in tuincentra verkocht. 

2.3 maai-frequentie
Een ezelsbruggetje is dat je het gazon maait als de hoogte van het gras zowat dubbel zo hoog is als wanneer het net gemaaid is. In de praktijk komt het erop neer dat het gras in de echte groeitijd 2 keer per week gemaaid moet worden. Bij nat weer geeft dit wel eens problemen doordat nat gras moeilijk te maaien is.

2.4 Onderhoudsbemesting
Particulieren zullen in het algemeen het maaisel willen afvoeren. Hierdoor halen we voedingsstoffen uit de grasmat. Deze moeten worden aangevuld via bemesten.
Veel grondsoorten zijn aan de zure kant. Hierdoor treedt mosvorming op. De pH is dan te laag. Deze kun je bijstellen met kalk. Kalk wordt in het voorjaar gezaaid.
Als het gras eenmaal is gekiemd, is bij bestaande gazons bijmesten met verse organische meststoffen moeilijker geworden. Meestal wordt dan kunstmest of gedroogde organische meststoffen gebruikt.
Elk voedingselement heeft zijn eigen betekenis voor de plant. Bij een tekort, of overmaat, aan een bepaald element zullen de specifieke gebreks-, of overmaatverschijnselen te zien zijn, vooral aan de oudere bladeren van de grasplant.

De vier belangrijkste voedingselementen zijn:
– stikstof (N): zorgt voor de groei, geeft het gazon een fris groene kleur en  zorgt voor een dichte zode
– fosfor (P): zorgt voor een goede beworteling
– kali (K) geeft weerstand tegen kou, droogte en ziekten
– magnesium (Mg): geeft het gras een fris groene kleur

Deze  elementen  worden  vaak  in  een  samengestelde  meststof  gegeven.  De meest gebruikte, samengestelde kunstmeststof is 12+10+18. Beter is het om voor gazons  20+5+8 of 12-11-18 te gebruiken.
In het voorjaar moet de bovengrondse groei gestimuleerd worden. Dat doe je met extra stikstof. In het najaar bemest je om de wortelontwikkeling te bevorderen.
Fabrikanten bieden speciale meststoffen voor gazons aan. Zo is er starter-mest, voorjaarsmest, herfstmest en ‘greenkeeper’, elk verschillend van samenstelling. Het verschil zit voornamelijk in de verhouding van de verschillende voedingsstoffen. Om het de klant nog gemakkelijker te maken worden er onderhoudspakketten aangeboden. Hiermee wordt niet alleen bemest maar wordt ook onkruid en mos bestreden. Onderhoudspakketten bevatten vaak graszaad om kale plekken op te heffen.
Het bemesten van het gazon kan het best in maart/april beginnen, omdat de groei van het gras dan begint te komen. Als de eerste groeipiek wordt bereikt, heeft het gazon alle meststoffen ter beschikking. Hierna wordt om de vier of vijf weken bijgemest. (1,5 kg per are). In september mest men voor de laatste keer. Er bestaan ook lang(zaam) werkende meststoffen. Om de mestkorrel zit een jasje, dat de meststof heel langzaam en gedoseerd doorlaat. Zo’n gecoate meststof komt niet ineens ter beschikking voor de plant, maar heel langzaam. Bij dergelijke meststoffen wordt maar tweemaal per jaar een bemesting gegeven, in maart en in augustus. De beste pH-KCL voor gazons ligt tussen ongeveer 4,8 en 5,6. Vaak is deze te laag en moet er kalk gestrooid worden. Dit gebeurt in najaar of vroege voorjaar. Tuincentra attenderen klanten vaak op het strooien van kalk. Die kunstmest indien mogelijk toe voor een regenbui. Een slechte verdeling kan tot brandplekken in het gazon leiden.

Producten op basis van zeewieren stimuleren het bodemleven.

2.5 Verticuleren en doorzaaien
Doordat een gazon meerdere jaren meegaat zal de bovengrond langzaam dichtslibben waardoor de zuurstoftoevoer afneemt. Verticuleren  is een manier om de luchttoevoer weer te herstellen. Bij het verticuteren trekt men een kam door de grasmat  Het is ook een manier om maairesten, onkruiden en mossen te verwijderen. Ben niet bang om drastisch te verticuteren.
Verticuteren kan handmatig of machinaal gebeuren. Handmatig verticuteren is zwaar werk. Hierdoor stappen ook particulieren steeds vaker over op motorisch aangedreven verticuteermachines. Bij deze machines is de werkdiepte regelbaar. De messen mogen het zand net niet raken, aangezien de verdichte viltlaag op de grond ligt en niet erin. De bedoeling is om alleen de viltlaag weg te halen.
Een bijkomend voordeel is dat de uitlopers van de grassoorten met bovengrondse uitlopers doorgesneden worden en zodoende sneller nieuwe planten zullen maken.
Ook het verwijderen van mos kan grotendeels met verticuteren worden gedaan. Het bestrijdt mosgroei echter niet omdat er nog voldoende plantjes achterblijven in de grasmat.
Bij het verticuteren komt zeer veel vervilt gras naar boven en dit vormt een grote hoop afval. Het lijkt in eerste instantie net of het gazon helemaal kapot geslagen is. Er is echter niets aan de hand.
Het gras moet meteen gaan groeien en de opengevallen plekken moeten dichtgroeien, om onkruidgroei tegen te gaan. Daarom wordt na het verticuteren de grasmat bemest en/of doorgezaaid. Hierbij wordt graszaad in de  zode  gezaaid. Als je na het verticuteren  doorzaait moet daarna je de grond aandrukken of afstrooien met zand
Het materiaal dat met verticuteren omhoog wordt gehaald kan ook opgevangen worden. Dit is niet altijd even makkelijk, omdat de opvangbak snel vol zal zitten en de machine regelmatig moet worden gestopt.
De beste tijd om te verticuteren is april/mei of augustus/september, de twee groeipieken in de groeicurve. Het gras zal kort na het verticuteren meteen volop in de groei zijn en de grasmat zal herstellen. Het onkruid krijgt daardoor geen kans zich in de grasmat te vestigen.

2.6 Beluchten
Verdichting van de grond leidt tot zuurstofgebrek en plasvorming op het gazon. Verdichting van de grond kan meerdere oorzaken hebben. Als deze veroorzaakt wordt door de kwaliteit van de grond helpt verticuteren niet. Vaak moet er dan een bedrijf worden ingeschakeld om de grond te beluchten. Dit kan oppervlakkig gebeuren of diep, afhankelijk van de dagelijkse belasting op de grasmat. Ondiepe beluchting kan gedaan worden met een riek (greep), gazonbeluchter of met een prikrol. Met pinnen of holle buisjes worden gaten in de grond geprikt. De grond uit de holle buizen wordt door middel van veren uit deze buizen gedrukt en bovenop de grasmat gelost. De gaatjes worden hierna opgevuld met scherp zand, zodat wordt voorkomen dat de gaatjes weer dicht raken. De grond krijgt weer ruimte voor veerkracht. Met een veegmachine wordt dit zand verspreid. Bij diepe verdichting, dus verdichting van de ondergrond, is diepe beluchting nodig en moeten andere, zware machines worden gebruikt.

2.7 Gieten
Over het sproeien van uw gazon in droge tijden bestaan de meest uiteenlopende meningen. Veel gieten maakt het gras lui en leidt tot ongewenste ondiep wortellende grassoorten en onkruiden.
Giet liever 1 of 2 keer per week gedurende een langere periode dan dagelijks een beetje. Verdroogd gras herstelt snel.
Als een gazon net is aangelegd moet er in een droge periode worden gesproeid. Als je dit niet doet zullen de kiemplantjes overwoekerd worden door onkruiden.  Om waterverlies door verdamping te voorkomen moet er ’s avonds gegoten worden. Voordeel van ’s avonds gieten is ook de plant ’s nachts kan optrekken. Overdag gieten heeft als voordeel  dat het gras droog de nacht ingaat hetgeen preventief werkt tegen schimmelziektes.
Voor een bestaand gazon geldt dat dit in een droge periode bruin zal verkleuren. Bij regen zal het gras snel herstellen en weer groen worden. Na een lange droge periode kan het voorkomen dat bepaalde grassoorten niet meer terugkomen waardoor het gazon verruwd. Omdat men vooral in de zomer van het gazon wil genieten zullen de meeste tuinbezitters het gazon sproeien om het groen te houden. Hiervoor wordt leidingwater of bronwater gebruikt. Beide methoden hebben milieunadelen.  In het algemeen is het voldoende om het gieten te beperken tot een keer per week. Laat de installatie dan bijvoorbeeld een uur aan een stuk draaien. Tuincentra verkopen veel watergeefsystemen. Vaak maakt men gebruik van ondergrondse systemen. Ook wordt er vaak gewerkt met een tijdklok.

2.8 Onkruidbestrijding
Een gazon is een vorm van monocultuur. Deze wordt kunstmatig door de mens in stand gehouden. Van nature zullen zich tussen het gras andere planten vestigen. Dit noemen wij dan onkruiden. Deze zijn vaak ongewenst. Overmatige onkruidgroei op het grasveld wordt veroorzaakt doordat grassen onvoldoende concurrentiekracht hebben.
Zo’n situatie kan ontstaan door:
–    De bemestingstoestand.
Indien het gras over onvoldoende voeding beschikt, zal het minder groeien. Een te grote bodemvruchtbaarheid kan eveneens fataal zijn. Gezien het feit dat de meeste grassoorten lagere eisen stellen aan de bemestingstoestand dan onkruiden, luistert dit aspect zeer nauw.
–    De vochttoestand.
Te weinig of te veel vocht geven groeistagnatie. De vochtbehoefte is afhankelijk van de grassoort.
–     Schaduw.
Over het algemeen kan gras slecht tegen schaduw. Andere planten zullen dan gaan overheersen. Enkele soorten kunnen er goed tegen.
–     Betreding.
De meeste grassoorten kunnen goed tegen betreding in de zomer. Bij sommige soorten wordt de groei en uitstraling zelfs door betreding gestimuleerd. De meeste grassoorten kunnen slecht tegen bespeling.
– Maaifrequentie
Regelmatig maaien op de juiste hoogte bevordert een dichte grasmat waardoor onkruiden worden overgroeid.
Onkruiden kunnen open plekken in de grasmat doen ontstaan. De uiteindelijke schade valt vaak mee.

Veel voorkomende kruiden op het grasveld zijn:

  • paardebloem;
  • madeliefje;
  • grote en smalle weegbree;
  • varkensgras;
  • draad- en veldereprijs;
  • scherpe en kruipende boterbloem;
  • vogelmuur;
  • witte klaver;

Onkruiden  als  paardebloem,  weegbree  en madelief bezitten een bladrozet. Deze bladeren liggen breed over de grond en hinderen de grasplanten in hun groei. Ook straatgras is onkruid. Dit gras heeft bijna altijd bloem-aren en heeft een lichtgroene kleur. Dit gras zit vaak in de grasmat en breidt zich snel uit. Grote  weegbree  en  varkensgras  vestigen  zich  op  sterk  verdichte bodems. Draadereprijs prefereert vochtige en voedselrijke omstandigheden. De kruipende boterbloem groeit goed  op  vochtige  bodems.  De  concurrentiepositie  van  witte  klaver  wordt  sterker  als  de  stikstofvoorziening minder wordt. Vogelmuur groeit het beste op bewerkte, bemeste en vochthoudende gronden. Deze soort is in de aanlegfase van het grasveld een lastig onkruid.

De bestrijding van onkruid begint met het verbeteren van de groeiplaatsomstandigheden voor de gewenste grassen. De beste methode om onkruid te bestrijden is  uit steken zodra ze tevoorschijn komen. In enkele gevallen kan een chemische onkruidbestrijding, eventueel gecombineerd met bemesten, een aanvullende oplossing bieden. Tuincentra bieden daarvoor middelen aan die door de particulier gebruikt mogen worden. Ongewenste grassoorten als straatgras zijn moeilijk te bestrijden. Omdat ze ondiep wortelen helpt het vaak om de toplaag te verarmen en droog te houden.

2.9 mos
Er zijn veel oorzaken voor de aanwezigheid van mos in het grasveld bijvoorbeeld:

  • slechte bemestingstoestand;
  • natte en donkere ligging;
  • te kort en te weinig maaien;
  • weinig betreden
  • verzuring.

Als je eenmaal last van mossen hebt is de kans op uitbreiding erg groot.

In het kort komt het erop neer dat alle factoren die kale en dunne plekken in de grasmat doen ontstaan, de mosgroei kunnen bevorderen. Mosbestreiding heeft slechts zin indien de oorzaken weggenomen worden. Dit gebeurt niet door het vroeger gepropageerde strooien van kalk. Een goede graskeuze en goed beheer zijn heel belangrijk om mosvorming te voorkomen. Tevens dient de grasgroei gestimuleerd te worden door bemesting met stikstof (N). Met de hand verwijderen is meestal niet afdoende. Toedienen van ijzersulfaat (2,5 kg in 100 liter water per 100 m2) in het voorjaar of de herfst zal het mos af doen sterven, waarna het gras zich, bij een goed beheer, kan herstellen.

2.10 Randen steken, snijden en knippen
Strak begrensde graskanten horen bij een gazon. Omdat gras de neiging heeft om buiten het gazon te treden en het met de maaimachine niet lukt om de grasrand te knippen zul je regelmatig kanten moeten steken of knippen.
Kanten steken
Als het gras te breed dreigt uit te dijen moet je er een randje afsteken. Dit kan het hele jaar door gebeuren. De frequente is afhankelijk van de individuele eisen van de eigenaar. Voor dit werk kun je gebruik maken van een tuinlijn en een spa. Gemakkelijker is het om een kantensteker te gebruiken. Een kantensteker is vrij goedkoop, handig en laat nauwkeurig werk toe. Steek met de kantensteker langs de binnenkant van de koord schuin af. Zo staan de kanten stevig vast dit om te vermijden dat de boord afbrokkelt. Om de afgeboorde graszoden los te maken gebruiken we een schoffel of hak
Randen knippen of snijden
Met de meeste grasmaaiers is het moeilijk of arbeidsintensief om bij het maaien de  grasranden volledig mee te nemen. Om tot een goed afgewerkt gazon te komen moeten de randen apart geknipt worden. In het groeiseizoen moet dit, afhankelijk van de individuele eisen van de eigenaar, ongeveer om de 2 weken gebeuren.
Voor het knippen van de grasranden zijn speciale grasscharen in de handel; handscharen en machinale scharen.

2.11 Ziekten
Schimmelziekten worden o.a. veroorzaakt door stikstof en vocht. Engerlingen en emelten kunnen wortels beschadigen. Nematoden zijn aaltjes waarmee schadelijke bodemorganismen bestreden worden.
Mollen mogen alleen bestreden worden door gecertificeerde vakmensen. Engerlingen en emelten trekken vogels aan die het gazon kunnen omwoelen.

grasland folder

graszaden brochure

meststoffen folder

1 gedachte over “Gazons”

Plaats een reactie