Plantengroepen

Inleiding
Er zijn veel verschillende soorten planten. Zo heb je de eenjarigen, tweejarigen, vaste planten en bloembollen. Planten hebben verschillende bloeitijden. Daarom moet je ze ook op verschillende tijden in het jaar planten.

1     Bol- en knolgewassen
Om het hele jaar door bloeiende planten in de tuin te hebben, moet je goed weten wanneer alle planten bloeien. In het vroege voorjaar bloeien de bol- en knolgewassen. Deze bolgewassen noem je voorjaars bloeiende bollen. Voorbeelden hiervan zijn het sneeuwklokje en de krokus. Er zijn ook zomer bloeiende bollen, bijvoorbeeld tulp en canna.

Bollen planten
Bollen moet je tijdig planten, zodat ze sterke wortels krijgen. Je plant de bollen voordat de vorst komt, anders krijg  je  de  schop  niet  meer  in  de  grond.  Voorjaars bloeiende  bollen  zitten  vol  met  reservevoedsel.  Daarom bloeien ze voor het groeiseizoen. Knip de bloemen niet direct na de bloei af. De bollen moeten eerst weer op krachten komen.

 

 

 

bloei- en planttijden

Wanneer bloeit wat?
Niet alle bolgewassen bloeien in het vroege voorjaar. Het is belangrijk dat je de bloeitijd kent, zodat je weet wanneer je ze moet planten.
Als de bollen uitgebloeid zijn, kun je ze het beste uit de grond halen. Bewaar ze op een droge plek (bijvoorbeeld in metselzand), dan kun je ze het volgende jaar opnieuw planten.

Bol- en knolgewassen kun je dus verdelen in voorjaarsbloeiers en zomerbloeiers. Voorjaarsbloeiers bloeien in de periode van februari tot mei. Je moet ze voor de winter planten.
Zomerbloeiers bloeien in de zomer. Deze moet je na de vorst planten en voor de vorst weer rooien.

2     Eenjarigen, tweejarigen en vaste planten
Vanaf het vroege voorjaar kun je vaste planten in de tuin zetten, of eenjarige en tweejarige planten zaaien.
Vaste planten komen elk jaar terug. Sommige zijn groenblijvend, sommige sterven bovengronds af. Voorbeelden zijn Vinca en h

Hosta.

Vinca
Hosta

 

 

 

 

 

 

 

Afrikaantje

Bij een eenjarige plant speelt de levenscyclus zich af in één jaar. Na het zaaien gaat de plant groeien. Hij bloeit, vormt en verspreidt zaad en sterft daarna. Er zijn eenjarige perkplanten, snijbloemen en borderplanten.
Eenjarigen kunnen niet tegen vorst. Ze gaan in één seizoen van zaad naar bloem. Een voorbeeld is de Afrikaantje,
Eenjarige planten plant je eind mei (na IJsheiligen).

 

 

2 jarige perkplanten

Tweejarigen ontwikkelen zich in het eerste jaar. Pas in het tweede jaar krijgt de plant bloemen. Voorbeelden zijn viooltje, vingerhoedskruid en stokroos.

Tweejarigen plant je meestal in het voorjaar. Sommige tweejarigen kun je ook in het najaar planten, maar dan moet je ze wel tegen de vorst beschermen

Na de bloei verwijder je een- en tweejarigen uit de tuin.

 

 

 

Zelf zaaien
De meeste perkplanten worden gezaaid. Ze behoren meestal tot de groep van eenjarigen.
Eenjarigen  zijn planten die gezaaid worden en in één seizoen groeien, bloeien en doodgaan.

Zaaien
Zaaien doe je meestal in speciale zaaigrond. In deze grond zitten minder voedingsstoffen en er is extra zand aan toegevoegd. De grond bestaat meestal uit gezeefde tuinturf, turfstrooisel of veenmosveen.
Het zaaien kan zowel met de hand als machinaal gebeuren. Er zijn drie methodes om te zaaien. Alle drie de methodes kunnen zowel met de machine als met de hand uitgevoerd worden. Die methodes zijn:

  • breedwerpig zaaien;
  • op rijen zaaien;
  • zaad leggen.

Breedwerpig zaaien is het zaad zo goed mogelijk over de oppervlakte verdelen. Bij op rijen zaaien maak je sleuven. Daar leg je later het zaad in. Bij zaad leggen pak je ieder zaadje afzonderlijk. Je legt de zaadjes op precies de juiste afstand van elkaar. Dit kan natuurlijk alleen bij zaden die groot genoeg zijn om afzonderlijk vast te pakken.

zaaien in een zaaibakje

Zaaibakjes
Zaadjes kun je opkweken in zaaibakjes. Een zaaibakje moet schoon zijn en het liefst ontsmet. In het bakje doe je in zaaigrond. De bovenste zandlaag moet je zeven. Die laag moet goed vlak zijn, zodat er bij het water geven geen plassen ontstaan.

Als je de zaadjes gezaaid hebt, dek je ze af met een klein laagje zaaigrond. Gebruik niet meer dan dat het zaad dik is. Hele kleine zaden en zaden die licht nodig hebben om te kiemen, hoef je niet af te dekken. Zorg er altijd voor dat de zaaibak voldoende vochtig is. Als laatste dek je de zaaikist af met een glasplaat of plastic tot dat de zaden gekiemd zijn. Dit is om het uitdrogen te voorkomen. Je moet altijd ongeveer 1 cm onder de rand van het zaaikistje blijven. Als de zaden dan uitkomen, staan ze niet gelijk tegen het glas of het plastic aan.

Stappenplan voor een zaaikist:
1   Kistje schoonmaken
2   Zaaigrond zeven (fijne grond)
3   Kist voor drievierde vullen met grond
4   Randen licht aandrukken
5   Afvullen met gezeefde grond
6   Grond vlak maken
7   Zaaien
8   Klein laagje grond erover doen (net zo dik als zaad zelf is
9   Licht aandrukken
10 Water geven indien nodig
11 Wegzetten en afdekken met glasplaat of plastic
12 Werkplek schoonmaken en het gebruikte gereedschap schoon opruimen

Zaadsoorten
Er zijn duizenden zaadsoorten. Die zaadjes verschillen in grootte, kleur vorm et cetera. Ze verschillen ook in prijs! Sommige zaadjes zijn zo duur, dat ze tot de duurste producten op aarde behoren. Een voorbeeld is begoniazaad. Duizend zaadjes is ongeveer 1/16 gram. Stel je eens voor hoe klein die zaadjes zijn: heel, heel erg klein! Een hoeveelheid van 1/16 gram kost ongeveer 15 euro. Een gram begoniazaad kost dus 16 x 15 euro = 900 euro. En een kilo dus 1000 keer zoveel: 900.000 euro! Daar heb je dan ook wel 16.000.000 planten voor. Als je het bedrag omrekent naar een bedrag per plantje, valt het dus wel mee.

Er zijn andere zaden die veel groter zijn, bijvoorbeeld het afrikanenzaad (Tagetes). Duizend van die zaadjes wegen ongeveer 5 gram. Duizend zaadjes van zonnebloemen wegen nog veel zwaarder: 100 gram. Zo zie je, dat de grootte van zaden erg verschillend kan zijn.

3 Vaste planten
Vaste planten noem je ook wel overblijvende planten of overjarige planten. Ieder jaar lopen ze weer uit. Ze groeien, bloeien, vormen zaad en sterven in de herfst boven de grond af. Vaste planten overwinteren met hun wortels onder de grond.
Een groot voordeel van vaste planten is dat ze ieder jaar terugkomen en je dus niet steeds nieuwe plantjes hoeft te kopen. Vergeleken met een- en tweejarige planten bloeien vaste planten een kortere periode. Een vaste plant levert ieder jaar steeds dezelfde nakomelingen.

Snoeien
Eenjarigen,  tweejarigen  en  vaste  planten  snoei  je  niet.  Wel  moet  je  uitgebloeide  bloemen  en  afgestorven plantendelen wegknippen.
Bij vaste planten is het niet verstandig om afgestorven stengels en bladeren direct in de herfst te verwijderen. Deze plantendelen geven namelijk bescherming in het winterseizoen en geven bovendien een fraai winterbeeld bij rijp of sneeuw. Bovendien vinden allerlei dieren onder de afgestorven delen beschutting tegen de winterkou.

Bij een groot aantal vaste planten kunnen de bloemen gebruikt worden als snijbloem. Je moet er dan op letten dat de bloem niet nog te groen is, waardoor deze zich niet zal openen. Als de bloem al te ver is uitgebloeid, kun je er maar kort van genieten.

Het aanbinden van vaste planten kan op verschillende manieren.

Opbinden en steunen
Bij  eenjarigen,  tweejarigen  en  vaste  planten  die  hoog  worden,  is  het  van  belang  dat  deze  opgebonden  of gesteund worden, zodat ze niet omvallen. Er zijn verschillende manieren om planten op te binden. Je kunt achter de plant een of meerdere stevige stokken in de grond zetten en de plant met bindmateriaal aan de stok vastbinden. Let erop dat de natuurlijke vorm van de plant behouden blijft. Een andere methode is het plaatsen van kant en klare steunen. Deze zijn in het tuincentrum te koop.
Een natuurlijke manier van steunen is het gebruik van rijshout. Rijshout zijn takken van niet wortelende planten. Deze worden in het voorjaar bij de vaste plant in de grond gestoken. In het voorjaar groeien de scheuten van de vaste plant in deze takken. Als de plant volgroeid is, is van het rijshout niets meer te zien.

 

 

Afdekken
Bij vaste planten die vorstgevoelig zijn is het verstandig dat je de planten afdekt voor de winter, anders sterven de planten af. Het afdekmateriaal moet luchtdoorlatend zijn. Het beste kun je daar takken van naaldconiferen voor gebruiken.

Bloei verlengen
De bloeiperiode van planten kun je verlengen door de uitgebloeide bloemen op tijd af te knippen. Zo voorkom je zaadvorming. De energie die anders daarin verloren gaat, wordt nu voor een langere bloeiperiode gebruikt. Ook zijn er vaste planten die na terugknippen een tweede bloei in het najaar geven. Uitgebloeide bloemen verwijderen, is zeker raadzaam bij vaste planten die zich heel makkelijk uitzaaien in de rest van de tuin.

Rooien en scheuren
Vaste planten blijven vaak op dezelfde plaats in de tuin staan. Toch is het verstandig om na vier tot vijf jaar de planten border te verjongen. Dit kan door rooien en scheuren van de planten. Dit betekent dat het jongste deel van de plant (het buitenste gedeelte) opnieuw wordt geplant. Herfstbloeiers worden gescheurd in maart en april. Voorjaar bloeiers worden gescheurd in het najaar.
Planten met een penwortel kunnen niet gescheurd worden. Een penwortel is een dikke wortel die recht naar beneden groeit. Een penwortel heeft geen zijwortels.

Gewasbescherming
Sommige vaste planten zijn gevoelig voor ziekten als meeldauw, roest en bladluizen. Meeldauw is een schimmelziekte die erg veel voorkomt. Er komt dan een witte waas op het blad te liggen. Herfstasters en vlambloemen hebben daar erg veel last van. Soms zelfs zoveel dat de bloei vaak erg tegenvalt. Roest is een andere schimmelziekte. Er komen bruine vlekjes op het blad. Bij een ernstige aantasting zal de plant bovengronds helemaal afsterven. Bladluizen zitten vooral op de top van de scheuten. Ze halen daar de suikers uit de plant. Dit gaat ten koste van de groei. Daarnaast kunnen bladluizen virusziekten overbrengen.

1 gedachte over “Plantengroepen”

Plaats een reactie