Schoonhouden bedrijfsruimten

INHOUD
1      Schoonmaken en opruimen
1.1       Redenen
1.2      Normen
1.3       Hoort erbij
1.4       Hulpmiddelen
1.4.1       Gereedschap en machines
1.4.2       Reinigingsmiddelen
2     Schoonmaken en ergonomie
2.1       Lichaamshouding en ergonomie
2.2       Hulpmiddelen en ergonomie
3      Methoden van schoonmaken
3.1       Dweilen en moppen van vloeren
3.2       Vegen
3.3       Ramen reinigen
3.4       Gereedschap schoonmaken
3.4       Sanitair reinigen
3.5       Containers schoonmaken
3.6       Displays reinigen
3.7       Producten reinigen
3.8       Overigen
4      Afval
4.1       Papier en karton
4.2       Plastic en andere kunststoffen
4.4       Hout
4.5       Steen en puin
4.6       Textiel
4.7       Glas
4.9       Chemisch afval
4.10    Restafval
Begrippenlijst
Afsluiting

1          Schoonmaken en opruimen

Inleiding
We vinden het thuis en op het werk vanzelfsprekend om over allerlei apparaten te beschikken. Dat veel van deze apparaten werken op gas, water en licht realiseren we ons pas als er iets misgaat. Dit kan tot vervelende situaties leiden. Het is daarom belangrijk dat de medewerkers op een bedrijf in staat zijn om eenvoudige apparaten aan te sluiten en op de juiste wijze om te gaan met storingen.

1.1      Redenen
Al erg jong werd je ermee geconfronteerd: “het opruimen van je eigen rommel en de rommel van anderen”.  Je snapte niet waarom het nodig was en het opruimen van andermans rommel beschouwde je helemaal als onrechtvaardig. Als je in een winkel werkt besteed je veel tijd aan opruimen en schoonmaken. Hiervoor zijn diverse redenen aan te voeren.
Voorbeelden daarvan zijn:

Uitstraling van de winkel
De eerste indruk die een klant opdoet als hij de winkel binnenkomt wordt grotendeels bepaald door de netheid van de zaak. Geen enkele zaak zal blij zijn met het imago “het is daar altijd een rotzooi”.

Hygiëne
Organisch afval en beschadigde plantendelen kunnen een bron zijn voor ziekten.  Hierdoor kunnen bijvoorbeeld gezonde planten en zelfs mensen besmet worden. In slecht gereinigde vazen zullen zich bacteriën ontwikkelen die de houdbaarheid van snijbloemen verslechteren. Hetzelfde geldt voor slecht ontbladerde snijbloemen.

Veiligheid
Afval kan gladheid veroorzaken waarover mensen kunnen uitglijden Slecht onderhouden gereedschap kan gevaarlijk zijn.

Duurzaamheid
Afval en vuil kan materialen en gereedschap aantasten. Denk aan het roesten van metalen en besmetten van vloeren.

1.2      Normen
Iedereen heeft andere normen. De een stoort zich al aan een stoel die niet recht staat, terwijl de ander er geen moeite mee heeft om eerst de meubelen te verschuiven voordat hij door het huis kan lopen. Dit verschil komen we ook in tuincentra en bloemenwinkels tegen. Dit geldt zowel voor klanten als voor medewerkers. Op het ene bedrijf is men constant bezig met schoonmaken en opruimen terwijl men op het andere bedrijf alleen ’s avonds of enkele malen per week opruimt en schoonmaakt. Je eigen normen mogen echter niet bepalend zijn voor de eisen die je aan de verzorging van de winkel stelt. Een verkooppunt moet er altijd netjes en verzorgd uitzien. Dat jij je er als ondernemer of werknemer prettig bij voelt om in een niet opgeruimde omgeving te werken betekent niet dat de klant er net zo over denkt.

Moeilijk te beantwoorden is de vraag wat is netjes?

Gemakkelijk kunnen er in een bedrijfssituatie conflicten ontstaan tussen bedrijfsleiding en andere medewerkers over de tijd die besteed mag of moet worden aan opruim- en schoon­maakwerk. Zo kan de bedrijfsleiding vinden dat de tijd beter aan andere bezigheden besteed kan worden. Ook het omgekeerde is mogelijk.

1.3      Hoort erbij
Wat we als klein kind van onze ouders leerden passen we nog dagelijks toe in de verkoopsitua­tie: Je bent de hele dag bezig met het opruimen van de rommel die jezelf, je collega’s en de klanten maakten. Enkele grote tuincentra beschikken over een schoonmaakdienst die de hele dag door oproep­baar is. Sommige bedrijven werken met een schoon­maak­bedrijf dat na sluitingstijd schoon­maakt. In de meeste gevallen gebeurt het schoon­maakwerk echter geheel of gedeeltelijk door dezelfde medewerkers die ook het andere werk uitvoeren.
De aard van de producten die we in de bloemenwinkel en het tuincentrum verkopen draagt ertoe bij dat schoonmaken en opruimen een bezigheid is die veel aandacht verdient. Het hoort erbij.

1.4      Hulpmiddelen
Schoonmaken lijkt gemakkelijker dan het is. Als je de werkwij­ze van profes­sio­nele schoonma­kers ziet realiseer je je dat schoonmaken een vak is. Niet opgeleide schoonma­kers gebruiken in het algemeen teveel en verkeerde hulpmid­delen. Schoonmaken en opruimen varieert van eenvoudig handwerk zonder hulpmid­delen tot volledig geautomatiseerd werken. In de bloemenwinkel en in het tuincentrum gaat men in het algemeen vrij eenvoudig te werk. Als hulpmiddelen maakt men gebruik van voor de hand liggende gereedschappen, machines en reinigingsmiddelen.

1.4.1   Gereedschap en machines
Net als thuis heeft iedereen zijn voorkeuren als het om schoonmaak materialen gaat.
Vaak hebben bedrijven een speciale ruimte voor het opbergen van schoonmaakspullen. Dit kan een centraal magazijn zijn maar ook een opslagplaats per afdeling.
Om een indruk te geven van de vele mogelijkheden staat hieronder een lijst van schoonmaakmaterialen. Deze kan bijna oneindig worden aangevuld.

Naam van het hulpmiddel Naam van het hulpmiddel
Dweil Schrob- / dweilmachine
Stoffer en blik Materiaalwagen
Schoonmaakemmer Stofzuiger
(Straat)Bezem Waterstofzuiger
Trekker Veegmachine
Spons Hoge druk spuit
Zeem Bladblazer
Schrobber Bladzuiger
Mop
Vuilcontainers metaal
Vuilcontainers (kliko)
Vuilniszakken
Reinigingsdoekjes
Schuursponsjes
Ramentrekker
Handschoenen

Of er op een bedrijf schoonmaakmachines aanwezig zijn is o.a afhankelijk van:
–           de aard van het bedrijf;
–           de grootte;
–           de inrichting;
–           de professionaliteit van de schoonmakers.

1.4.2   Reinigingsmiddelen
Er zijn veel manieren om afval te verwijderen en af te voeren. In eerste instantie zal men stoffen droog trachten te verwij­deren; vervolgens stapt men over op koud en warm water. Daarna volgen maatregelen waarbij men gebruik maakt van reinigings­middelen.

De werking van zulke reinigingsmiddelen berust op natuurkundige-, biologische en scheikundige processen.
De bekendste zijn:
–           opheffen van de oppervlaktespanning van water;
–           oplossen;
–           chemisch reageren
–           ontsmetten.
Voorbeelden

Water
De meeste schoonmaakmiddelen werken op basis van water. Zuiver water wordt gebruikt om vuil op te lossen en af te spoelen. In warm water lost vuil beter op dan in koud water. Regelmatig komt het voor dat water kalkhoudend is. In dat geval kan er na het reinigen kalkaanslag overblijven.

 

Zeep
Door het toevoegen van zeep aan water verandert de samenstelling. Hierdoor veranderen de eigenschappen van het water.

 

 

De werking van zeep berust o.a. op:

  1. Het uitvloeien van de waterdruppeltjes. Dit wil zeggen dat de watermoleculen minder aan elkaar klitten waardoor het vuil beter kan oplossen. Doordat de oppervlaktespanning van het water vermindert wordt vuil niet meer afgestoten.
  2. Vergroten van de oplosbaarheid. In zeep lossen stoffen op die in zuiver water niet oplossen.
  3. Vergroting van de doordringbaarheid. Door de olieachtige structuur zal zeep dieper doordringen in poriën e.d. dan water.
  4. Chemische en natuurkundige reacties. Zepen kunnen vuil natuurkundig of scheikundig binden.

Zuren en basen
Door het toevoegen van reinigingsmiddelen aan water verandert de zuurgraad. Deze wordt afgekort met de letters pH. Zure stoffen hebben en pH lager dan 7; basische stoffen hebben een pH hoger dan 7.

Zuren en basen zijn bijtende stoffen. Deze werking is groter naar mate het zuur of de base sterker is. Een ander woord voor base is loog. Het volgende schema geeft een indicatie van de werking van zuren en basen:

 

 

Soort pH Eigenschappen
Sterk basisch

(soda en ammonia)

12-14 Sterk ontvettend

Bijtend

Aantasting van verf en metalen

Linoleum en

zwak basisch zeep

8-12 Vuil en vetverwijderend
Neutraal (water) 6-7-8 Werking wordt bepaald door temperatuur en  toevoegingen
Zwak zuur  (schoonmaakazijn) 2-6 Kalk- en roestverwijdering

Aantasting van kalk

Sterk zuur (zoutzuur) 1 Sterk kalk en roestverwijderend,

Aantasting van de huid,

aantasting van metalen,

aantasting van kalk bijv. marmer.

Chloorbleekmiddelen
Bleekmiddelen werken bijtend en desinfecterend. Ze worden vaak gebruikt voor het schoonmaken van vazen. Ze zijn nadelig voor het milieu omdat ze ook nuttige bacteriën doden. Daarnaast hebben ze een irriterend effect op de huid. Bij het mengen met andere middelen kan er gevaarlijk chloorgas ontstaan.
Het gebruik van reinigingsmiddelen gaat meestal gepaard met milieueffecten. Het zou goed zijn om de keuze van het middel mede te laten bepalen door het verschil in milieubeïnvloeding. Zo is het onzin om te denken dat het schoon kan ruiken. Geurstoffen en kleurstoffen hebben eerder een negatieve invloed op de werking dan een positieve.

Ook kan het omgaan met schoonmaakmiddelen gevaren met zich meebrengen 

PROEFJES

De volgende proefjes hebben betrekking op de werking en milieueffecten van reinigingsmiddelen

PROEF A:  OPPERVLAKTESPANNING
Watermoleculen houden elkaar zodanig vast dat deeltjes met een soortelijke massa groter dan die van water, op water blijven drijven. We kennen dit uit de natuur: Sommige insecten kunnen op het water lopen. Dit ver­schijnsel heet de oppervlakte­spanning van water.

Neem een glas koud water. Strooi hierop een kleine hoe­veelheid zaagsel of peper.  Voeg vervolgens enkele druppels afwasmiddel toe.
a) Welke invloed heeft afwasmiddel op de oppervlakte­spanning van water.
b) Hoe komt het dat water beter reinigt als de opper­vlaktespanning is opgehe­ven? 

PROEF B; VET VERWIJDEREN

Neem 4 buisjes met koud water.
1. Voeg aan elk buisje een scheutje slaolie toe en schud de vloeis­toffen door elkaar.
2. Verwarm het tweede buisje. (of voeg warm water toe)
3. Voeg aan het derde buisje enkele druppels spiritus of alcohol toe.
4. Voeg aan het vierde buisje enkele druppels afwasmid­del toe.

(OPMERKING; Olie is een vet dat bij kamertemperatuur vloeibaar is)

a) Lost olie op in koud water?
b) Welk verschil in oplosbaarheid zie je tussen de olie in het buisje met koud water en de olie in het buis­je met warm water?
c) Welke invloed heeft alcohol(of spiritus) op de oplosbaarheid van olie in water?
d) Welke invloed heeft afwasmiddel op de oplosbaarheid van olie in water?
e) Wat heb je met deze proef duidelijk gemaakt betreffende het verwijderen van vetten?

PROEF C: KALK VERWIJDEREN

Vul een buisje voor de helft met azijn. Voeg kalk of krijt toe.
a) Wat neem je waar?
b) Waarvoor kun je schoonmaakazijngebruiken?

PROEF D: SCHOONMAAKMIDDELEN MENGEN

Met soda kun je ontvetten en met azijn kun je ontkalken.
Neem een buisje. Vul dit voor 1/4 met (schoonmaak)a­zijn. Voeg enkele korrels soda toe.
Aanwijzing: Doe eerst azijn in het buisje, hou het daarna schuin en leg de soda op de rand van het buisje. Sluit het buisje af met een stop en schud het mengsel.
a) Wat neem je waar
b) Wat heb je met deze proef duidelijk gemaakt?

PROEF E: ZUURGRAAD
Schoonmaakmiddelen die scheikundig werken vaak zuur of basisch.
Of een stof zuur of basisch is kun je onderzoeken met een pH-meter. Ook kun je een indicator gebruiken. Lakmoes en rode-koolsap zijn voorbeelden van zulke indicatoren.

– Neem 5 glaasjes of buisjes met een kleine hoeveelheid water.
– Voeg aan 4 glaasjes of buisjes respectievelijk de volgende schoonmaakmiddelen toe­maakmiddel toe; soda; schoonmaakazijn; alcohol; afwasmiddel (kleurloos);
– Voeg aan elk glas enkele druppels rode koolsap toe.

Vul de volgende tabel in.

 naam van het

schoon­maakmiddel

 

  kleur na toevoe­ging

van rodekoolsap

   zuur of basisch
soda
schoonmaakazijn
alcohol
afwasmidden
Water

Veiligheid en milieu
Bij snijbloemen hebben we vaak te maken  met verontreinigd vaaswater. Dit ontstaat door rottingsbacteriën. Ernstig verontreinigde emmers en vazen kun je reinigen door ze te weken in een chlooroplossing. Hiervoor zijn speciale tabletjes in de handel. Omdat chloor schadelijk is voor het milieu is het beter om ernstig verontrei­nigde  vazen te reinigen met een borstel, schuurspons en water.
Veel schoonmaakmiddelen kunnen nadelig zijn voor mens en milieu. Om deze nadelen tot een minimum te beperken zijn de volgende zaken belangrijk:
– Kies het juiste schoonmaakmiddel
– Volg de gebruiksaanwijzing op
– Meng geen schoonmaakmiddelen
– Gebruik niet meer dan noodzakelijk
– Kies geen middelen om hun kleur en geur
– Zamel chemisch afval apart in 

Omdat de gebruiksaanwijzing op de verpakking vaak niet gelezen wordt worden de risico’s tegenwoordig aangegeven met pictogrammen.

2          Schoonmaken en ergonomie
De laatste jaren wordt er veel aandacht besteed aan arbeidsomstandigheden.  Dit heeft te maken met wettelijke regelingen en een bewustwordingsproces bij de ondernemers.
Schoonmaakwerk wordt vaak uitgevoerd door het eigen personeel. Het kan zwaar, gevaarlijk en vervelend  zijn. Om het werk te verbeteren let men binnen de ergonomie  o.a. op lichaamshouding en het gebruik van hulpmiddelen.

2.1      Lichaamshouding en ergonomie
In de detailhandel moet je veel tillen, lopen en bukken. Hierdoor kom je vooral in dit vak veel rugklachten tegen. De kans op rugklachten kun je terugdringen door het aannemen van een juiste lichaamshouding.

Aandachtspunten daarbij zijn:
1 Ga recht voor de last staan
2 Buig je knieën en houd de rug recht. Til met 2 handen.
3 Houd de last dicht tegen het lichaam
4 Kijk uit waar je loopt
5 Beperk de last
6 Gebruik zomogelijk hulpmiddelen als karretjes en trapjes
7 Gebruik je lichaamsgewicht
8 Breng afwisseling in je houding bij het duwen en trekken
9 Zorg voor een goede conditie
10 Ondersteun de wervelkolom

2.2      Hulpmiddelen en ergonomie
Er is veel verbeterd. Vroeger was het normaal om uren op de grond te liggen om te vegen, te schrobben, te boenen enz. Tegenwoordig is het normaal om bij het schoonmaken  allerlei hulpmiddelen te gebruiken die het werk aangenamer en gemakkelijker maken. Hieronder staan een aantal voorbeelden van materialen die de laatste jaren, bij het schoonmaken, gemeen goed geworden zijn;
de dweil om een trekker;
de mop;
de stofzuiger;
de materiaalwagen met schoonmaakspullen;
de schrobmachine;
de waterstofzuiger;
de ramentrekker;
verlengstukken om het bukken te voorkomen;
wegwerpdoekjes;
handschoenen

 

 

 

 

 

 

 

 

Door het gebruik van deze en andere hulpmiddelen is schoonmaken aangenamer geworden en is ook het aanzien van het werk verbeterd.

3             Methoden van schoonmaken
Bij het schoonmaken in een winkel heb je te maken met grote verschillen  Dit komt door het verschil in bedrijfsaard en bedrijfsinrichting. Zo zijn er bedrijven met enkel een klein winkeltje maar ook bedrijven met ruim opgezette verkoopruimtes, kantines, magazijnen, werkruimtes, buitenafdelingen enz.
Vaak om je bedrijven tegen die de inrichting hebben aangepast aan het schoonmaken. Dit gaat vaak te kosten van sfeer.
Enkele veel voorkomende schoonmaakwerkzaamheden zijn:

3.1      Dweilen en moppen van vloeren
Binnenvloeren bestaan vaak uit zeil, tegels of beton. Buitenvloeren zijn vaak gemaakt van beton, tegels of klinkers. In verkoopkassen kom je alle verhardingen tegen.  In winkels kom je meestal vloeren tegen die nat gereinigd kunnen worden. Vaak gebeurt dit met een zeepoplossing. Bij handmatig dweilen is het handig om met 2 emmers te werken; een met reinigingsmiddel en een met schoon water. Het schone water kan dan gebruikt worden om de dweil of mop uit te wringen. Als er vloerverwarming is heeft dit als voordeel dat de vloer snel droog is. Ergonomisch is het goed om zo weinig mogelijk gebukt te werken. Je ziet dan ook vaak dat men werkt met een dweil om een trekker.

mop-pers
materiaalwagen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.2         Vegen
Bezems  worden de hele dag door gebruikt. Afhankelijk van de vloer gebruik je harde of minder harde bezems. Voor het fijne veegwerk worden soms zwabbers gebruikt. Veegmachines worden toegepast in grote verkoopruimtes en magazijnen. Ook parkeerplaatsen worden gereinigd met veegmachines. Veegmachines kunnen handmatig of machinaal aangedreven worden.

3.3      Ramen reinigen
Ramen worden vooral vuil door neerslag uit de lucht en vingerafdrukken. Vaak heb je met vette aanslag te maken. Als ramen vuil zijn kan dat erg opvallen. Reinigen met schoon water laat vaak kalkvlekken achter. Dit betekent dat je reinigingsmiddelen moet gebruiken. Dit kunnen geen zepen zijn omdat die juist een vetlaagje achterlaten.

De volgende middelen zijn wel te gebruiken:
* Schoonmaakazijn tegen kalkaanslag
* Spiritus tegen vet
* Ammonia tegen vet
* Allesreiniger tegen vuil

Als gereedschap worden spons, zeem en ramentrekker gebruikt. Kassen worden vaak een keer per jaar grondig gereinigd. Dit gebeurt in veel gevallen door gespecialiseerde bedrijven met een borstelmachine.

3.4      Gereedschap schoonmaken
Door het gebruik van plantaardige materialen, grond en water lijdt gereedschap erg veel. Vooral als het buiten wordt gebruikt. Metalen gaan roesten en bewegende delen gaan steeds slechter werken. Voor duurzaamheid betekent dit dat er vaak schoongemaakt moet worden. Liefst elke dag.  In veel gevallen  kan dit met een eenvoudige doek, borstel of staalborstel.  Snoeischaren zul je af en toe uit elkaar moeten halen voor de combinatie van reinigen en onderhouden. Na het reinigen worden metalen delen vaak ingevet en bewegende delen gesmeerd. Sommige bedrijven gebruiken een bak met zand en olie om schoppen na gebruik op een snelle manier te reinigen en in te vetten.

3.4      Sanitair reinigen

Het reinigen van toiletten heeft altijd iets minderwaardigs om zich heen gehad. Zo hoor je regelmatig dat een  goede collegialiteit bevestigd wordt door een opmerking als; “We doen hier alles samen, dus ook de wc schoonmaken”.
Sanitaire voorzieningen vervuilen snel. Dit komt doordat ze in het algemeen zeer intensief worden gebruikt.  In bedrijfstakken als de groene sector, waar met grond, water en planten gewerkt wordt zullen kranen en afvoerkanalen  extra snel vervuilen. Openbare toiletten en wasgelegenheden zullen sneller vervuilen dan voorzieningen die enkel door eigen mensen worden gebruikt.

De frequentie waarin sanitaire voorzieningen schoongemaakt moeten worden hangt nauw samen met het gebruik en de intensiviteit daarvan. Hierbij spelen zowel uitstraling als hygiëne een rol.

 

Voor het schoonmaken van wc’s worden vaak desinfecterende middelen als chloor gebruikt. Vaak gebeurt dit te overdadig hetgeen weer schadelijk is voor het milieu. Bij het gebruik van zeep let men vaak meer op de geur dan op de werking. Eenvoudige, goedkope groene zeep reinigt even goed als mooi gekleurde en geurende zeepproducten. Als gereedschap worden vaak borstels en sponsen gebruikt. Het is van belang om dit gereedschap te reserveren voor dit werk.

3.5      Containers schoonmaken
Containers is een verzamelnaam voor alles waar iets in kan. Tot deze groep behoren snijbloemen maar behoort ook vuil.Vazen en emmers voor snijbloemen kunnen gereinigd worden met een harde borstel. Soms zie je dat hiervoor een toiletborstel wordt gebruikt. Voor het desinfecteren gebruikt meen vaak chloor. Dit is zinvol bij ernstige vervuiling en dient beperkt te blijven. Vuilcontainers dienen regelmatig gereinigd te worden met water. Hiervoor is een hoge druk spuit erg geschikt.

 

 

 

3.6      Displays reinigen
Displays zijn (tijdelijke) ondergronden bij presentaties. Het zijn dus rekken, tafels, kasten e.d. Ze bepalen in hoge mate de uitstraling van de winkel en dienen er dus altijd netjes uit te zien. In de praktijk worden ze onderhouden en schoongemaakt als het nodig is. De frequentie kan dus erg wisselen. De wijze van schoonmaken zal afhankelijk zijn van het materiaal en de vervuiling.

3.7      Producten reinigen
Productverzorging is een kwestie van inzicht, ervaring en vakbekwaamheid. Steeds moeten de medewerkers ervoor zorgen dat de winkel er netjes uitziet. Continu restaureren, spiegelen en opruimen zijn daarbij erg belangrijk.

3.8      Overigen
Een schoon en opgeruimd bedrijf blijft het visitekaartje van ons vak. Dit geldt zowel binnen als buiten. Zwerfvuil waait vaak aan en blijft liggen. Het zal door jou als medewerker van een bedrijf opgeruimd moeten worden. Bestratingmateriaal kun je schoonspuiten met een hogedrukspuit of vegen met een straatbezem of borstelmachine. Blad kun je opzuigen of wegblazen.
Van een rommelige winkel zal een klant geen goede producten verwachten. Opruimen betekent ook dat er achter de schermen netjes gewerkt wordt. Voor alle medewerkers moet het vanzelfsprekend zijn om (de eigen) rommel op te ruimen en alles op zijn plaats terug te leggen. Ook ergonomisch is het niet verantwoord om niet netjes te werken.
Ook transportmiddelen en machines moeten netjes gehouden worden. Dit geldt niet voor de auto die in het oog van de klant valt.

4          Afval
Iedereen produceert afval dit geldt voor particulieren en voor bedrijven. Afval is in onze consumptiemaatschappij een groot probleem. Het is niet voor niets dat milieuproblemen  meestal  in een adem genoemd worden met afval.
Elk bedrijf heeft zijn eigen systeem om met afval om te gaan. Kleine bedrijven kunnen vaak volstaan met systeem dat vergelijkbaar is met dat van huishoudens. Grote bedrijven zullen vaak een georganiseerd systeem hanteren van opslaan en afvoeren. Gelukkig is het vanzelfsprekend om afval te scheiden zodat het verantwoord verwerkt of hergebruikt kan worden.

Afval kun je verdelen in de volgende groepen:
* Papieren karton;
* Plastic en andere kunststoffen;
* Groente-, fruit-, en tuinafval;
* Hout;
* Steen en puin;
* Textiel;
* Glas;
* Metalen;
* Chemisch afval;

Door afval in deze groepen te verzamelen werk je als bedrijf mee aan een beter milieu en een duurzame samenleving.

4.1      Papier en karton
Hier gaat het vaak om verpakkingsmaterialen die niet hergebruikt worden. Vaak zie je dat bedrijven dozen e.d. beschikbaar stellen aan klanten. Kleine hoeveelheden papier worden vaak door de gemeente of door verenigingen opgehaald. Ook kunnen kleine hoeveelheden naar gemeentelijke depots gebracht worden. Grote bedrijven hebben vaak een papiercontainer.  Het is niet de bedoeling om papier bij het restafval te doen. Oud papier wordt hergebruikt door de papierindustrie.

4.2   Plastic en andere kunststoffen
Kunststof is niet meer weg te denken uit onze consumptiemaatschappij. Naast veel voordelen heeft het veel nadelen. Denk maar aan de plastic soep die onze zeeën bedreigt.
In ons vak kun je bij kunststofafval denken aan folie, bloempotjes, verpakkingsmateriaal e.d. Kunststof kan goed hergebruikt worden. Alhoewel de ontwikkelingen snel gaan blijft het sorteren van kunststof lastig. Met het blote oog kun je vaak niet zien met welke kunststof je te maken hebt. Zo zul je niet zo snel verwachten dat het plastic snackbakje van dezelfde kunststof is gemaakt als piepschuim. Vaak zie je dat bedrijven een bak hebben voor plastic dat in grote hoeveelheden voorkomt, bijvoorbeeld folie. De rest van de kunststoffen deponeren ze bij elkaar in de kunststofcontainer of restbak. Afvalcontainers op bedrijven worden geleegd door speciale bedrijven, soms door de gemeente.

4.3 Groente-, fruit-, en tuinafval
Plantaardig afval komt in onze branche veel voor. Praktisch alle bedrijven zullen het gescheiden verzamelen en afvoeren. Kleine bedrijven kunnen plantaardig afvoer afvoeren via de gemeentelijke kanalen. Grote bedrijven kiezen vaak voor zelf composteren of een container voor plantaardig afval die door een speciaal bedrijf wordt opgehaald.  Het is een permanente zorg om organisch afval zuiver te houden.

4.4   Hout
Grof tuinafval kun je versnipperen. Dit gebeurt bijvoorbeeld op tuincentra met snoeihout en onverkoopbare planten. Snippers kun je tussen de planten strooien of gebruiken op paden. Houtafval kun je in alle gevallen naar het gemeentelijk milieustation brengen. Dit geldt ook voor sloophout en pellets.

4.5   Steen en puin
Bouwafval als steen en puin komt incidenteel voor. In de meeste gevallen wordt er voor dit afval een speciale container besteld. Kleine hoeveelheden kunnen naar gemeentelijke depots gebracht worden.

4.6   Textiel
Stof en textiel zal in onze branche weinig voorkomen. Meestal kan dergelijk afval naar containers gebracht worden die her en der in de gemeente zijn geplaatst.

4.7   Glas

Naast papier is glas een afvalproduct dat gemakkelijk hergebruikt kan worden, Het moet dus gescheiden verzameld worden. Glas kun je in de glasbak deponeren of bij de gemeentelijke depots afleveren. Grote hoeveelheden vlakglas worden ingezameld door speciale bedrijven.

4.8 Metalen
Bij oude metalen heb je te maken met waardevolle grondstoffen, Ze dienen dan ook verzameld te worden. Vaak worden ze opgehaald door ijzerhandelaren.

4.9   Chemisch afval
Tot het chemisch afval behoren bijvoorbeeld verfresten, bestrijdingsmiddelen, olieresten; schoonmaakmiddelen en medicijnen, Ze kunnen gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Elke gemeente heeft een systeem om dergelijke producten te kunnen afvoeren.

4.10    Restafval
Na het scheiden van afval blijft er altijd gemengd afval over. Je kunt daarmee weinig anders dan verzamelen afvoeren, Kleine hoeveelheden kunnen bij het huishoudelijk afval. Het is echter niet de bedoeling dat bedrijven dit doen. Zij moeten in de meeste gevallen in zee gaan met bedrijven die gespecialiseerd zijn in afvalverwijdering. Deze plaatsen dan een container. Het ophalen ervan kan op afroep of op vaste tijdstippen.

Afval dient verantwoord te worden afgevoerd zodat het verwerkt of gerecycled kan worden. Het is vanzelfsprekend dat gemengd afvoer geen schadelijke producten als asbest mag bevatten.

Afsluiting
Met schoonmaken, opruimen en vuil afvoeren heeft elk bedrijf dagelijks te maken. Gelukkig houdt men tegenwoordig steeds meer rekening met het milieu en met ergonomie waardoor dit werk redelijk verantwoord wordt uitgevoerd. De meeste bedrijven zijn in deze redelijk op weg na

 

 

1 gedachte over “Schoonhouden bedrijfsruimten”

Plaats een reactie